
Haar Laatste Hoop
Auteur
Karrie
Lezers
8,0M
Hoofdstukken
58
Proloog
LAKE
Het gebeurt wanneer ik op een vrijdag de kantine van mijn school verlaat.
Ik ben er klaar mee. Ik ben het zat dat mijn klasgenoten me aanstaren alsof ik een monster ben. Ik ben het gefluister en de gemene blikken zat. Ik ben het zat om het gevoel te hebben dat ik voor altijd alleen zal zijn. Alsof er iets mis met me is.
Ik ben er zo aan toe om de school achter me te laten voor het weekend. Ik wil gewoon gaan jagen met mijn broer Landon. We zullen in onze wolven veranderen en over het land van onze roedel rennen. We zullen iets lekkers vinden om mee naar huis te nemen voor onze familie.
Ik ben verzonken in dagdromen daarover, wanneer ik een tinteling voel. Ik sta abrupt stil.
„Lake, wat een prachtige naam.“
Ik voel de lange gestalte achter me. Zijn zware stem maakt me helemaal gek.
Mijn wolf wil zich omdraaien en naar hem kijken. Maar iets zorgt ervoor dat ik verstijf.
Mijn broer wordt meteen boos en draait zich om naar de nieuwkomer. Maar ik sta nog steeds aan de grond genageld. Mijn hart bonst in mijn borst.
„Hé, jij bent die nieuwe uitwisselingsstudent, toch?“ vragen een paar meiden giechelend aan hem. Hij geeft geen antwoord.
Mijn hele lichaam tintelt nu. Mijn wolf Lynne krabt aan de binnenkant van mijn lichaam. Iets aan de mysterieuze man trekt haar naar hem toe. Als er geen mensen op mijn school waren, zou ik er waarschijnlijk aan toegeven. Dan zou ik hier en nu in mijn wolf veranderen.
Ik dwing mezelf om rustig te worden. Mijn hart klopt razendsnel. Landon en de mysterieuze man maken nog steeds ruzie. Maar ik ben te veel afgeleid door het geluid van de stem van de man. Ik hoor niet wat ze zeggen.
Ik dwing mezelf om te bewegen. Ik leg mijn hand op Landons rug. Zo vertel ik hem stilzwijgend dat het goed is. Ik draai me om en kijk naar de man die me kriebels in mijn buik geeft.
En mijn hart slaat een slag over.
Het is hem.
***
Een week geleden
***
Ik staar naar het meisje in de spiegel. Ik herken de persoon die naar mij terugkijkt niet.
De groene ogen van het meisje waren ooit helder. Nu zijn ze dof en levenloos. Er zit opgedroogd speeksel op haar linkerwang. Haar neus is rood van het vele huilen.
Het nachthemd is kapot gescheurd. Er vormen zich blauwe plekken op haar buik en ribbenkast. Haar haar is in de war en vet doordat ze niet goed voor zichzelf heeft gezorgd.
Een brandende pijn overspoelt me, en ik schreeuw het uit van de pijn. Mijn botten en spieren doen pijn wanneer mijn lichaam op de grond valt. Tranen vullen mijn ogen terwijl een paar armen zich zachtjes om me heen slaan.
Mijn tenen buigen zo strak dat ik ze hoor knakken. Ik krimp in elkaar en lig in de foetushouding in de armen van mijn tweelingbroer, Landon. Ik huil luid. Mijn lichaam trekt samen van de pijn.
„Hij gaat haar vermoorden!“ hoor ik het gedempte huilen van mijn moeder. „Mijn baby...“
Landon houdt me steviger vast. Ik verberg mijn gezicht in zijn nek. Mijn klauwen en hoektanden komen tevoorschijn.
„Laat haar niet los, Landon,“ beveelt mijn vader. „Lynne vecht tegen haar.“
Mijn wolf Lynne wil heel graag tevoorschijn komen. Ze wil de hoer die onze mate van ons heeft afgepakt, aan stukken scheuren.
Mijn borstkas kraakt als een nieuwe golf van pijn me overspoelt. Ik klamp me vast aan Landons lichte T-shirt. Ik bijt op mijn onderlip tot die bloedt.
