
Helion's Kitchen
Auteur
Lezers
267K
Hoofdstukken
10
Op de proef gesteld
Het is mijn eerste dag en ik ben te laat!
Ik heb de verdomde baan nog niet eens. Dat komt door de proefweek die bedoeld is om ons te testen. Ik verpest het nu al, nog voordat ik ben begonnen. Misschien merken ze het niet als ik stiekem via de achterkant naar binnen glip?
Wie houd ik voor de gek? Natuurlijk zullen ze het merken. Volgens de e-mail zijn er maar vijf van ons uitgenodigd voor deze proef. Als er vier recht voor hem staan, hoef je geen genie te zijn om te beseffen dat er eentje ontbreekt.
Ik heb over hem gelezen, over chef Helion. Hij is een legende in ons vakgebied en een ware meester in de keuken. Hij is een chef-kok met meerdere Michelinsterren. De kans om onder hem te werken is er een die ik simpelweg moet aangrijpen.
Helaas word ik er waarschijnlijk al uitgegooid voordat ik ook maar een spatel kan oppakken. Ik heb gehoord dat hij meedogenloos is. Ik zou het hem niet kwalijk nemen als hij pissig is omdat ik op de eerste dag te laat kom. Wie doet zoiets nou?
Ik haast me de taxi uit en ren de straat op, recht voor het restaurant. Snel bind ik mijn haar in een paardenstaart. Daarna loop ik door de glanzende metalen deur naar binnen.
Het is geen verrassing dat de zaal leeg is. Ik wurm me een weg tussen de tafels door richting de keuken. Ik hoop maar dat ik dit op de een of andere manier levend doorkom.
Ik hoor zijn stem al voordat ik de dubbele deuren openduw. Het geluid is zwaar en rauw. Het is het soort stem dat je verwacht bij de menselijke belichaming van pure seks. En als ik naar binnen loop en hem aankijk, klopt dat beeld helemaal.
Het witte koksbuisje sluit mooi aan op de spieren van zijn armen en borst. Door het contrast lijkt zijn huid een nog warmere, gouden gloed te hebben. Zijn donkere, krullende haar valt tot aan zijn oren. Het zit perfect in model, ook al is hij hier gewoon om te werken.
Zijn mooie, volle lippen persen zich geïrriteerd op elkaar wanneer hij ziet dat ik binnenkom. „Chef Darcy, neem ik aan?“ Zijn donkerbruine ogen staren diep in de mijne. Het is alsof hij wil uittesten of blikken echt kunnen doden.
„Ja, chef. Het spijt me, chef. Mijn huisgenoot heeft mijn auto gestolen.“ Ik kijk naar de vloer terwijl ik praat. Het is een teken van onderdanigheid en ik hoop dat hij dat kan waarderen.
De huisgenoot in kwestie heeft nu dertig dagen de tijd om op te rotten uit mijn appartement. Als mijn auto vanavond niet terug is, doe ik aangifte bij de politie.
Het kan me niet schelen dat haar vriendje een lift naar het vliegveld nodig had. Dit is de belangrijkste proef van mijn leven en zij heeft het mogelijk nu al verpest.
„Naar mijn kantoor, nu meteen,“ zegt hij tegen mij. Dan kijkt hij naar de andere vier. „De rest van jullie begint met de voorbereidingen. Ik ben zo terug.“ Zijn stem galmt door de ruimte.
De moed zakt me in de schoenen en ik slof langzaam achter hem aan. Ik wil de uitbrander en het ontslag dat eraan zit te komen het liefst gewoon overslaan. Maar kun je ontslagen worden als je nog niet eens officieel bent aangenomen? Dat maakt dit alles op de een of andere manier nog veel erger.
Ik heb keihard gewerkt tijdens de sollicitatieprocedure. Ik heb onderzoek gedaan naar elk restaurant dat hij ooit heeft gehad. En dat zijn er nogal wat! Dit alles om het hier te laten eindigen, zonder dat hij mijn kookkunsten ook maar heeft geproefd.
Hij sluit de deur achter ons zodra ik binnenstap. Ik neem de leren stoelen, het grote bureau en de gedempte verlichting in me op. Zijn kantoor is chic en stijlvol. Dit is niet wat ik had verwacht achter in een restaurant, vlak bij de keuken. Ik dacht eerder aan kleverige vloeren en vetvlekken.
„Als het waar is wat je zegt, ben ik bereid je een kans te geven om te blijven. Maar het zal je waarschijnlijk niet bevallen,“ zegt hij.
Als ik me niet vergis, glinsteren zijn ogen plagerig. Maar dat maakt me niets uit. Ik ben bereid om alles te doen wat nodig is om te mogen blijven. „Ik neem de kans! Ik doe alles, chef!“ smeek ik, en zijn grijns wordt nog breder, alsof hij bezeten is door de Kolderkat zelve.
Hij wijst naar de stoel voor het bureau. Zelf loopt hij naar zijn kant en opent een lade. Ik ga op de met leer beklede stoel zitten. Ik voel het koele oppervlak door de stof van mijn broek heen.
„Ik ga je iets laten proeven en ik wil dat je me precies vertelt wat het is. Raad je het fout, dan lig je eruit. Raad je het goed, dan mag je blijven.“
Hij kijkt even in de lade en haalt er dan een zijden stropdas uit. Hij reikt hem over het bureau naar mij aan. De stof voelt zacht aan mijn vingers. Het ruikt sterk naar dure mannenparfum. Dat is iets wat mijn ex zich nooit kon veroorloven.
„Niet valsspelen, anders lig je eruit. Bedek nu je ogen en doe je mond open.“ Zijn dwingende stem gaat recht door mijn lichaam heen, helemaal tot in mijn tenen.
Ik aarzel maar een tel. Daarna trek ik de das met trillende handen over mijn ogen. Ik probeer te bedenken wat voor ingrediënt hij in dit kantoor kan hebben voor zo'n test.
Het kan niets vers zijn. Het kan ook niet iets zijn dat snel bederft. Het is vast een ingrediënt dat heel vaak wordt gebruikt.
„Ben je er klaar voor?“ Zijn mond is nu vlak bij mijn oor. Ik heb niet eens gehoord dat hij naar deze kant van het bureau is gelopen.
Ik hoop dat hij mijn rilling aanziet voor schrik. Anders wordt dit misschien nog wel veel gênanter. „Ik ben er klaar voor,“ fluister ik zachtjes.
Ik houd mijn mond open. Ik wacht tot er een lepel of iets anders naar binnen komt. Ik heb geen idee wat ik met mijn tong moet doen. Er gebeurt een paar seconden helemaal niets. Ik begin me af te vragen of ik zijn instructies misschien verkeerd heb begrepen.
Mijn gedachten stoppen plotseling wanneer zijn vinger in mijn mond glijdt. Hij wrijft zachtjes over mijn tong. Ik weet niet waarom, maar mijn instinct zegt me dat ik moet zuigen. En dus doe ik dat.














































