
De Playmaker 3: De geluksbrenger
Auteur
Lezers
604K
Hoofdstukken
50
Supergenie
Boek Drie: The Good Luck Charm
Monroe
„Ik kan niet geloven dat je pas vierentwintig bent! Je hebt zeker vier klassen overgeslagen?“
Ik doe mijn best om niet met mijn ogen te rollen naar de irritante collega die tegenover me zit.
We zitten in ons tweede jaar als arts-assistent, en hoewel ik in mijn eerste jaar onopvallend en afgezonderd van de andere drie arts-assistenten kon blijven, besef ik nu dat mijn introverte karakter een probleem begint te worden.
De andere arts-assistenten vertrouwen me niet en willen niet met me omgaan, en hoewel ik dat eerst misschien zelf ook wilde, besefte ik al snel dat het me in mijn werk niet helpt als ik me als een snob gedraag.
Ik moet nog minstens vier jaar met deze mensen werken, en bekendstaan als de arrogante bitch van de groep—in combinatie met het feit dat ik bijna vier tot zes jaar jonger ben dan de rest—gaat me niet helpen.
Ik was niet altijd zo. Op de universiteit probeerde ik nog om vrienden te maken, socialer te worden en zelfs te daten, maar dat liep uit op een enorme ramp.
Ik was altijd te jong om om te gaan met de meiden van mijn studie, en het feit dat ze niet met me konden drinken, uitgaan of me op z'n minst als de bob konden gebruiken, maakte mij geen leuke kandidaat voor een vriendschap.
En daten? Vergeet het maar.
In mijn tweede jaar op de universiteit werd ik smoorverliefd op de man waarvan ik dacht dat hij mij echt zag voor wie ik was, maar hij trapte op mijn hart en wierp het opzij.
Zelfs als ik vrienden maak op mijn werk, is er geen schijn van kans dat ik ooit nog toelaat dat ik op die manier van iemand ga houden.
Wat mij betreft, ben ik helemaal tevreden om de rest van mijn leven aseksueel door te brengen.
Ik heb me zelfs meer dan eens afgevraagd of er omgekeerde conversietherapie bestaat voor heterovrouwen die lesbisch willen worden. Zo erg was mijn hart gebroken.
Maar inmiddels is het bijna negen jaar later en ben ik een ander persoon. Ik ben niet meer dat jonge en naïeve meisje van zestien; ik ben een volwassen vrouw en een arts, verdomme!
Een arts die aardig moet gaan doen tegen haar collega's en een leuker persoon moet worden om mee om te gaan.
Dus slik ik mijn frustratie in en schenk een glimlach aan dr. Karter Alexander.
We zitten op de stoelen in de grote binnentuin buiten het grote kantoorgebouw waar de kinderpraktijk van dr. Wilson en dr. Anderson gevestigd is, waar we werken.
„Ehm, ja. Maar het is niet zo indrukwekkend als het klinkt. Ik ging op mijn dertiende naar mijn schoolfeest en bracht bijna mijn hele studietijd alleen door op een studentenkamer, waar ik naar Star Trek keek omdat ik te jong was voor andere dingen.“
Hij lacht en ik geef hem een beleefde glimlach.
Ik vind hem op zich wel knap. Hij heeft zandkleurig haar dat veel te lang is en echt geknipt moet worden, maar hij heeft ook vriendelijke, lichtbruine ogen en een brede glimlach.
„Laat me raden... Harvard? Al had ik je daar dan waarschijnlijk wel gezien...“ Ik moet moeite doen om niet opnieuw met mijn ogen te rollen. Natuurlijk is hij er zo een.
„Ehm... Barding University voor mijn bachelor, UCLA voor mijn masteropleiding en daarna Brown voor mijn geneeskundestudie, eigenlijk.“ Ik voel dat mijn wangen rood worden; ik haat het om over mezelf te praten, omdat het alleen maar tot meer vragen leidt.
Hij fluit. „Ben jij een soort supergenie ofzo?“
Deze keer lach ik echt. „Niet bepaald. Ik heb gewoon een fotografisch geheugen en ik hou van wetenschap,“ zeg ik schouderophalend.
Ik voel mijn pieper trillen tegen mijn been en moet vechten om een opgeluchte zucht in te houden.
Gered door de bel.
Ik sta op van de tafel, gooi mijn half opgegeten broodje kipsalade in de prullenbak en loop dan terug het gebouw in.
***
De rest van mijn werkdag verloopt soepel. Ik ben hier graag en ik heb altijd al geweten dat ik kinderarts wilde worden.
Dat komt deels doordat ik mijn kleine zusje Max aan leukemie verloor toen ze pas zes jaar oud was, maar het komt vooral voort uit mijn liefde voor kinderen.
Hoewel ik niet erg populair ben bij mensen van mijn eigen leeftijd, heb ik me altijd beter kunnen inleven in kinderen—en niet om op te scheppen, maar ze zijn dol op me.
Mijn therapeut denkt dat de reden dat ik liever tijd met kinderen doorbreng dan met andere volwassenen is, dat ik in mijn eigen jeugd nooit een klik had met leeftijdsgenoten.
Ik weet dat daar een kern van waarheid in zit, want, tja, ik was tien toen ik naar de middelbare school ging en veertien toen ik naar de universiteit vertrok.
Ik was nooit omringd door leeftijdsgenoten, en ik moest midden in mijn middelbareschooltijd de puberteit doorstaan.
Ja. Mijn therapeut heeft misschien wel gelijk, maar wat maakt dat uit? Ik hou van mijn werk en ik kan niet wachten om kinderarts te zijn.
Ik open de deur van onderzoekskamer vier en glimlach wanneer ik begroet word door een ontzettend schattig meisje. Ze is niet ouder dan vier of vijf jaar en heeft een bos met donkere krullen.
Haar felblauwe ogen en de kuiltjes in haar wangen doen me haast smelten. Ze is het mooiste kind dat ik ooit heb gezien, en ik ontmoet elke dag veel verschillende kinderen!
Ik werp een blik op haar dossier en kijk dan weer naar haar.
„Hallo Melody, ik ben dr. Marsailles. Ik zie hier dat je langskomt voor een controle. Is je mama of papa ook bij je?“ vraag ik, als het me voor het eerst opvalt dat er niemand met haar in de kamer wacht.
„Mijn papa is hier. Hij moest even bellen voor zijn werk,“ zegt ze schouderophalend.
„Oké, nou ik heb je papa hier nodig voordat ik met de controle kan beginnen. Goed?“
Ik ben lichtelijk geïrriteerd. Ik krijg hier veel drukke ouders over de vloer, maar kom op zeg? Kan deze man niet even een pauze nemen van zijn werk, zodat zijn dochter een simpele controle kan krijgen?
Voordat ik vol afschuw kan snuiven, gaat de deur van onderzoekskamer vier open en stapt er een heel lange man in een joggingbroek met bijpassende hoodie naar binnen.
Hij draagt een pet en een zonnebril, maar haalt ze af nadat hij de deur achter zich gesloten heeft.
Ik kijk heel even naar mijn dossier, maar als ik weer opkijk, sta ik als aan de grond genageld.
Dit meen je fucking niet...
Ik sta als verlamd en kan niet eens iets zeggen. Het enige wat ik kan doen is naar Miles Aaron staren. Mijn eerste liefde, mijn eerste alles—inclusief mijn eerste gebroken hart.
















