Mijn ogen zijn stijf dichtgeknepen en mijn gezicht is gespannen. Ik kan alles voelen wat ze doen.
En net als op veel eerdere nachten verdwijnt de pijn snel. Hij is net zo snel weg als dat hij kwam.
Lynne brengt zichzelf langzaam terug naar de werkelijkheid. Ze trekt zich terug in mijn achterhoofd. Ze weigert me ook haar pijn te laten dragen.
„Het is goed...“ Landon veegt mijn haar uit mijn gezicht. Ik zit gewoon in zijn armen met een dikke brok in mijn keel.
„Waarom zou hij me dit aandoen?“ vraag ik. Mijn stem slaat over. Mijn gezicht toont geen enkele emotie. Ik staar alleen maar naar de badkamertegel. Die is een beetje bevlekt met het bloed van mijn wonden.
„Je moet hiermee stoppen...“ smeekt mijn moeder aan mijn vader. „Zo had het niet mogen gaan.“
Ik laat Landon los en val slap in zijn armen. Hij ondersteunt met liefde mijn gewicht en wrijft over mijn schouder.
„Het maakt me niet uit hoe dit zou moeten gaan,“ gromt mijn tweelingbroer. „Lake heeft ons nu nodig. Dat is het enige dat telt.“
Na een tijdje aandringen laat ik Landon me eindelijk op de been helpen. Hij brengt me terug naar mijn kamer. Mijn ouders blijven achter om de rommel op te ruimen.
„Lake...“ zucht Landon als hij mijn buik ziet. De blauwe plekken zijn vanavond duidelijker zichtbaar. Velen zijn blauw en donkerpaars. Andere plekken van eerder vandaag hebben een gele kleur.
Mijn broer trekt mijn nachthemd uit en geeft me zijn eigen shirt. Het zit los genoeg om de extra wondjes van mijn nagels niet te irriteren.
„Alsjeblieft... laat me niet alleen...“ fluister ik terwijl Landon de deken over me heen trekt. Hij zegt niets en gaat naast me op de grond zitten.
Ik draai me om. Ik val in slaap terwijl Landon zachtjes neuriët.
***
Mijn ogen gaan langzaam open en ik kijk op mijn telefoon. Het is drie uur 's nachts. Mijn ogen zijn te droog om nog meer tranen te laten vallen.
Elke keer als ik bijna in slaap val, zie ik zijn gezicht. Ik zie de walging op het gezicht van mijn mate. En ik hoor de afkeer in zijn stem van die nacht.
Mijn hoofd blijft maar bedenken hoe het had kunnen zijn. En wat er had moeten gebeuren toen we elkaar ontmoetten.
Ik zou nu gekoppeld en gemarkeerd zijn. De huidige alpha en luna zouden mijn familie en mij welkom hebben geheten in het roedelhuis.
Daar zouden mijn mate en ik ons leven samen zijn begonnen. We zouden zijn afgestudeerd. En we zouden benoemd zijn tot de nieuwe alpha en luna.
Maar het belangrijkste is dat ik gelukkig was geweest. Ik was veilig bij hem in bed geweest.
Ik kreun van de kloppende pijn in mijn borstkas. Een nieuw symptoom van mijn afwijzing is dat ik constant bang ben. Ook heb ik paniekaanvallen.
Door het hyperventileren zijn mijn ribben bijna geknakt onder de druk van Lynne.
Wanneer we symptomen hebben, voelt niet alleen het menselijke lichaam ze. Het wolvenlichaam voelt ze ook.
Lynne heeft geprobeerd te transformeren. Dat zou het nu makkelijker voor ons allebei maken. Maar ik blijf weigeren. Daarom heb ik bijna drie gebroken ribben.
Ik ruik zijn geur nog steeds vaag in de lucht, zelfs als hij helemaal niet in de buurt is. Het ruikt naar het bos en verse regen.
De Maangodin en haar Lotsgodinnen hebben mijn moeder verteld dat ze nog even moet wachten. Maar ik vraag me af hoe lang ik deze pijn nog kan verdragen.
