
Reaper's Claim Boek 3
Auteur
Lezers
236K
Hoofdstukken
30
Keuzes en aannames
SEIZOEN 3
'Geproduceerd door: Bethany Sharp'
'Geschreven door: Cecilia Gigliotti & Ellis Stump'
'Geluid door: Oskar Allen & Meaghan Bardwell'
ABBY
Verblindend, steriel, wit licht.
De leegte veranderde daarna in betegelde muren en een gordijn van stof. Een ziekenhuis.
Ik lag op een smal bed. Er zat een infuus in mijn arm.
Kade zat op een plastic stoel aan mijn linkerkant. Hij was zo dicht mogelijk naar me toe geschoven.
Zijn ogen werden zacht toen hij me aankeek.
„Abby…“ ademde hij.
„Ik had net een heel rare droom,“ zei ik. „Ik droomde dat ik…“ Ik viel stil en kon de zin niet afmaken. Mijn hand gleed zonder erbij na te denken over mijn onrustige maag.
Zwanger.
Verdomme. Ik rilde.
Zou dat niet een enorme ramp zijn?
Een kind opvoeden achterop de motor met Reaper? Ik schudde mijn hoofd en snoof.
Kade deed dat niet.
„Dat zijn we, Abby. We krijgen een… een baby. We worden ouders,“ zei hij langzaam en heel serieus.
De woorden kwamen hard aan. Het voelde alsof hij een aambeeld op mijn strakke borstkas had laten vallen.
De lucht werd uit mijn longen geslagen. Ik kon niet ademen… Ik kon niet nadenken…
Die zin…
We worden ouders.
Waarom klonk hij zo verdomd zeker?
„We worden ouders?“ herhaalde ik.
Kade knikte en pakte mijn hand. Maar ik kon niet voelen hoe zijn vingers zich met de mijne verstrengelden. Een verdoofd gevoel nam mijn hele lichaam over.
Alles was verdoofd, behalve een plek diep in mijn buik. Daar klopte plotseling een besef. Het besef dat daar iets nieuws was.
En dat het groeide, en bewoog…
Ik duwde dat beeld weg.
„Waarom ga je ervan uit dat ik dat wil?“ vroeg ik.
Geschrokken van dat antwoord, haperde Kade. „Ik bedoelde niet… Ik weet niet wat ik moet zeggen.“
„Ik ook niet.“
„Ik dacht dat je… Blij zou zijn?“
„Als je met blij bedoelt dat ik doodsbang ben en meer in paniek dan ooit in mijn leven? Dat zegt nogal wat, aangezien ik de afgelopen drie maanden opeens een huurmoordenaar ben geworden. Maar goed, dan ja. Ik ben fucking dolblij.“
„Hé, rustig maar,“ troostte hij. Hij streek zachtjes met zijn duim over mijn wang. „Alles komt goed, Abby.“
Hij boog zich over me heen om mijn voorhoofd een zachte kus te geven. „We slaan ons er samen wel doorheen.“
Ik lachte kort en hard. „Slaan we ons er doorheen?“
„Ik bedoel—“
„Kade, een kind krijgen is niet iets waar je je gewoon doorheen slaat. Het is een verplichting voor de rest van je leven. Jij en ik kunnen niet eens langer dan een paar weken bij een club of een baan blijven. Of bij elkaar, wat dat betreft.“
„Dit verandert de boel.“
„Hoe dan, Kade?“
„Hoe niet?!“
We hadden het niet lang geleden nog gehad over de kans op een kind. Maar ik bedoelde niet nu meteen.
Ik dacht dat ik ouder zou zijn. Dat ik mijn shit op orde zou hebben.
In plaats daarvan was ik aan het herstellen van een bloederige schotwond. En Kade deed alsof er niets fucked up was aan dit hele gedoe.
Plotseling riep een vrolijke stem: „Klop, klop! De tijd alleen is voorbij, kinderen!“
Kim.
„Je bent wakker, jeej!“ Ze kwam vrolijk binnenlopen met een hele grote, blije glimlach. Pap liep achter haar aan en keek me hoopvol aan.
„Oké, Abs! De dokters zeggen dat je over een paar uur al naar huis mag,“ vertelde Kim. „Zeker weten tegen de avond.“
Kade lachte breed naar me. „Nou, dat is geweldig nieuws!“
„Jep!“ ging Kim verder. „We brengen haar veilig thuis bij Satan's Sons in Snake Valley. Precies op tijd voor het avondeten. Ik maak wel iets gezonds en lekkers.“
Pap stak zijn tong uit. „Alsjeblieft niet weer een van die stinkende groenteburgers. Ze smaken naar een stuk karton.“
„Hé, die met kip vind je wel lekker,“ zei ze verdedigend. „Die zijn goed voor je.“
„Ja, daar wil ik er wel een van. Met een beetje mayonaise.“
„Alleen als het mager is.“
„Afgesproken.“
Hij dook meteen in een zak chips. Die kwam vast uit een automaat. Waarschijnlijk was hij al maanden of jaren over de datum.
