
Vergeet me niet
Auteur
Audra Symphony
Lezers
121K
Hoofdstukken
91
Proloog
RIYAH
'Schiet op, Riyah,' riep Oliver.
Riyah probeerde haar neven bij te houden, maar ze gingen sneller door hun langere benen en werden niet gehinderd door zware rokken. Tante Beatrice zou vast niet blij zijn met de takjes en doornen die aan haar kleding bleven haken.
'Oliver! Arthur! Langzamer,' riep Riyah. Een tak van een boom schraapte langs haar wang en ze trok zich met een kreet van pijn terug. Een eindje verderop hoorde ze de jongens lachen.
'Weet je zeker dat het deze kant op is?' vroeg Oliver, terwijl hij stopte om rond te kijken in het voor hun onbekende bos.
'Volgens Julias wel,' antwoordde Arthur. Julias was de oudere broer van de tweeling – een volwassen man van achttien zonder veel tijd voor kinderspelletjes, maar toch maakte hij tijd vrij om zijn broers wilde verhalen te vertellen. Zelfs Riyah was onder de indruk.
Ze bleef vaak in de deuropening staan van de slaapkamer van haar neven terwijl Julias hen verhalen vertelde over zijn tochten in het bos achter Rembrooke Manor.
'Op een dag reisde ik diep het bos in. Ik ging verder dan ik ooit was geweest. Daar stond een grote rots, wit als sneeuw, en minstens zo hoog als twee lange mannen. Hij was doormidden gespleten alsof een reus hem met een pikhouweel had geraakt. Als je eromheen loopt, zie je niets anders dan bos, maar als je erdoorheen gaat, zie je een tent.'
'Een tent!' had Arthur hem onderbroken, hij leek niet onder de indruk. Riyah wenste dat ze hem had kunnen zeggen dat hij stil moest zijn, maar ze wist dat ze haar weg zouden sturen als ze ook maar één geluid maakte.
'Wie gaat er nou midden in het bos kamperen?' vroeg Oliver.
Julias glimlachte en wachtte tot de spanning opliep. De tweeling leunde naar voren, wachtend tot hij verder ging.
'Een heks,' fluisterde Julias. Gelukkig overstemden het naar adem happen van de jongens dat van Riyah.
'Ze zeggen dat als je haar kostbaarste bezit steelt, ze je een wens zal geven in ruil voor de spullen.' De ogen van de jongens glommen.
Riyah fronste. Ze was veel te nuchter om in zulke dwaze verhalen te geloven.
'Je moet wel voorzichtig zijn,' vervolgde Julias. 'Want als je gepakt wordt, dan word je vervloekt zoals ik.'
'Vervloekt?' herhaalde Oliver op bezorgde toon.
'Waarmee ben je vervloekt, broer?' vroeg Arthur.
Julias zuchtte en veinsde bezorgdheid. 'Ik ben vervloekt met twee van de meest irritante broers die je je kunt voorstellen.' Julias glimlachte.
De jongens gooiden hun handen omhoog en begonnen op zijn borst te slaan. Julias lachte alleen maar. De vuisten van de twee tienjarigen konden hem geen pijn doen.
Hij keek langs hen heen en merkte de aanwezigheid van Riyah op. Ze schrok toen hun blikken elkaar ontmoetten. Ze verwachtte dat hij haar zou berispen, maar hij glimlachte zachtaardig naar haar.
'Maar dat was maar een verhaal,' zei Oliver. 'Toch?' Riyah haalde hen eindelijk in terwijl ze probeerden uit te vissen waar ze waren.
'We kunnen maar beter teruggaan,' zei Riyah, terwijl ze op adem probeerde te komen.
'Doe niet zo kinderachtig,' zei Oliver.
'Zorg dat je bij ons blijft of we laten je achter,' zei Arthur op gemene toon. Zijn woorden waren dwingend genoeg om hen dieper het bos in te volgen.
Ze wilde wanhopig graag hun handen vasthouden, maar ze wist dat ze niet zaten te wachten op haar aanraking. Hoewel ze neven waren, leken ze haar aanwezigheid nooit op prijs te stellen.
