
Het laatste spel
Auteur
Riley I.
Lezers
4,9M
Hoofdstukken
47
Hoofdstuk 1.
Het laatste jaar van de middelbare school zou een vrolijke tijd moeten zijn. Een laatste gezellig avontuur met vrienden. Een periode om mooie herinneringen te maken.
Maar ik zat in de put.
Het schooljaar was amper begonnen en mijn hart was aan diggelen.
Ik wilde het liefst het hele jaar onder de wol kruipen en pas wakker worden als ik me beter voelde, maar mijn vriendin Melissa had andere plannen. Ze was de hele week niet van mijn zijde geweken sinds Jacob het had uitgemaakt. We keken romantische films en aten ons rond aan witte chocola op mijn kamer.
Het was fijn, maar het verzachtte de pijn, het verdriet en de verwarring niet.
Na vijf dagen zei Melissa dat we iets anders moesten proberen om me op te vrolijken.
Ze trok een mooie rok en zwart shirt uit mijn kast en zei dat we naar een feestje moesten gaan. Het zou me helpen mijn zorgen voor één avond te vergeten.
„Het wordt echt leuk,“ zei ze met een stralende glimlach. „We kunnen dansen en zingen. We kunnen beerpong spelen. Het is supergezellig, Hazel. We kunnen een drankje doen als je wilt en alles even van ons afzetten. Wat vind je ervan?“
Normaal ben ik niet zo'n feestbeest, maar ik kon geen nee zeggen tegen Melissa. Ze keek zo hoopvol dat dit mijn gebroken hart zou helen.
Ik zuchtte, ging naar de badkamer om me om te kleden, en een uur later waren we klaar om te gaan.
Onderweg zongen Melissa en ik uit volle borst mee. Voor het eerst die week verscheen er een glimlach op mijn gezicht en voelde ik me ontspannen. Misschien had ze gelijk en had ik een avondje uit nodig. Eén avond zonder gepieker. Een andere omgeving.
Toen we aankwamen, puilde het huis uit. Er waren zoveel mensen aan het drinken en dansen. Het was overweldigend, maar ook spannend. Het eerste uur zorgde Melissa ervoor dat we drankjes hadden en dat ik afgeleid bleef.
Maar naarmate de avond vorderde, betrapte ik Melissa steeds vaker op het gluren naar een jongen.
Ik had ze op school al stiekem naar elkaar zien glimlachen. Maar als ik ernaar vroeg, ontkende ze altijd dat er iets tussen hen speelde.
De alcohol had haar vanavond losser gemaakt, want het was overduidelijk dat ze echt iets voor deze jongen voelde en het nauwelijks verborg.
Toen ik haar voor de vijfde keer zag kijken, pakte ik haar arm en trok ik mijn wenkbrauwen op. „Ga maar,“ zei ik.
„Wat?“ Ze keek verbaasd.
Ik knikte naar de jongen bij de deur.
Ze hoefde niet te kijken om te weten wat ik bedoelde. Ze schudde haar hoofd. „Nee. We zijn samen gekomen.“
„Het komt wel goed met mij. Ga,“ zei ik tegen haar.
„Hazel.“
„Melissa.“
„Ik laat je niet in de steek.“
Ik rolde met mijn ogen. Ik bleef herhalen dat het goed zou komen, dat zij ook plezier moest hebben vanavond. Ze wilde me niet alleen laten; ze was een echte moederkloek. Het kostte moeite om haar over te halen, maar uiteindelijk ging ze akkoord nadat ik had beloofd het te zeggen als ik weg wilde.
„Ik meen het, Hazel,“ zei ze serieus. „Als je je rot voelt of moe bent. Of als je terug wilt om chocola te eten en films te kijken, zeg je het en dan gaan we weg. Oké?“
Ik knikte.
Toen keek ik toe hoe mijn beste vriendin wegliep terwijl ik op zoek ging naar een plekje om te zitten. Een hoekje om alleen te zijn. Eerlijk gezegd werden mijn gedachten somber nu ik niemand had om mee te kletsen.
Ik vond een bank achterin een kamer, weg van het hoofdfeest. Ik kon iedereen nog zien, maar had ruimte om adem te halen. Toen ik ging zitten, zuchtte ik en knipperde hard met mijn ogen.
Ik begon na te denken over de breuk. Ik voelde me gekwetst en verraden. Jacob en ik waren sinds de brugklas samen, en ik dacht dat alles koek en ei tussen ons was. Maar ik had het mis. Ik zag de bui niet hangen. Ik merkte niet dat er dingen tussen ons veranderden.
