
Royal Legacy 3: In het licht van de zilveren maan
Auteur
Lezers
576K
Hoofdstukken
46
Een ontmoeting in Ierland
Boek 3: In het Licht van de Zilveren Maan
FOX
„Denk je dat we al dronken genoeg zijn voor deze bijeenkomst?“ vroeg mijn gamma, Stone, me terwijl hij nog een whiskey achterover sloeg bij de bar op het vliegveld.
„We zijn weerwolven. Deze alcohol kan ons onmogelijk dronken genoeg maken voor wat dan ook, laat staan voor Alfa Torrin,“ mopperde ik, terwijl ik mijn glas over de bar schoof.
„Ik heb gehoord dat deze man een heel lastig persoon is,“ zei Stone.
„Ja, nou, ik had niet echt een keuze en moest deze bijeenkomst wel accepteren. Als een van de laatste roedels in Europa heeft hij recht op een bepaalde mate van steun van ons,“ zei ik. Ik zuchtte en nam nog een drankje aan van de barman.
„Dat snap ik allemaal wel, maar moesten we daarvoor echt tien uur vliegen naar Ierland?“ Stone trok een wenkbrauw naar me op.
„Hij verlaat het land nooit.“ Ik haalde mijn schouders op en pakte mijn tas op. „Laten we gaan voordat ik drank vind die ons wel echt dronken zal maken.“
Ik betaalde onze veel te dure rekening terwijl Stone onze chauffeur zocht.
Alfa Torrin leidde de enige weerwolvenroedel in Ierland. De heksenprocessen waren misschien nep, maar de jacht op weerwolven was dat zeker niet.
Honderden jaren geleden organiseerden mensen, geleid door vampiers en heksen, de moord op bijna elke wolvenroedel in Europa.
Als gevolg daarvan waren de overgebleven roedels extreem arrogant en ambitieus.
Ze hunkerden naar macht en waren doodsbang om het weinige dat ze nog hadden te verliezen.
Ze leefden volledig verborgen en gescheiden van de mensen. Het leek alsof ze waren blijven hangen in de achttiende eeuw. Ze geloofden in de traditionele gebruiken en wetten van de weerwolven. Denk aan formele banketten en bals, duels voor de positie van alfa, en dienstbaarheid.
En begin maar niet over hun mening over vrouwenrechten en gelijkheid.
De afgezonderde Ierse roedel nam een paar weken geleden contact met me op. Ze wilden praten over een verdrag tussen onze roedels.
Alfa Torrin beweerde dat zijn roedel hem aanmoedigde om moderner leiding te geven. Hij wilde mijn advies en suggesties over hoe een Amerikaanse roedel werd geleid.
Maar ik had zo mijn vermoedens.
„Ferra was verdomd boos dat je mij meenam naar de bijeenkomst in plaats van haar, weet je dat?“ vertelde Stone me. Dit zei hij terwijl we in de auto stapten die Alfa Torrin voor ons had geregeld.
„Ik wilde haar niet in de buurt hebben van deze man of zijn roedelleden. Bovendien mag ze vereerd zijn dat ik de roedel dit weekend aan haar toevertrouw.“ Ik zuchtte.
Ferra was niet alleen mijn bèta. Ze was ook mijn tweelingzus en de mate van Stone.
Meestal behandelde ik hem als mijn bèta in plaats van haar als mijn zus.
Dit was niet een van die momenten.
„Oh, je hoeft je keuze niet tegenover mij te verdedigen. Ik ben het met je eens. Ik laat je alleen weten waar je mee te maken krijgt als we weer thuiskomen.“ Stone grinnikte.
„Wat attent van je,“ zei ik.
„Je gaat deze hele reis in een slecht humeur zijn, of niet?“ vroeg Stone.
„We vertrekken morgen,“ mopperde ik.
„Verdomme, ik wil vanavond al wel vertrekken. Het tijdsverschil zou ons een of ander voordeel moeten geven, toch?“ zei Stone.
„Ik denk niet dat het zo werkt, Stone.“ Ik keek opzij naar mijn gamma, die alleen maar zijn schouders ophaalde.
„Godin, waar in godsnaam is deze plek? Aan het einde van de wereld?“ vroeg Stone nadat we voor ons gevoel uren hadden gereden.
We waren diep in de bossen. We reden door haarspeldbochten en over paden die je met moeite wegen kon noemen.
„Ik neem aan dat afgezonderd ook echt afgezonderd betekent,“ zei ik.
„Ik heb het gevoel dat we midden in een of andere horrorfilm zitten.“ Stone was ontzettend dramatisch.
„Ontspan, Stone. Alfa Torrin is onbekwaam, maar ik betwijfel of zelfs hij zo dom is.“
„Wat denk je dat deze man echt wil?“ vroeg Stone, terwijl hij achterover in zijn stoel leunde.
Ik haalde mijn schouders op.
„Geen idee, maar ik betwijfel of het iets goeds is en ik denk niet dat ik ermee akkoord zal gaan.“
„Wat zegt je vader ervan?“ vroeg hij.
„Hij zei dat ik niet moest gaan,“ antwoordde ik.
Mijn vader was een vrij traditionele man, maar wel heel ruimdenkend.
Hij wilde heel graag de titel van alfa opgeven toen ik achttien werd. Zo kon hij meer tijd met mijn moeder, broers en zussen doorbrengen.
Hij was helemaal gek op de mate-band en was enorm dol op mijn moeder.