'Oliver! Kijk!' riep Arthur plotseling.
'Het is echt!' riep Oliver verbaasd.
De jongens begonnen te rennen. Riyah rende achter hen aan, maar ze stopten abrupt, en ze botste bijna tegen hun ruggen.
Ze viel op de grond die bedekt was met bladeren, stond kreunend op, veegde de plakkerige bladeren van haar rok en keek om zich heen. Het was de rots!
Arthur keek geschokt. Oliver was over zijn verbazing heen en begon bezorgd te kijken.
Riyah begon bang te worden. Dit deel van het bos was niet alleen donker, maar ook doodstil. Er waren niet eens vogels of insecten te horen.
Zelfs de wind bewoog de bladeren niet. De stilte voelde onnatuurlijk aan.
'Denk je echt dat er een heks aan de andere kant is?' vroeg Oliver.
Arthur liep naar de linkerkant van de rots en keek het bos in dat eindeloos leek, en deed toen hetzelfde aan de rechterkant.
'Riyah,' beval Arthur plotseling. 'Loop erdoorheen en vertel ons of er een tent aan de andere kant is.'
Riyah piepte: 'Waarom ik?'
'Omdat ik het zeg,' zei Arthur gemeen.
'Maar jullie zijn ouder,' protesteerde Riyah.
'Als de heks ons te pakken krijgt, zouden wij gemist worden. Jij daarentegen...' Arthur liet zijn woorden in de lucht hangen.
Tranen begonnen haar ogen te vullen.
'Als je de schatten van de heks vindt, krijg je een wens, weet je nog?' herinnerde Oliver haar.
'Dat klopt,' moedigde Arthur aan. 'Dan kun je alles wensen wat je wilt.'
'Misschien kun je zelfs je ouders terugwensen,' suggereerde Oliver.
Riyahs borst voelde strak aan. Als ze haar ouders terug kon wensen, zou ze weer liefde kunnen voelen.
Dan kon ze hun warme omhelzingen voelen en hun vriendelijke woorden horen. Naar haar vader luisteren die vertelde over alle geweldige dingen die ze zou kunnen doen, en voelen hoe de vingers van haar moeder door haar haren streelden.
Ze kon de woorden ik hou van je horen.
'Toe maar,' zei Arthur, bijna aanmoedigend.
Riyah rechtte haar rug, tilde haar rokken op en klom omhoog naar de spleet. Toen ze erdoorheen keek, zag ze alleen maar meer bomen.
Ze keek achterom naar de jongens. Die glimlachten allebei naar haar, maar geen van beiden glimlachte uit vriendelijkheid.
Zoals altijd ging er achter de glimlach van Arthur goed gemaskeerde wreedheid schuil, en achter die van Olivier slecht verborgen schuldgevoel.
Riyah haalde diep adem en wurmde zich door de spleet in de rots. Toen ze haar hoofd aan de andere kant naar buiten stak, keek ze om zich heen.
Eerst zag ze alleen maar meer bos. Ze sprong van de rots.
'Er is hier niets,' riep Riyah.
Stilte. Ze liep om de rots heen, maar er was niemand.
'Oliver!' riep ze. 'Arthur?'
Waar waren ze? Of beter gezegd, waar was zij?
Met het plan om terug te klimmen door de spleet liep ze terug naar de andere kant van de rots.
Plotseling bewoog de lucht voor haar op een golvende manier. Zoals je ziet in de hitte van de woestijn, zo verscheen er een vorm voor haar ogen.
Ze tuurde totdat het langzaam duidelijk en scherp werd. Haar maag zakte in haar schoenen. Het was een tent.
Riyah ademde de muffe lucht diep in en liep naar de tent toe. Hij leek gemaakt van stukken canvas, verschillend in grootte en kleur.
Ze opende de flap. Het leek erop dat er niemand binnen was.
Ze stapte naar binnen en hapte naar adem. Van binnen zag de tent er totaal anders uit dan de versleten buitenkant zou doen vermoeden.
