
De Mayhem zes: De ontsnapte gijzelaar
Auteur
Addison Sweet
Lezers
276K
Hoofdstukken
40
Hoofdstuk 1
Mijn stiefvader gaat me willen vermoorden als hij erachter komt wat ik heb gedaan.
Maar het kan me niet schelen.
Ik ben er ZO klaar mee.
Ik ben op het punt gekomen dat ik banger ben om te blijven dan om weg te lopen.
“Waar gaan we naartoe?” vraagt Nova me met haar lieve, slaperige stemmetje.
Ik heb haar in haar favoriete Jack Skellington-deken gewikkeld omdat het op dit moment dertig graden onder nul is in Salt Lake City, Utah.
Mijn vierjarige zusje ziet er zo klein en bang uit terwijl ze naar me opkijkt. Waarschijnlijk omdat ik haar midden in de nacht uit bed heb gehaald en haar heb gezegd muisstil te zijn terwijl we de trap af liepen en door de voordeur naar buiten gingen.
Ik kon het gewoon niet over mijn hart krijgen weg te lopen zonder haaarr.
Ken is misschien haar biologische vader, maar hij is een monster en zal haar geen genade tonen alleen omdat ze zijn DNA heeft. Niet nu hij haar ook al begint te controleren.
De dingen waar ze van houdt.
De kinderen met wie ze speelt bij de kerk.
De kleren die ze draagt.
“Shht, het is oké. We gaan, uh... op reis.”
“Op reis?” Haar ogen gaan van bang naar opgewonden met slechts één vraag.
Ze is net zo opgesloten geweest als ik in dit huis de afgelopen paar jaar.
Mijn zusje springt op en neer terwijl ik pruts met de sleutel van Kens Mercedes. “Kunnen we naar Disneyland?”
Ik grinnik. “Tuurlijk, kleintje. Nu moet je stil zijn terwijl ik je riem vastmaak, oké?”
We staan op de oprit van ons grote huis met twee verdiepingen, maar we zijn nog dichtbij genoeg dat Ken ons zou kunnen horen. Ken heeft overal camera’s hangen, op plekken waarvan ik niet eens weet.
Als hij ons hoort, hoeft hij alleen maar om te rollen en de beveiligingsapp op zijn telefoon te checken.
Er zit een knop op dat ding om de politie te bellen.
“Kunnen we Oogie Boogie zien?” vraagt ze.
Terwijl ik Nova in haar kinderzitje vastmaak, neuriet ze vrolijk This is Halloween.
Ik haat het om tegen haar te liegen. Maar ik zal haar later wel de waarheid vertellen. Op een dag, wanneer we ver weg zijn van deze duivelse plek.
Op een dag zal ze begrijpen dat ik deed wat ik moest doen om haar veilig te houden.
Ik geef een kus op haar voorhoofd. “Ja, we kunnen Oogie Boogie zien. Pas nu op van je vingers want ik doe de deur dicht.”
Trillend van de kou sla ik de deur dicht en hijs ik mijn bevroren kont op de bestuurdersstoel.
Maar voordat ik instap, neem ik even de tijd om mijn twee middelvingers naar het landhuis op te steken.
Dit is de plek die ik ben gaan haten sinds mijn moeder twee jaar geleden stierf.
Ik hoop echt dat zijn camera’s dat hebben opgevangen.
Ken was vanaf dag één al een klootzak, maar ik kon tenminste nog naar een privéschool en in het weekend met mijn vrienden afspreken.
En toen stierf mama.
En toen hield haar stomme, extreem religieuze echtgenoot me tegen om ooit het huis te verlaten zonder zijn toestemming.
Zijn controle begon klein. Hij wilde weten waar ik was, met wie ik was, en voor hoe lang.
Daarna ging hij door al mijn berichten, sociale media-accounts, en mijn kleren, inclusief mijn ondergoedlade. Hij waarschuwde me dat ik er maar beter geen drugs verstopt in kon hebben.
Uiteindelijk dwong hij me om het uit te maken met mijn vriendje, dwong hij me om school te volgen online van thuis uit,...
En ga zo maar door.
Ik kon niet eens naar de uitreiking van mijn diploma.
Elke keer dat ik tegen hem inging, dreigde hij me naar een zes weken durend heropvoedingskamp voor tieners te sturen.
Een kamp dat niet door de overheid wordt gereguleerd.
Het belooft ouders dat ze hun opstandige tiener zullen “helen”, maar in werkelijkheid is het gewoon een geïsoleerd complex dat erop gericht is jongeren zonder enige macht te breken en bang te maken. En dat terwijl ze religieuze onzin door onze strot duwen.
