
Verdorven door onschuld
Auteur
Niccolite Slater (with S. S. Sahoo)
Lezers
167K
Hoofdstukken
19
Hoofdstuk 1
ANGELA
Ik leg zachtjes een kleine roos op de grafsteen aan mijn voeten en mijn vingers glijden over de uitgesneden woorden die een leven eren dat verloren ging bij een tragisch ongeluk dat ik me nauwelijks kan herinneren.
Tweehonderd jaar is een lange tijd om te leven, en herinneringen—zowel goede als slechte—vervagen langzaam.
Een kleine glimlach verschijnt op mijn lippen als ik mijn hoofd buig voor de overledene voor me, in de hoop dat ze een vredige reis hebben naar wat er na deze harde wereld komt. Wat dat ook mag zijn, ik heb geen idee.
De naderende schemering versnelt mijn rustige momenten bij de doden. Ik loop van de ene grafsteen naar de andere en toon aan elk graf hetzelfde respect.
Elk graf krijgt een rode roos en een kleine buiging, een stille wens voor hun veilige reis naar een hiernamaals, als zoiets echt bestaat.
Ik zeg niet dat ik onschuldig ben, ook al probeer ik er wel zo uit te zien. De verloren levens en de grafstenen om me heen zijn een trieste maar nodige werkelijkheid.
Als slachtoffers van hebzucht en macht vond ieder van hen een genadeloos einde door mijn handen, vanwege hun minachting en ontkenning van mijn waarde.
Ik ben verre van onschuldig, een feit dat ieder van deze arme zielen in hun laatste momenten besefte toen ik met een glimlach mijn dodelijke gerechtigheid uitvoerde.
Mijn voetstappen klinken zacht op de vochtige aarde, en elke stap brengt me dichter bij de nieuwste grafsteen.
Een diepe zucht ontsnapt me terwijl ik ervoor kniel, en mijn handen trillen als ik mijn laatste roos bij haar laatste rustplaats leg. Een snik breekt uit me los als ik denk aan de vrouw die hier ligt.
Mijn liefste, ik mis je zo.
Mijn lippen trillen van de pijn in mijn hart, om de verschrikkingen die haar door mijn toedoen zijn overkomen. Ik lees de grafsteen in stilte.
Morgan L. Smith, mijn grootste liefde, je hebt mijn hart en ziel. Ik zal voor altijd van je houden. Rust zacht.
Ik lees de woorden nog een keer, en boosheid borrelt in me op over de valse sentimenten die ik heb gebruikt om deze grafsteen te maken.
Morgan was bijna drie jaar lang mijn hele wereld. Ik werd naast haar wakker, kwam voor haar thuis, en bedreef de liefde met haar op manieren die volwassen mannen zouden doen blozen.
En al die jaren accepteerde Morgan mij, alles aan mij.
Totdat ze dat niet meer deed.
Ze smeekte me om te stoppen met het uitdelen van gerechtigheid en vertelde me dat ik niet tegelijk de jury, de rechter en de beul kon zijn. Maar ze begreep het niet. Ik pikte het niet om respectloos te worden behandeld door een ras dat ik al twee keer zo lang had overleefd.
Morgan dacht echt dat ze het juiste deed, maar ik kon haar constante afkeuring niet accepteren.
En toen ze me vroeg om mezelf aan te geven?
Sloegen bij mij de stoppen door.
Ik heb er geen spijt van en ik ga me niet verontschuldigen. Ze was in het verleden misschien alles voor me, maar niemand staat me in de weg. Ik ben de enige persoon die mijn lot kan bepalen.
Daarom heb ik een nieuw doelwit, iemand die ik zo ver zal breken dat hij vrijwillig voor me zal buigen als ik met hem klaar ben.
Een gemene lach vervangt de kleine glimlach op mijn gezicht, en mijn ogen glinsteren van verwachting bij de grafsteen naast die van Morgan. De steen is leeg, het graf moet nog gegraven worden; het wacht op zijn bewoner.
Xavier Knight, ik kom je halen.
XAVIER
Ik vecht tegen de neiging om naar mijn vader te grommen terwijl ik mijn armen over mijn borst kruis en mijn tatoeages over mijn blote armen oprekken. Ik heb het één keer te vaak verpest, en nu zit het hele PR-team op mijn nek.
Helaas is de oplossing van mijn vader een huwelijk.
Ja, fuck dat.
„Xavier! Dit is belangrijk.”
„Ja, ja, het zal wel.” Ik wimpel mijn vader af en probeer niet te denken aan de vrijheid die ik verlies door in te stemmen met deze onzin.