Dik, zacht tapijt bedekte de grond. Gordijnen en mooie schermen scheidden de woonruimtes.
Riyah liep naar de achterkant van de tent, waar stapels rijkdommen lagen. Goud en juwelen lagen overal verspreid.
Riyah keek naar de schat voor haar. Ze pakte een tiara die boven op een stapel gouden munten lag. Hij was versierd met robijnen en diamanten. Ze plaatste hem op haar hoofd en liep naar een spiegel, terwijl ze een glimlach onderdrukte toen ze naar zichzelf keek.
Ze zag eruit als een prinses.
Iets in de spiegel trok de aandacht van Riyah. Achter haar op een kaptafel stond een kleine glazen doos tussen verschillende schoonheidsproducten. Ze liep naar de tafel en was de tiara alweer vergeten.
Linten en poeders en glosses lagen verspreid. Riyah vroeg zich af hoe de heks eruitzag. Haar kaptafel leek veel op die van haar tante.
Ze tilde het deksel van de glazen doos op. Er lag een roestige zilveren ketting in met een doffe saffieren hanger eraan. Riyah tilde hem op en hield hem voor haar gezicht om hem beter te kunnen zien.
Ze keek weer naar de stapel schatten. Deze werd apart bewaard. Ergens waar de heks hem elke dag zag.
Hij was duidelijk geliefd. Was dit het waardevolle voorwerp van de heks?
Riyah legde hem terug in de doos. Het was tijd om te vertrekken.
Ze voelde zich schuldig omdat ze door iemands spullen had gekeken. Ze zou teruggaan door de spleet in de rots en haar neven vertellen dat er niets was.
Ze vertrok snel en ging terug zoals ze gekomen was. Bezorgdheid nestelde zich in haar maag terwijl ze de muffe lucht weer inademde.
Ze had de drang om te rennen, maar door haar angst kon ze niet sneller dan wandelen.
Plotseling doorbrak een harde wind de diepe stilte en zorgde ervoor dat Riyah het uitschreeuwde van schrik. Eindelijk tilde ze haar rokken op en rende er vandoor.
Ze gooide elk gevoel van moed overboord en liet dierlijke angst het overnemen. De haartjes in haar nek gingen overeind staan alsof iemand haar achtervolgde.
Ze was te bang om over haar schouder te kijken om te kijken of dat echt zo was.
Riyah bereikte de rots en raakte het oppervlak aan om zichzelf te kalmeren. De ruwe textuur deed haar zenuwen een beetje bedaren.
'Je hebt mijn spullen aangeraakt,' fluisterde iemand in haar oor.
Een schreeuw scheurde uit Riyahs keel. Ze klom op de rots om de opening te bereiken, maar een hand greep de achterkant van haar jurk en trok haar naar beneden.
Ze viel plat op haar rug. Voordat ze kon opstaan, greep het haar bij de keel. Een vrouw hing boven haar.
Het was de heks.
Riyah kneep bevend haar ogen dicht.
'Kijk me aan,' beval de heks.
Ze gehoorzaamde. De heks was niet helemaal wat ze had verwacht.
Ze was niet lelijk, had geen ruwe huid en pukkels zoals de heksen in haar sprookjesboeken. Deze heks had gladde, heldere huid, met alleen kleine rimpeltjes rond haar robijnrode ogen.
Haar wimpers en wenkbrauwen waren zo zwart als kool. Haar haar hing los en viel rond haar gezicht en schouders.
Ze had een zachte maar strenge blik, bijna alsof ze teleurgesteld was in een stout kind.
'Wat deed je in mijn huis?' vroeg ze. Zelfs haar stem klonk als die van een moeder.
'Het spijt me,' riep Riyah, ondanks de hand die haar keel omklemde. 'Laat me alsjeblieft gaan.'
'Heb je iets meegenomen?' vroeg de heks.
'Ik heb niets meegenomen, ik beloof het,' smeekte Riyah. Ze klauwde naar de pols van de heks.
'Waarom niet?' De heks keek haar geïnteresseerd aan.
'S-stelen is f-fout,' stotterde Riyah.