***
Ik val bijna in slaap op weg naar school. Dat mijn mate gisteravond weer plezier had, voelde als scheermesjes over mijn huid. Het voelde alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Het was veel erger dan normaal.
Ik moest vanochtend ook weer heel veel make-up opdoen. Door deze donkere kringen lijk ik op een wasbeer met hondsdolheid.
„Weet je,“—Landon parkeert de auto op zijn vaste plek—„ik kan hem nog steeds in elkaar slaan.“
Ik lach zachtjes naar hem en glimlach. Mijn pijn is duidelijk hoorbaar in mijn stem.
„Landon,“ blaas ik uit, „ik wil hier gewoon doorheen komen. Hij mag doen wat hij wil. Ik zal hetzelfde doen zodra ik eindelijk twee nachten op rij goed kan slapen.“
Mijn broer rolt met zijn ogen, maar grinnikt om mijn poging tot een grap. Het verlicht de gespannen knoop in mijn borst. Die knoop had zich de afgelopen uren flink opgebouwd.
„Lake!“ Riley rent naar me toe en geeft me een dikke knuffel. Ik kan niet anders dan glimlachen. Daarna lach ik om het geschokte gezicht van mijn broer.
Riley merkt het op. „Wat? Ze is mijn beste vriendin.“
„Ik krijg nooit zo'n reactie!“ Landons gezicht betrekt en hij begint te pruilen. Ik rol met mijn ogen naar het verliefde stel. Riley drukt een dikke kus op Landons wang en nestelt haar gezicht in zijn nek.
Landons glimlach is onbetaalbaar. Maar ik voel toch de angst en nervositeit waarvan ik weet dat die vandaag zullen komen.
Lynne wordt onrustig als Landon en ik naar de scheikundeles lopen. Ik probeer haar te kalmeren als we de hoek omgaan. Maar zodra we dat doen, heb ik daar spijt van.
Mijn ogen worden groot als ik mijn mate met zijn nieuwe meisje zie. Er verschijnt een glimlach op zijn lippen. Zij heeft haar armen om zijn middel geslagen. Ze kijken elkaar liefdevol in de ogen.
Ik voel de zware woede van Lynne. En ik voel mijn eigen verdriet. Mijn lichaam begint pijn te doen als ze elkaar heel langzaam en diep zoenen. Mijn lichaam wordt koud en stijf. Landon merkt dat.
„Lake...“ Landon probeert mijn hand te pakken, maar ik trek die weg. Mijn ogen staren nog steeds naar het stel voor me.
„Je moet me je laten helpen. Er zijn hier te veel mensen. Laat me je naar huis brengen, dan kun je een stuk gaan rennen.“
Plotseling is de woede van mijn wolf groter dan mijn verdriet. De glimlach van mijn mate verdwijnt als we oogcontact maken.
Mijn handen beginnen aan de hengsels van mijn rugzak te trekken. Het meisje in zijn armen kijkt ook mijn kant op.
„Oh, hé, kleine juffrouw afgewezen.“ Het meisje grijnst.
Mijn broer gromt: „Delilah, pas op.“
Lynne begint door mijn verdediging heen te breken. Ze wil niets liever dan Delilah aan stukken scheuren. Ze wil alle herinneringen vernietigen die onze mate aan haar heeft.
„Wat?“ Delilah giechelt en kust de wang van mijn mate. Hij en ik maken ijskoud oogcontact. Er wervelt iets in zijn groene ogen dat mijn maag doet omdraaien.
„Iedereen vraagt zich hetzelfde af. Waarom is ze nog niet veranderd in een rogue en heeft ze niet iedereen hier aangevallen?“
„Omdat ze—“ Voordat mijn broer zijn zin kan afmaken, laat ik mijn rugzak vallen. Ik ren heel hard weg van deze situatie. Mensen gaan uit de weg, of ik duw ze aan de kant.
Ik weet dat ik op het punt sta om elk gevoel van menselijkheid te verliezen als ik hier nog langer blijf.
Ik ren door de hoofdingang van de school naar buiten en haast me naar het bos.