Slechts twee uur geleden was ik nog in een club in het centrum, en was ik zorgeloos aan het drinken. Ik mag dan de erfgenaam van Knight Enterprises zijn, maar zonder verantwoordelijkheden en met onbeperkte middelen had ik het niet beter kunnen treffen.
Dat veranderde allemaal vanavond, toen de club werd opgerold wegens betrokkenheid bij een ondergrondse drugshandel.
Het was geen groot probleem geweest, ware het niet dat iedereen weet dat het een van mijn favoriete plekken is. Nu vraagt iedereen zich af of ik al high ben sinds de club openging.
Voor de duidelijkheid, ik heb dat spul niet aangeraakt. Drank is meer dan genoeg voor mij.
Zeven portretfoto's worden over de tafel geschoven door de jonge PR-assistent van mijn vader. Hij biedt een strakke glimlach, alsof hij zich verontschuldigt voor de taak die hij heeft gekregen.
Ik kijk hem fronsend aan, omdat ik niet weet hoe ik anders moet reageren, en leun naar voren om de vrouwen te bestuderen die eruitzien alsof ze zo uit een tijdschrift zijn gestapt.
Als ik mijn vader ken, is dat waarschijnlijk ook zo. Ik waardeer het dat niemand me de levensverhalen van deze vrouwen heeft geprobeerd te vertellen, want eerlijk gezegd boeit me dat niet; uiterlijk is het enige wat telt voor mij.
Nou ja, uiterlijk en gehoorzaamheid.
Ieder van hen schreeuwt bimbo—groot haar, een diep decolleté en opvallende ogen.
Ik gooi de foto van de roodharige meteen weg. Ik heb niets tegen roodharigen, maar ik ken haar van een eerdere... ontmoeting. Ze is een beetje een bitch. Ik herinner me haar naam niet, maar ze was oké, zij het een beetje wanhopig.
Pa zei dat we dit huwelijk één of twee jaar echt moeten laten lijken, met noodplannen voor het geval ik het verpest.
En oh, ik ga het zeker weten verpesten.
De tweede foto doet me aan mijn moeder denken, en er is niets wat ik minder wil dan de hele dag naar iemand kijken die op haar lijkt. Ik schuif die foto ook aan de kant.
De derde en vierde foto moeten een tweeling zijn. Ze hebben verschillende kapsels, en de één is blond terwijl de ander een brunette is.
Ik grijns bij de gedachte om er één te kiezen en ze allebei te krijgen. Iedereen lijkt te staan springen om met me naar bed te gaan, en ik weet dat als ik ze overhaal dezelfde kleren te dragen, ik ze allebei in mijn bed zou kunnen hebben.
Helaas is dat precies het tegenovergestelde van wat dit huwelijk moet bereiken. Als ik ook maar iets wil erven, moet ik mijn openbare misstappen opgeven.
De vijfde foto trekt mijn aandacht, maar er is een opstandigheid in haar blik die me niet echt bevalt. Ze is niet het type dat bevelen opvolgt. Ze ziet eruit alsof ze elke instructie die ik haar geef zou tegenspreken, en ze lijkt een sterke eigen wil te hebben.
In een andere wereld, als ik een ander soort man was, zou ik haar zonder twijfel kiezen. Zij is het soort vrouw waarmee je wilt trouwen.
Maar het punt is... ik wil geen vrouw.
De vrouw op de zesde foto is beeldschoon. Alleen al door naar haar te kijken wordt mijn lul stijf, en ik verzet me in mijn stoel om mijn opwinding te verbergen. Haar heldere, ondeugende groene ogen kijken me op een manier aan die ervoor zorgt dat ik haar wil vinden, voorover wil buigen en haar daar ter plekke wil neuken, ongeacht wie er kijkt.
Maar dat betekent ook dat ze me misschien onder de huid zou kunnen kruipen, en dat kan ik niet laten gebeuren. Zodra het contract afloopt, verbreek ik alle banden, geef ik de vrouw haar geld en duik ik weer in het leven dat ik gedwongen achter me moet laten.
Nee, zij wordt het ook niet.
Dan zie ik de vrouw op de zevende foto, en ik weet meteen dat zij de ware is. Ze is niet zo mooi als de anderen, maar de onschuld die van haar lijkt af te stralen, die kleine, verlegen glimlach op haar lippen en dat vleugje angst in haar ogen? Het is precies wat ik zoek.
Ze ziet er zo puur uit.
Zo klaar om bedorven te worden.
Zo klaar om van mij te zijn.
Ik tik op de zevende foto met een grijns. „Deze. Ik wil haar.”
Het is als een perverse versie van The Bachelor, en ik vind het fucking geweldig.
Misschien is een huwelijk toch niet zo erg.











