Ken hoefde me daar maar één keer naartoe te sturen toen mama nog leefde. Ik ben niet van plan om er ooit terug naartoe te gaan.
Wat waarschijnlijk de reden is waarom vandaag de laatste druppel was.
Ik start de auto en kijk achterom naar Nova. Ze schenkt me een brede glimlach met haar ronde wangetjes, ongetwijfeld opgewonden om naar Disneyland te gaan.
Ze lijkt soms zo veel op onze moeder dat het pijn doet.
We zijn allebei half zwart, maar Nova heeft een lichtere huid dan ik. Niet alleen dat, maar haar krullen zijn losjes en zacht terwijl die van mij strakker zijn met een gouden ondertoon.
Toch lijken haar grote bruine ogen en neus precies op die van mama.
“Komt papa ook?” vraagt ze, en ik trek meteen een gezicht in het donker. Godzijdank kan ze me niet zien want ik vind het echt vreselijk om tegen haar te liegen.
Stop dan met liegen.
“Nee, kleintje. Het zullen alleen wij twee zijn vanaf nu.” Ik slik. “We zullen papa heel lang niet zien.”
Als alles goed gaat, zullen we Ken Scott nooit meer zien.
“...Is dat oké?” vraag ik.
Lucht blijft in mijn borst steken terwijl ik mijn adem inhoud. Ik heb geen idee wat ik moet doen als ze het niet goed vindt.
Ik weet alleen dat ik haar hier niet kan achterlaten.
Nova slaat haar blik neer, zonder te huilen of me tegen te spreken. Ik vraag me af wat ze denkt totdat ze haar hoofd weer opheft en simpelweg antwoordt met: “Uh-huh.”
Opluchting drukt de lucht uit mijn longen.
Hoewel ze niet moeilijk doet of eist meer wil weten, maak ik me diep vanbinnen toch zorgen dat ze het gewoon nog niet helemaal begrijpt. Toch vertelt haar gebrek aan reactie me genoeg.
Ik rijd achteruit de oprit af, nerveus om aan ons nieuwe leven te beginnen.
Vandaag had mijn eerste dag aan de universiteit moeten zijn. Vanavond zou ik in mijn studentenkamer zijn getrokken, waar ik een klein voorproefje van vrijheid zou krijgen.
Dat was alles wat ik had gevraagd.
Ken liet me een heel jaar wachten nadat ik de middelbare school had afgemaakt. Hij zei dat hij erover moest “nadenken” en beweerde dat niet-religieuze universiteiten me alleen maar meer zouden bederven. Dat was altijd een discussie die ik nooit kon winnen.
Aangezien mama hem pas leerde kennen toen ik een al in mijn tienerjaren zat, beweerde hij dat de wereld zijn tanden al in me had gezet. Dat ik het product van zonde was in elk opzicht. Allemaal omdat ik het lef had om zijn “autoriteit” van tijd tot tijd in vraag te trekken.
Na een tijdje kwamen we echter tot een akkoord.
Het akkoord?
Ik mocht alleen naar de christelijke universiteit op veertig minuten van zijn huis.
Ik zou elk weekend naar huis moeten komen (wat ik wilde om een oogje in het zeil te houden bij Nova).
Al mijn betalingen moesten elektronisch gebeuren zodat hij mijn uitgaven kon controleren.
Geen jongens.
Twee keer per week naar de kerk.
Alleen hoge cijfers halen.
Deze regels waren niet bepaald nieuw. Zo is het altijd al geweest.
Behalve dat hij deze keer zei dat als ik één van zijn regels zou breken, hij me nooit meer Nova zou laten zien. Hij zou stoppen met betalen voor mijn school en mijn auto. Hij zou stoppen met betalen voor alles.
Het is niet alsof ik het niet alleen zou kunnen redden. Ik ben negentien. Als het alleen om mij draaide, was ik lang geleden al weggelopen.
Als het alleen om mij draaide.
Nova nooit meer zien zou me absoluut kapotmaken. Ze is alles wat ik nu nog heb.
De gedachte om haar te verliezen heeft me altijd bang gemaakt. Iets wat Ken goed maar al te goed lijkt te weten.
En mijn stiefvader is het soort man die zijn dreigementen uitvoert.
Bovendien kent hij veel mensen.
Machtige mensen.
Mama zei altijd dat als iemand je vertelt wie ze zijn, je ze moet geloven.
“Soms zijn het woorden die luider spreken dan daden, Natty. Soms betekenen daden helemaal niks.”
