
Gebroken koningin Boek 2
Auteur
Lezers
240K
Hoofdstukken
30
31: Een onverwachte bezoeker
ARIEL
Mijn ex-voorbestemde mate is in mijn kamer.
Wat?
De.
Hel.
Degene die me afwees.
Degene die onze mate-band verbrak.
Degene die me verbande.
Degene die zei dat hij mijn gezicht nooit meer wilde zien.
Ja, die ex-voorbestemde mate.
En hij vroeg zojuist om mijn hulp?
Is dit een droom?
Houdt de Maangodin me soms voor de gek?
Ik dacht dat Xavier voorgoed uit mijn leven was verdwenen. Maar nu zit hij hier, recht voor me op mijn bed.
„Ik... ik weet niet wat ik moet zeggen.” Het is de waarheid.
Ik ben compleet sprakeloos.
„Ik weet dat dit verwarrend moet zijn,” antwoordt Xavier aarzelend. Hij staat op en komt naar me toe. „Je hoeft niets te zeggen... Ik wil alleen dat je naar me luistert.”
Ik weet niet of Xavier mijn aandacht wel verdient. Toch is er iets aan de gebrokenheid in zijn ogen dat me dwingt om te luisteren.
Hij is misschien een klootzak van de bovenste plank. Maar toch wil ik eigenlijk wel horen wat hij te zeggen heeft.
„Ga je gang,” zeg ik, en ik sla mijn armen over elkaar.
Dit zal mij benieuwen.
„Ten eerste... het spijt me hoe alles is gelopen,” zegt hij, terwijl hij naar de grond kijkt.
„Je bedoelt dat je me afwees en uit de roedel gooide?” vraag ik, voor het geval hij was vergeten wat hij heeft gedaan.
„Ja,” antwoordt hij. Zijn ogen kijken me plotseling recht aan. Hij ziet er oprecht spijtig uit. „Ik... ik zat in een lastige positie. En toen ik je na twee jaar terugzag en ontdekte dat je mijn voorbestemde mate was...”
Zijn woorden sterven weg en zijn blik valt weer naar de vloer.
„Ik heb het niet goed aangepakt,” zegt hij zachtjes.
Dat is nog zacht uitgedrukt.
„Waarom ben je hier?” vraag ik achterdochtig. „Je zei dat je mijn hulp nodig had, niet mijn vergeving.”
Ik kan niet doen alsof ik deze excuses niet verdien. Maar op dit moment hoef ik niets meer van Xavier.
Ik ben samen met Alex, en Xavier is samen met mijn zus.
De Godin weet alleen wat zij ervan vindt dat hij hier is.
„Ik heb ook echt je hulp nodig,” antwoordt hij. Zijn toon wordt plotseling duister. „Het gaat over de Hunters.”
Mijn hart staat bijna stil.
Ze hebben me door een hel laten gaan. Ik zit er echt niet op te wachten om weer bij hen betrokken te raken.
„Xavier, ik kan niet opnieuw beleven wat ze me hebben aangedaan. En eerlijk gezegd kan ik ook niet herbeleven wat er tussen ons is gebeurd. Ik weet niet waarom je naar mij toe kwam, maar—”
„Ariel, ze hebben mijn zoon meegenomen... mijn enige erfgenaam...”
Een rilling loopt over mijn rug. Mijn wolf begint te janken in mijn hoofd.
„Oh mijn Godin...”
„Hij is je neefje... en jij kent de Hunters beter dan wie dan ook,” zegt Xavier met een gespannen stem. „Alsjeblieft, je moet me helpen om hem terug te krijgen.”
Ik heb mijn neefje nog nooit ontmoet...
Ik ben verbannen en mag nooit meer terugkeren naar mijn roedel.
Maar nu ik hoor dat hij in gevaar is...
Ik weet dat ik dit niet zomaar kan negeren.
Ik schakel meteen over naar de modus van een roedelstrijder.
„Vertel me alles wat er is gebeurd,” zeg ik stellig. „Ik wil elk detail weten.”
„Ze namen hem 's nachts mee... en ze hebben meerdere bewakers gedood,” gromt hij.