Ik keek naar hen allebei. Ik verbaasde me over hoe blind ze waren voor de situatie.
Ik was niet van plan om iets te zeggen. Maar in mijn wazige toestand hoorde ik mezelf opeens zeggen: „Moet ik het nog een keer vragen?“
Kim knipperde met haar ogen. Ze was in de war. „Wat vragen?“
„Waarom jullie er steeds vanuit gaan dat jullie precies weten wat ik wil?“
„Oh,“ zei mijn zus. Ze zag er verrast en een beetje beledigd uit. „Nou ja, ik neem aan dat je een hamburger van vlees mag als je dat echt wilt, Abs. Het is jouw keuze. Ik probeer zelf bewuste keuzes te maken als Pap erbij is, maar eh…“
„Daar heb ik het niet over, Kim!“
„Abby,“ zei Kim. „Ik begrijp het. Je weet dat ik het begrijp. Je bent geschrokken.“
„Hou op…“ mompelde ik.
Maar ze negeerden mijn afwijzing en kwamen dichterbij. Kim aaide over mijn vochtige, warrige haar. Pap legde zijn hand op mijn schouder.
Ik was geïrriteerd en schudde hun aanrakingen van me af.
Had Kim gelijk? Zeker.
Wist ik dat ze zich alleen maar zo gedroegen omdat ze om me gaven? Natuurlijk.
Maar tegelijkertijd moest ik nadenken over alles wat er tot nu toe was gebeurd.
Niemand van de familie Harrison stond erom bekend heel aanhankelijk te zijn. Toch zaten ze hier op mijn bed om me te vertroetelen. Ze behandelden me als een baby. En dat terwijl ik er fucking eentje droeg!
Terwijl het duidelijk was dat ik gewoon alleen wilde zijn! Al was het maar voor vijf minuten, of zelfs vijf seconden!
Gewoon om het fucking te verwerken…
Als ze me zo goed kennen, hoe kunnen ze dat dan niet zien?
Ik slikte zwaar.
Omdat ik aan het infuus lag, kon ik niet van het bed afkomen.
En het heftige nieuws over mijn zwangers… wat dan ook… moest nog steeds doordringen in mijn hoofd.
Mijn hersenen voelden zo zwaar aan. Mijn lichaam was zo stijf.
Een duizelig gevoel nam me over.
Jezus Christus.
Ik had het gevoel dat ik zou stikken.
Precies op dat moment verscheen de verpleger in de deuropening.
„Abby?“ brak hij verlegen in. „Er is hier iemand voor je. Denk je dat je nog een bezoeker aankan? We willen niet dat het je te veel wordt.“
Mijn familie en Kade keken elkaar zenuwachtig aan.
„Wat is zijn naam?“ vroeg Kade. Zijn stem klonk opeens zacht en verdedigend.
Ik rolde met mijn ogen.
Ik was wakker en helemaal bij bewustzijn. Ik kon prima voor mezelf antwoorden.
De verpleger kon gewoon tegen mij praten.
„Ja,“ zei ik, „Ik kan nog wel iemand erbij hebben. Drie is al een menigte, toch? Waarom maken we er niet vier, vijf of zes mensen van? Die kunnen dan mooi over me heen hangen met hun verstikkende bezorgdheid en luide meningen.
„Zeker,“ ging ik verder, „het wordt een groot feest! Laat iemand de taart maar brengen!“
De verpleger staarde me aan. Hij wist niet goed wat hij moest antwoorden.
„Het gaat goed met me.“ Ik veranderde mijn toon. „Laat maar binnen.“
„Oké,“ antwoordde hij twijfelend, terwijl hij terugschoof de gang in. „Ze zegt dat je naar binnen mag. Maar ik zou voorzichtig zijn als ik jou was.“
„Dank je, maar ik weet vrij zeker dat ik het wel aankan,“ klonk een warme, heel bekende stem.
Een stem die pas de laatste paar maanden zo bekend was geworden. Al voelde die tijd veel langer aan.
Toen kwam Liam binnenlopen. Hij had een enorm boeket vast vol verse madeliefjes en narcissen. Het zat vol met allerlei lichte witte en gele bloemen en blaadjes.
Zijn altijd frisse, stralende gezicht paste perfect bij de bloemen.
Blauwe plekken en verband van de klappen van Damon bedekten nog steeds zijn lichaam. Maar hij was netjes gekleed in een schone, gestreken blouse en een nette broek. Het leek wel alsof hij naar de kerk ging.