Hierdoor waren mijn broers, zussen en ik erg zenuwachtig om onze eigen mates te vinden.
Alleen Ferra had tot nu toe het geluk gehad om die te vinden.
„Dat dacht ik al,“ zei Stone.
„Hij denkt niet dat er voordelen zitten aan een bondgenootschap met Ierland. Daar ben ik het wel mee eens. Maar ik weet liever wat hij wil dan dat ik overrompeld word door een hinderlaag,“ legde ik uit.
„Denk je dat hij een aanval plant?“ vroeg Stone.
„Ik weet niet wat ik moet denken,“ gaf ik toe.
„Nou, laten we het gaan uitzoeken. Kijk, dat moet het roedelhuis zijn.“ Stone leunde naar voren in zijn stoel terwijl hij uit mijn raam staarde.
We reden over een lange, kronkelende oprijlaan. Uiteindelijk kwamen we tot stilstand bij een hoog, ijzeren hek.
Aan beide kanten van het hek stond een hoge stenen muur. Deze liep helemaal om het roedelhuis heen.
Eenmaal aan de andere kant van het hek kwamen we oog in oog te staan met een middeleeuws kasteel.
Het was gemaakt van donkere stenen en had een gotische bouwstijl.
„En jij noemt mij dramatisch,“ zei Stone vol ontzag terwijl we dit zogenaamde roedelhuis bewonderden. „Door deze plek lijkt ons roedelhuis wel een klein huisje,“ voegde hij eraan toe.
„Houd je mond, Stone, we zijn hier niet om ze complimenten te geven,“ mopperde ik terwijl ik uit de auto stapte.
Stone liep om de auto heen en kwam naast me staan. Precies op dat moment ging de deur van het kasteel open.
Een lange, bleke man liep de trap af. Hij had doffe ogen en zandkleurig haar, en voegde zich bij ons op de stenen oprijlaan.
„Alfa Finn, het is een genoegen om u hier te hebben,“ zei de man, terwijl hij zijn hand naar mij uitstak. „Ik ben Alfa Torrin.“
Ik schudde zijn hand.
„Dit is Stone, mijn gamma,“ zei ik.
Torrin leek verrast te zien dat ik mijn gamma had meegenomen in plaats van mijn bèta. Maar hij zei er niets over.
„Kom alstublieft binnen.“ De glimlach van Torrin was net zo nep als zijn beleefdheid.
Zijn dienaren openden de zware deuren voor ons.
Ik bekeek ze nieuwsgierig. Ik merkte de donkere kringen onder hun ogen op en de verslagenheid in hun houding. Dit zorgde ervoor dat ze er zwak uitzagen.
Torrin leidde ons naar zijn kantoor. Hij stelde ons voor aan zijn bèta, Collins, en zijn gamma, Patrick.
Zijn kantoor was net zo indrukwekkend als het kasteel, dat moet ik toegeven. Maar het was allemaal voor de show.
Er ging geen echte macht uit van het sterke mahoniehout. Ook de mooie details of de dure meubels straalden geen macht uit.
„We houden vanavond een diner ter ere van u, Alfa Finn,“ zei Torrin.
„We zijn niet geïnteresseerd in feestjes, Alfa Torrin. We hebben belangrijke zaken waar we voor naar huis moeten. We zijn hier alleen voor één nacht om uw zorgen aan te horen,“ antwoordde ik streng.
„Natuurlijk, Alfa, ik begrijp het.“
Voordat Alfa Torrin verder kon gaan, vulde een zoete geur de kamer.
Het rook naar zomerregen en frambozenchampagne.
Ik haalde diep adem en verstijfde in mijn stoel. Stone keek me van opzij aan en trok vragend zijn wenkbrauw op, maar ik kon geen woord uitbrengen.
De mooiste vrouw die ik ooit had gezien, stapte verlegen van achter de gordijnen vandaan. Ze leek zich te verstoppen tegen het raam, afgeschermd door de lange, zware gordijnen.
Ze droeg een vieze blauwe jurk en een wit schort. Ze zag eruit als een kleine Assepoester. Haar hartvormige gezicht was dof en futloos, waardoor ze er nog meer verslagen uitzag dan de dienaren bij de deur.
Mijn hart zonk in mijn schoenen. Ze had grote, ronde groene ogen die wilden sprankelen en glanzen.
Haar volle lippen hingen naar beneden in een permanente frons. Dit was duidelijk te zien aan de fronsrimpels op haar ronde wangen. Ze had donker kastanjebruin haar dat was opgestoken in een slordige knot.
En toch was ze prachtig.
Alfa Torrin schreeuwde naar de kleine vrouw: „Wat doe je in godsnaam hier, meisje?“
Ze was vast maar een meter vijftig lang, veel te klein om een weerwolf te zijn. Haar gezicht vertrok van walging en angst terwijl ze wegstrompelde voor de naderende Torrin.
Ik bestudeerde haar gezicht op zoek naar angst, maar vond dat niet. Ze was opstandig en sterk.
Torrin liep snel op haar af en pakte haar arm stevig vast. Hij gooide haar hard opzij. Ze botste tegen de muur, en dat geluid haalde me uit mijn trance.
Ik brulde woest en stak de kamer in één grote stap over. Ik greep Torrin bij zijn keel en smeet hem door zijn eigen kantoor. Daarna ging ik beschermend voor het prachtige wezen met de groene ogen en het kastanjebruine haar staan.
















