„Waarom weet je zo zeker dat het de Hunters waren?” vraag ik.
Xavier rolt zijn mouw op. Hij laat me een ongenezen brandwond zien, verschroeid door zilver.
„Ze hadden zilveren jachtmessen. Ik heb geluk gehad dat het niet erger is. Maar ik... ik kon ze niet tegenhouden.”
Ik kan me niet eens voorstellen wat Xavier nu moet voelen...
En Natalia ook.
Ik zou dit mijn ergste vijand niet toewensen. En dat zijn Xavier en Natalia in feite wel.
„Heb je geprobeerd om hun spoor te volgen?” vraag ik. Ik laat mijn medelijden winnen en ga naast Xavier zitten.
„Ja, maar we zijn het spoor kwijtgeraakt,” antwoordt hij. „Jij hebt meer ervaring met ze. Misschien kun jij het weer oppikken?”
„Maar dat zou betekenen dat ik...”
„Dat je terugkomt naar de roedel,” maakt Xavier mijn zin af.
Ik ben met stomheid geslagen. Trekt hij mijn verbanning in?
„Ik had je om te beginnen nooit mogen verbannen,” zegt hij, terwijl hij zijn hand op mijn schouder legt. „Alsjeblieft... help me mijn zoon te vinden.”
Mijn hart strijdt met mijn verstand. Ik probeer sterk te blijven.
Ik word tegelijkertijd allerlei kanten op getrokken.
En mijn ijsberende wolf in mijn hoofd helpt ook niet mee.
Ik weet het! Ik weet het! schreeuw ik vanbinnen tegen haar.
Ik moet Xavier helpen, maar...
Hoe kan ik teruggaan naar een plek met zoveel slechte herinneringen?
Één ding is zeker...
Ik moet het aan Alex vertellen.
ALEX
„Alex, ik zeg alleen maar dat je aan je toekomst moet denken,” zegt mam met een vleugje oordeel. Ze neemt een slokje van haar koffie.
Ze zit me al het hele ontbijt op mijn nek. Ze hamert er steeds op dat ik me moet settelen.
Ik zou denken dat ze inmiddels haar lesje wel had geleerd.
„Mam, eerlijk waar, wat is de haast? Ik ben nu gelukkig. Ik hoef niet meteen in een mate-ceremonie te duiken of zoiets,” antwoord ik gefrustreerd.
Is ze echt vergeten hoe rampzalig mijn laatste poging tot een mate-ceremonie was?
„Er is nog genoeg tijd om dit soort beslissingen te nemen,” zeg ik beslist. „En daar laat ik het bij.”
Ze begint nerveus op haar nagels te bijten. Het lijkt alsof ze ertegenin wil gaan, maar ze bedenkt zich.
In plaats daarvan kijkt ze zwijgend uit het raam. Er is een duidelijke droefheid in haar ogen te zien.
Verdomme, ik was toch niet te hard voor haar?
Ik kijk even naar pap, die met trillende handen zijn koffiemok oppakt.
Hij is al het hele gesprek opvallend stil.
„Wat vind jij ervan?” vraag ik, in de hoop dat hij mijn kant kiest. Mijn vader mag dan de meeste koninklijke plichten aan mij hebben overgedragen, in mijn ogen is hij nog steeds de koning.
Zijn mening betekent alles voor me.
Hij haalt diep adem en spreekt langzaam: „Ik... ik denk dat je moeder alleen maar het beste voor je wil. En dat wil ik ook.”
„Dus, wat? Jullie denken dat ik gewoon mijn tijd aan het verdoen ben? Is dat het?” vraag ik verdedigend.
Mijn moeder kijkt me aarzelend aan. „Is Ariel weer blijven slapen? Ik zag haar vanmorgen gehaast weggaan.”
Daar is het.
De echte reden waarom mam zo vastbesloten is dat ik een mate neem.
„Je vindt haar niet goed genoeg...” grom ik zacht. „Fuck... ik had kunnen weten dat dit over Ariel ging.”