De heks raakte met een vinger haar lip aan, alsof ze ergens over nadacht. Ze zweefde achteruit en nam Riyah met zich mee.
Toen liet ze Riyah los maar gaf haar een veelbetekenende blik, als waarschuwing om niet te bewegen.
De heks droeg een helderwit gewaad dat golfde, net zoals haar haren.
'Alsjeblieft, laat me gaan,' smeekte Riyah.
'Je leek de tiara mooi te vinden,' zei de heks.
'Hij was heel m-mooi, maar hij is niet van mij,' zei Riyah.
De heks begon om haar heen te cirkelen, als een wolf die om een prooi cirkelt.
'Je bent de kleinste persoon die ik ooit heb ontmoet die van me heeft geprobeerd te stelen,' stelde ze vast.
'Ik heb niet gestolen –' protesteerde Riyah, maar ze stopte snel toen de heks haar hand ophief.
'De laatste persoon was ook klein, maar niet zo klein als jij. Hij stal een ring van me, maar ik kreeg hem te pakken.'
Een ring? Julias droeg altijd een ring aan een ketting om zijn nek. Arthur en Oliver hadden hem ernaar gevraagd, maar Julias had altijd verteld dat hij hem op een dag in het bos had gevonden en dat de rest een geheim was.
'Weet je wat ik met hem heb gedaan?' vroeg de heks met een plagende glimlach.
Riyah schudde haar hoofd.
'Ik heb hem de ring laten houden, maar in ruil daarvoor heb ik iets van hem afgenomen,' antwoordde ze.
'Wat is dat?' hoorde Riyah zichzelf vragen.
'Zijn liefde en medeleven.' De heks haalde haar schouders op. 'Ik heb hem vervloekt zodat hij dat nooit meer kan voelen voor een ander levend wezen, voor de rest van zijn leven. En hij had al weinig in zijn hart om mee te beginnen. Het was de jonge lord van Rembrooke.'
Het bloed in de aderen van Riyah werd ijskoud.
'Een waarschuwing, lieverd, blijf uit de buurt van die jongen. Ik weet zeker dat hij nu een jonge man moet zijn. Hij is waarschijnlijk een heel goede acteur geworden. Dat zal wel moeten, om zijn wreedheid te verbergen. Vind je niet?'
'Laat me alsjeblieft gaan,' jammerde Riyah.
'Je kent de regels,' zei de heks. 'Ik heb je gepakt.' Ze hield haar hand omhoog in een vuist.
Riyah trok zich terug en verwachtte dat de heks haar zou slaan, maar in plaats daarvan opende ze haar hand en er viel iets uit. Het was de roestige ketting met de saffieren hanger die voor haar gezicht hing.
'Ik kan aan de blik in je ogen zien dat je weet wat dit is,' zei de heks vlak. 'Mijn meest waardevolle voorwerp. Mijn geliefde gaf me deze ketting, maar hij heeft me verraden en met een gebroken hart achtergelaten. Toch kan ik hem niet loslaten.'
'Het spijt me voor je,' zei Riyah zacht. 'Maar laat me alsjeblieft naar huis gaan.'
'Je bent een slim meisje,' mompelde de heks. 'Maar je daden moeten gevolgen hebben.'
'Ik heb niet gestolen,' protesteerde Riyah.
In een snelle beweging hing de heks de ketting om Riyahs nek.
'Je vloek zal niet zo erg zijn als die van de jongen,' verzekerde ze haar. 'Je bent gedoemd om te leven tussen de vergetenen.'
De heks nam Riyahs gezicht in haar handen.
'Maak je niet te veel zorgen,' fluisterde ze. 'In tegenstelling tot die jongen en in tegenstelling tot mij, zul jij geluk, vriendschap en liefde kennen. Want dat is wat de wind me influistert.'
Riyah kneep haar ogen dicht toen de heks een kus op haar voorhoofd drukte. Toen er verder niks meer gebeurde, opende ze haar ogen.
De heks was verdwenen.










