Had hij gedacht dat ik fucking dood was of zo? Waarschijnlijk wel.
Al vond ik Kade met zijn bekende donkere kleding eigenlijk beter gekleed voor een begrafenis.
„Eh, hoi, Abby. Ik kan niet omschrijven hoe blij, en eh… opgelucht ik ben om je te zien.“
„Hé, Liam,“ zei ik terug. „Ik ook om jou te zien.“
„Wauw, eh, hoe voel je je? Kan ik iets voor je halen? Een kop thee? Wat chips of koekjes, iets uit de automaat op de gang—“
Daarop keek Pap halverwege een hap beschaamd naar zijn eigen snack.
Ondertussen schraapte Kade zijn keel. „Wat wil je, Liam?“
„Oh, het spijt me zo, iedereen. Het is echt niet mijn bedoeling om te storen—“
„Nou, dat doe je wel,“ snauwde Kade.
„Doe rustig,“ wees ik hem terecht. „Laat hem praten, in godsnaam.“
Met een dankbare knik ging Liam verder. „Ik ben hier namens Blake. Hij was… Ik was… We maakten ons allemaal zo'n zorgen om je.“
Kade pikte het nog steeds niet. Hij kruiste zijn armen en gromde: „Welkom bij de club.“
Het was blijkbaar ook de beurt van mijn vader om te protesteren. „Ja. Misschien als jouw mensen—die moordlustige fucking gekken—Abby niet fucking hadden gegijzeld in de kelder van die bouwval die jullie een hoofdkwartier noemen. Dan hadden jullie je nergens zo verdomd veel zorgen over hoeven maken, hè?!“
„Eigenlijk is dat officieel niet ons hoofdkwartier,“ mompelde Liam. „Het is een kleine afdeling, maar eh…“
Hij merkte dat hij aan het woord was en draaide zich snel naar mij toe. „Ik ben hier nu om je mee terug naar huis te nemen, naar Hellbound, Abby. Geen haast. Wanneer je er klaar voor bent.“
Mijn mond viel open van verbazing.
Had ik… Had ik hem goed verstaan?
Mee terug naar huis naar Hellbound?
Meent hij dat echt?
Ik had niet eens bedacht dat dit een optie was. Vooral omdat ik Damon, de rechterhand van Blake, letterlijk had vermoord en zo…
Ik bedoel, ik was van hun terrein gevlucht tijdens een heftig vuurgevecht.
Maar toch, ondanks dat alles, willen ze me terug?
Ik trok wit weg.
En omdat ik even niets kon zeggen, ontplofte mijn hele familie.
Kim stampte met haar voet. „Oh mijn God, Abby, nee! Absoluut niet. Geen sprake van.“
„Ik verlies haar niet uit het oog, jij klootzak van Hellbound!“
„Ja, je komt met ons mee naar huis. Toch, Abby?“
Oh mijn God.
Ik kon het niet meer aan.
„Hou verdomme allemaal je mond!“ schreeuwde ik.
Alle ogen richtten zich op mij.
Stilte.
Daarna keerde iedereen in zichzelf, zwaar ademhalend.
Eindelijk was er wat rust. Voor het eerst sinds ik in deze vervloekte, te kleine kamer wakker was geworden.
Na een lang moment keek Liam eindelijk naar mij.
Geduldig vroeg hij: „Abby, wat wil jij doen?“
Tja. Dat was pas een goede vraag.
Dat was de vraag die ze allemaal hadden moeten stellen.
Wat wilde ik doen?
Opeens besefte ik dat ik geen idee had.
Abby, wat wil je doen? vroeg ik aan mezelf.
Ik lag daar op het ziekenhuisbed, gevangen en uitgeput. Mijn familie en Kade zaten bij elkaar aan de ene kant. Aan de andere kant stond Liam te zenuwpezen.
Mijn blik vloog heen en weer tussen hen in. Het was alsof ik naar een fucking tenniswedstrijd aan het kijken was.
Ze staarden me allemaal geschokt aan. Alsof ze verbijsterd waren dat ik überhaupt een andere optie kon overwegen.
De boosheid die ik de afgelopen maanden had opgebouwd, stond op het punt om weer uit te barsten.
Waarom denkt iedereen altijd dat ze weten wat het beste voor me is? dacht ik.
Ik was mijn eigen verdomde ouder.
En nu werd ik waarschijnlijk letterlijk de fucking ouder van een ongeboren… mens… in mij.
Ik kon naar mezelf luisteren.
Ik kon mijn eigen keuzes maken.
En met die gedachte opende ik mijn mond om te praten.











