„Let op hoe je tegen je moeder praat.” Pap probeert met gezag te spreken. Maar zijn stem klinkt zwak en vermoeid.
Wat is er de laatste tijd toch met hem aan de hand?
„Alex, lieverd, je hebt het helemaal mis,” zegt mam, en ze houdt haar handen verontschuldigend omhoog. „Ik wilde net zeggen...”
„Dat ze niet de ware voor me is? Dat ze maar een simpele roedelstrijder is die geen koning waardig is?” vraag ik woedend.
„Nee... Wat ik wilde zeggen,” zegt mam, terwijl ze haar armen een beetje geïrriteerd over elkaar slaat, „is dat je haar de volgende keer moet uitnodigen voor het ontbijt.”
„Oh...” zeg ik een beetje beschaamd.
Ik voel me de laatste tijd een beetje onzeker. Een nieuwe relatie is niet altijd makkelijk. Misschien heb ik dat op mam geprojecteerd...
Misschien denk ik hier veel te veel over na?
Ze reikt over de tafel en legt haar hand op de mijne.
„Alex, ik ben blij dat je gelukkig bent. En eerlijk gezegd... Ariel heeft ruimschoots bewezen dat ze je waard is,” zegt ze met een oprechte glimlach. „Ik zou haar alleen graag wat vaker willen zien. Ik weet dat ik niet altijd even hartelijk ben geweest tegen Ariel. Maar laat haar alsjeblieft weten dat ze altijd welkom is bij ons.”
Ik knik. Ik ben dankbaar voor de moeite die mijn moeder doet.
„Olivia is een goed meisje,” zegt pap plotseling, terwijl hij zich naar mij omdraait. „Ze zal een geweldige mate zijn.”
„Ariel...” zegt mam nerveus om hem te corrigeren. „Het is Ariel, schat.”
„Ah, ja, Ariel,” zegt hij op een afwezige toon. „Natuurlijk. Het ontschoot me even.”
Ik werp een bezorgde blik op mijn moeder. Ze vermijdt oogcontact met mij.
Het is verontrustend om pap Ariel te horen noemen bij de naam van mijn overleden mate. Maar dat is niet het enige dat me zorgen baart.
Hij is bleker dan normaal. Ook spreekt hij langzaam en houterig.
Ik weet niet precies wat er aan de hand is, maar...
Er is iets mis met pap.
***
Als ik na het ontbijt terugkeer naar mijn kamer, zie ik tot mijn verbazing dat Ariel daar op me wacht.
Die verbazing slaat om in woede als ze me vertelt over haar onverwachte bezoeker.
Nu kan ik niets anders bedenken dan boos heen en weer te ijsberen in mijn vertrekken. Ik ben er klaar voor om te transformeren en iets kapot te scheuren.
„Hij heeft verdomd veel lef om hier te verschijnen,” grom ik. „Na wat hij je heeft aangedaan, zou ik eigenlijk—”
Ariel legt een kalmerende hand op mijn borst. „Alex, ik ben blij dat hij dit heeft gedaan. Doordat Xavier onze band verbrak, kon ik een veel sterkere band opbouwen... met jou.”
Ze heeft een goed punt.
Toch gaat mijn bloed koken bij de gedachte dat die klootzak zomaar in Ariels kamer stond.
„Je kunt absoluut niet met hem meegaan!” schreeuw ik. „Hij vraagt je om jezelf weer direct in het vizier van de Hunters te plaatsen!”
„Alex, het is mijn familie,” werpt Ariel tegen. „Ik kan niet zomaar achteroverleunen en niets doen!”
„Maar Ariel, je hebt al zoveel vooruitgang geboekt. Na alles wat je door toedoen van de Hunters hebt doorstaan...” Ik wrijf zachtjes met mijn duim over haar wang. „Wat als je...”
„Een terugval krijgt?” vraagt ze. Ze klinkt een beetje gekwetst.
Ik kan aan de blik in haar ogen zien dat ze dat zelf ook al dacht.
„Ik zal al onze beste spoorzoekers sturen. Sterker nog, ik ga zelf wel!” zeg ik om haar op andere gedachten te brengen. „Maar ik kan de gedachte niet verdragen dat jij daarbuiten bent met hem.”