Ik begreep nog steeds niet waarom hij het wilde uitmaken.
Ik was boos en verdrietig dat hij de dingen niet wilde oplossen. Het was niet eerlijk dat toen hij eindelijk besloot over zijn problemen te praten, hij al te overstuur was en wilde breken. Ik kreeg nauwelijks de kans iets te zeggen. Hij gaf me geen kans om dingen recht te zetten.
„Fuck, yeah! Nu gaat het dak eraf!“
Ik stopte met piekeren toen een stel jongens bij de hoofdingang begon te joelen en fluiten, een hoop kabaal makend. Ik keek verward in hun richting.
Ze dromden samen bij de deur en juichten. Ze moedigden iemand aan om iets stoms te doen, dacht ik. Toen riep iemand iets over de keiharde muziek heen en iedereen klapte.
Ik keek geërgerd naar de opgewonden feestgangers.
Serieus?
Was het misschien iemand met meer drank? Niemand zou zo verwelkomd moeten worden.
Eindelijk zag ik wie het was. Hij was een boom van een vent. Ik snap niet waarom ik hem niet eerder had gezien. Zijn golvende donkere haar glansde in het enige licht in de ruimte. Zijn spieren tekenden zich duidelijk af onder zijn shirt. Zijn ogen fonkelden zelfs van een afstand.
Graham St. Claire.
Natuurlijk was hij het.
De quarterback van de school.
Ik rolde met mijn ogen om het belachelijke welkom. Ik snapte niet waarom mensen zo gek op hem waren. Ja, hij was een goede footballspeler, maar dat was het dan ook.
Het maakte niet uit hoe breed en aardig zijn glimlachen waren, of hoe mooi zijn fonkelende ogen waren - ik trapte er niet in.
Ik had zijn ware aard gezien. De gemene, boze en erg onbeschofte persoon.
Ook al was hij nooit gemeen tegen mij geweest, ik kon hem niet uitstaan. Ik kon niet uitstaan hoe hij anderen behandelde. Hoe hij mensen uitlachte om ze slecht te laten voelen. Hoe hij boeken en tassen van mensen kapot maakte. Hoe hij mensen tegen muren en kluisjes duwde omdat hij sterk genoeg was om dat te doen. Hoe hij ze pestte in de klas, kleine dingen gooide en ervoor zorgde dat zij uiteindelijk in de problemen kwamen.
Inclusief Jacob. Graham was gemeen tegen hem geweest en had hem laten lijden.
Ik negeerde Grahams gedrag niet, zoals iedereen deed. Niets ervan was grappig of cool. Niets ervan maakte hem beter of sterker. Het was triest en verschrikkelijk.
Toen ik besefte dat ik op dezelfde plek moest zijn als hij, werd ik boos. Even overwoog ik Melissa te gaan zoeken, maar ik hield mezelf tegen. Zij verdiende ook een pauze na een week voor mij te hebben gezorgd. Zij moest ook plezier hebben.
Voor zover ik kon zien, had ze een goede avond. De jongen bleef naar haar gezicht kijken, alsof hij zijn ogen niet kon afwenden.
In plaats daarvan nam ik een slok uit mijn beker om de vieze smaak in mijn mond weg te spoelen en fronste.
Ik besloot nog een uur te wachten voor ik Melissa zou halen en deze plek zou verlaten. Bovendien zou niemand me lastigvallen. Ik zat verstopt in deze hoek. En als dat niet werkte, zag ik er zo boos uit dat de meeste mensen wel weg zouden blijven.
Ik sloot mijn ogen en slikte.
God, ik voelde me zo alleen en niet op mijn plek. Ik wilde dat ik naar de auto kon gaan en in mijn eentje huilen. Maar Melissa had de sleutels.
Het lege gevoel in mijn borst werd groter en mijn ogen begonnen te tranen. Ik stond op het punt op te staan en me in een badkamer te verstoppen toen iemand naast me op de bank ging zitten. Het kussen zakte in onder het zware gewicht.
Ik veegde de tranen van mijn wang en draaide me fronsend naar de persoon. Eén blik op mij en diegene zou waarschijnlijk wegrennen.
Slechte vibes hier.
Ik opende mijn mond, maar er kwamen geen woorden uit toen ik zag wie het was. In plaats daarvan fronste ik.
„Gaat het wel?“ vroeg hij met een bezorgde blik op zijn gezicht, alsof hij echt om me gaf. Zijn stem was laag en kalm, en iets draaide om in mijn maag. Het was een mix van woede en angst.
Graham St. Claire.