Ik begreep haar toen niet, maar ik begrijp haar nu helemaal. Ze was met genoeg sukkels geweest om te weten dat elke man aardig kan doen. Elke man kan iets kopen dat schittert en op één knie gaan.
“Het is allemaal maar schone schijn,” mompelde ze op een dag tegen me na een stevige ruzie met Ken. “Geen enkele man kan zijn woorden verhullen, Nat. Woorden hebben gewicht.
“Woorden manipuleren bij Ken . Woorden dreigen. Woorden kwetsen en breken je af. Wat ik bedoel is: woorden komen uit het hart. En of dat hart goed of slecht is, doet er niet toe.”
Dus waarom moest je met dit monster trouwen, mama?
Ze heeft me nooit een antwoord gegeven.
Het is pas wanneer ik over de hoofdweg rijd, langs elke villa in deze rijke buurt, dat ik besef wat ik in hemelsnaam aan het doen ben.
Ik ben technisch gezien mijn kleine zusje aan het ontvoeren.
Mijn. God.
En ik ben ongetwijfeld een gemakkelijk herkenbare auto aan het stelen.
Ik haal diep adem.
Ik zal niet anders kunnen dan de Mercedes ergens later achter te laten, maar dat is een probleem voor later.
We passeren Bernard, de beveiligingsagent die de ingang van de buurt bewaakt. Hij kijkt niet eens op wanneer hij Kens auto ziet wegrijden. Zwaait ons gewoon door terwijl ik er snel langs rijd, in de hoop dat de getinte ramen me niet verraden.
Nova blijft achter me neuriën.
Misschien voelt ze zich net zo vrij als ik me nu voel. Ken heeft ons misschien voorzien van een prachtig huis, ervoor gezorgd dat we elke avond eten op ons bord hadden, en ons dure cadeaus gekocht.
Maar gevangenen zijn gevangenen, zelfs in gouden kooien.
“Speel mijn liedje, Natawee!”
Ik glimlach. “Ik moest mijn telefoon achterlaten, kleintje. Maar ik zet de radio aan.”
Zodra ik hem aanzet, schalt er een politiewaarschuwing door de auto over een ontsnapte gevangene in de omgeving.
“Deze ontsnapte gevangene is gewapend en gevaarlijk,” zegt de radio. “Als je hem ziet, blijf dan ver weg en licht meteen de autoriteiten in.”
Trillend verander ik snel van zender en vang het midden van “My Girl” van de Temptations op.
Nova en ik zingen uit volle borst mee, terwijl we denken aan mama. Ze had een zwak voor klassiekers.
Nova trapt vrolijk met haar voeten terwijl ze naar de straatlantaarns kijkt bij het voorbijrijden.
Ik kijk in de achteruitkijkspiegel terwijl het liedje ten einde komt.
Het is twee jaar geleden dat mama stierf, maar acht jaar dat ik haar schijnheilige echtgenoot mijn hele wereld liet afpakken.
Acht jaar dat ik moest aanhoren hoe hij me een slet en een bastaardkind noemde.
Acht jaar dat hij me sloeg en betastte.
Door hem heb ik geen vrienden meer. Niemand om me te helpen onder zijn controle uit te komen.
Maar ondanks elke poging om me klein te houden, ben ik eindelijk hier, klaar om mijn vrijheid terug op te eisen.
Over mijn lijk dat ik hem Nova laat hersenspoelen zoals hij met onze moeder deed. Het spijt me alleen dat het me zo lang heeft gekost om weg te komen.
Misschien bouwen we een nieuw leven op in Phoenix of Los Angeles. Ergens waar veel mensen zijn.
Ik zal een klein appartement huren. Valse identiteiten bemachtigen. We zullen ons haar en levensverhaal veranderen.
We zijn op avontuur, zal ik Nova vertellen.
Ik kan me inschrijven voor een lokale universiteit, een voltijdse baan als serveerster zoeken, en Nova op een kleuterschool inschrijven zoals Ken een jaar geleden had moeten doen.
Het komt allemaal goed omdat we samen zijn.
Ze zeggen dat we uiteindelijk onze moeders worden.
Nou, mijn moeder had een verschrikkelijke smaak in mannen en de neiging altijd achter het verkeerde aan te gaan, niet alleen voor haar, maar ook voor mij, aangezien ik overal met haar mee kwam.
Terwijl ik de snelweg oprijdt, doe ik een stilzwijgende belofte om nooit op welke manier dan ook zoals zij te worden.
Om nooit achter slechte mannen aan te gaan of voor ze te vallen.
Om nooit meer een man me als een gevangene te laten voelen.











