„Ik moet dit zelf doen,” antwoordt ze wanhopig.
„Waarom?” vraag ik gefrustreerd. „Alleen maar omdat jij destijds door de Hunters bent ontvoerd? Ik weiger om—”
„Het is mijn familie,” zegt ze. „Of we nu goed met elkaar overweg kunnen of niet.”
„Fuck...” grom ik binnensmonds.
Ik weet dat ze gelijk heeft. Het is haar plicht om te gaan.
Ze slaat haar armen om me heen, en ik laat mijn hoofd op dat van haar rusten. „Ik wil niet dat je weggaat,” zeg ik zachtjes.
„Het is maar voor een paar dagen,” antwoordt ze, en ze nestelt zich tegen mijn borst.
Ik wil haar zeggen dat ze hen moet vergeten. Maar ik weet hoeveel het voor Ariel zou betekenen als ze de band met haar moeder en zus zou kunnen herstellen.
Ik zucht en aai zachtjes over haar haar. „Ik zal je vast niet meer op andere gedachten kunnen brengen, hè?”
„De Hunters moeten gestopt worden,” antwoordt ze. „En als mijn helende gave daarbij kan helpen...”
„Dan moet je er alles aan doen wat je kunt,” zeg ik, en ik knik naar haar. „Ik snap het. Ik vind het niet leuk, maar ik begrijp het.”
Met tegenzin laat ik Ariel los uit mijn omhelzing. „Wees gewoon voorzichtig... Ik hou te veel van je om je kwijt te raken.”
„Ik hou ook van jou,” antwoordt ze. Ze stapt achteruit, maar verbreekt het oogcontact niet.
Terwijl Ariel mijn vertrekken verlaat, voel ik een soort wanhoop.
Ze is misschien niet mijn voorbestemde mate, maar ze is net zo speciaal voor me.
Ik weet dat Ariel haar familie moet helpen nu er nog een kans is.
Maar waarschijnlijk zal er ook veel oude pijn naar boven komen.
En ik zal zorgen dat ik er voor haar ben als dat gebeurt.
ARIEL
De rit terug naar de Crescent Moon Roedel is pijnlijk ongemakkelijk.
Xavier heeft bijna geen woord tegen me gezegd, en ik niet tegen hem.
Ik neem aan dat dit normaal is bij ex-voorbestemde mates.
Maar misschien is het beter dat hij niet tegen me praat. Wat in vredesnaam zou hij ook moeten zeggen tegen iemand die hij letterlijk uit zijn leven heeft verbannen?
Ik voel een steek van verdriet als we door de bekende straten van mijn roedel rijden.
Ik ben hier opgegroeid.
Enkele van mijn beste herinneringen speelden zich hier af.
Maar ook enkele van mijn slechtste...
Ik probeer de nostalgie uit mijn gedachten te verdringen.
Ik ben hier om te helpen, niet om herinneringen op te halen.
Xavier parkeert bij een enorm huis aan een meer. Het is inmiddels nacht. Het bleke maanlicht schittert op het wateroppervlak.
„Dit is het ouderlijk Alfa-huis waar ik ben opgegroeid. Waar mijn vader Alfa was vóór mij,” zegt hij, als hij voor het eerst weer spreekt. Er klinkt een diepe droefheid in zijn stem. „En hier zou mijn zoon na mij Alfa worden...”
„Hier zal je zoon na jou Alfa worden,” zeg ik. Ik leg bemoedigend mijn hand op zijn schouder.
Hij glimlacht even zachtjes. Maar zijn gezicht betrekt meteen als er een schrille stem van buiten de auto schreeuwt.
„Wat de FUCK!”
Als ik opkijk, zie ik Natalia als een woeste wolf op ons af stormen. Ze is werkelijk pisnijdig.
Oh, geweldig...
Het lijkt erop dat me weer een vijandige thuiskomst te wachten staat.

















