Mijn hoektanden worden groter en mijn klauwen komen tevoorschijn. Ik ben niet in mijn echte wolvenvorm. Maar het is genoeg om hard te rennen en een paar bomen neer te halen.
***
Het is volle maan vannacht. Mijn lichaam trilt van het gevecht om de controle dat ik met Lynne had.
Het kostte me bijna al mijn kracht om terug te kunnen keren naar het territorium. Daarna duurde het nog twee uur om de moed te verzamelen om mijn familie onder ogen te komen. Ik weet dat ze zich erge zorgen over me moeten maken.
Ik ben tien kilometer van huis. Ik heb de ruimte en frisse lucht nodig.
Overal in het territorium ruikt het naar mijn mate. Aangezien zijn wolf de volgende alpha zal zijn, doet hij een vaste controle van de grenzen. Deze grenzen liggen rond het territorium van mijn roedel, Dark Moon.
Zelfs tien kilometer verderop kan ik zijn heerlijke geur ruiken. Beelden van vanochtend flitsen door mijn hoofd. Beelden van Delilah die haar slijmerige handen om zijn middel had.
Ik voel opnieuw een pijn in mijn borstkas.
Ik pak mijn shirt stevig vast en kijk omhoog naar de maan. De prachtige maan waar ik al achttien jaar van mijn leven van houd.
Ik ging 's nachts altijd naar buiten om gewoon naar de maan te kijken. Mijn moeder gaf me altijd op mijn kop als ik buiten in slaap viel. Dan gaf ze me een dag of twee huisarrest.
Toen ik mijn eerste transformatie had, was dat alles wat ik deed. Ik sliep buiten in het gras. Of ik sliep onder de bladeren van de bomen in een nest dat Lynne had gemaakt. Dat deed ze om warmte vast te houden voor de winter.
Mijn moeder stopte met die ruzies nadat Lynne in mijn leven kwam. Vooral omdat ik het toch wel zou doen. Dus ze gaf het gewoon op.
Ik zucht en kijk naar de grond. Het enige waar ik aan kan denken, is pijn. De pijn van het verliezen van de persoon voor wie ik bestemd was. En het verlies van wie ik bestemd was om te worden.
Uiteindelijk vallen er tranen. Ik kan ze niet langer inhouden. Alles van de afgelopen weken heeft zich opgestapeld. Dat is zo erg dat ik bijna een hele vallei aan bomen heb verwoest.
„Ik weet dat je zei dat dit voorbij zou gaan...“ fluister ik en kijk weer naar de maan. Het thuis van onze godin en haar Lotsgodinnen.
„Maar... hoe lang ga je dit nog laten gebeuren?!“ Mijn woorden zijn doordrenkt met mijn pijn en woede.
Ik houd de linkerkant van mijn nek vast. Het brandt al sinds de zon onderging.
Het brandende gevoel in mijn nek wordt alleen maar erger. Ik begin te schreeuwen en val op mijn knieën. Mijn huid is gloeiend heet. Het voelt alsof ik word gebrandmerkt met een witheet stuk ijzer.
De pijn van Lynne overspoelt in één keer al mijn zintuigen. Mijn woede, pijn, verdriet en pure hulpeloosheid stromen tegelijkertijd mijn hoofd binnen. Mijn lichaam doet pijn en mijn gewrichten worden stijf.
De band met mijn mate straft me. Het geschenk van de Maangodin straft me. Het lot van de Lotsgodinnen straft me. Mijn eigen wolf straft me.
Plotseling kan ik het niet meer aan en mijn lichaam stort in. Ik begin te hyperventileren, maar mijn ogen willen sluiten.
Net als ik ze niet langer open kan houden, ritselen de bomen vlakbij. Ik probeer mezelf in een verdedigende houding te dwingen. Maar het is hopeloos. Ik moet slapen.
Terwijl ik op mijn knieën zak, met wazige ogen, stapt er rustig een gestalte uit de bomen. Hij kijkt naar mij.
Ik vang een glimp op van gespierde armen. Rommelig haar. Glinsterende grijze ogen.
En dan wordt het zwart voor mijn ogen.











































