
Vegas Bad Boy
Auteur
Lezers
521K
Hoofdstukken
20
Hoofdstuk 1
SIDNEY
Vegas is een stad van dromen, of dat zeggen ze tenminste. Maar niet voor mensen zoals ik, die er wonen.
„Ben je doof? Ik zei tweehonderd op zwart!“
Ik knijp mijn ogen samen en krimp ineen als de pijn in mijn nek doorschiet naar mijn schouder. De zijkant van mijn arm is rood van het schuren tegen het groene fluweel van de roulettetafel.
Verdomme, ik ben weer in slaap gevallen.
Het harde gerinkel van de gokautomaten rechts van me bonkt door mijn hoofd, en het felle witte licht aan het plafond van het casino maakt het onmogelijk om te zien hoe laat het is.
Ik heb geen flauw idee of de zon buiten op of onder is.
Dat is natuurlijk met opzet. De hele tent is zo ontworpen dat gasten niet nadenken over hoeveel geld ze verliezen en hoe lang ze al bezig zijn.
Hoe doen ze het? Geld hebben om zomaar weg te gooien? Ik werk vier banen en kan amper eten op tafel zetten voor papa en mij.
Papa… Hij heeft meer uren in deze tent doorgebracht dan gezond is, en gokt het geld weg dat ik voor ons verdien.
Uit gewoonte scan ik de casinovloer om er zeker van te zijn dat hij nergens in de buurt is, bezig met het enige wat hij beloofd had niet meer te doen.
De blackjacktafels zijn vrij leeg, wat goed én slecht is. Papa verliest geen geld, maar het betekent ook dat mijn dienst nog maar net begonnen is.
Een beweging trekt mijn blik naar het enorme donkere raam erboven, aan de achterkant van de zaal.
Dat is het beveiligingskantoor, waar de eigenaar graag de camera's in de gaten houdt om er zeker van te zijn dat niemand vals speelt of rare dingen uithaalt.
Ik kan niet veel zien, maar het licht in het midden van de kamer werpt een silhouet op het glas, en ik weet dat het alleen de eigenaar kan zijn: Vinny.
Niemand anders is ook maar in de buurt van zo groot. De man was vast een NFL-superster geweest als hij niet in de Markizo-familie was geboren.
De schaduw is recht op mij gericht. Of hij staat met zijn rug naar de zaal, of hij kijkt mijn kant op.
O god, heeft hij gezien dat ik in slaap viel?
Ik kan het me niet veroorloven om deze baan te verliezen, maar ik word liever ontslagen dan dat ik oog in oog kom te staan met Vinny. Hij is niet lelijk om te zien, maar als de helft van de verhalen die ik gehoord heb waar is…
„Jezus, mevrouw, ga je vandaag nog inzetten aannemen, of moet ik je een slaapliedje zingen?“
De man aan de tafel is een wandelend cliché: een enorme cowboyhoed, een zonnebril met gouden rand en een donker overhemd met knopen die op springen staan onder het gewicht van zijn vetrollen.
„Wat is hier het probleem?“
Shit. Carlos…
„Blijkbaar verveel ik je meisje hier,“ zegt de cowboy, terwijl hij zijn tandenstoker van de ene mondhoek naar de andere flikt. „Ze vond het nodig om even een dutje te doen tijdens haar werk.“
„Is dat zo?“ Carlos komt naast me staan. Zijn zware aftershave smaakt muf in mijn mond, en ik slik om te voorkomen dat ik over de fiches voor me heen kots.
„Wil je het even uitleggen, Sid?“ Mijn baas laat zijn vingers over de diagonale lijn van mijn rug glijden.
Ik staar naar mijn hand op de tafel. Hij trilt, maar ik weet me in te houden en sla niet de nepbezorgdheid van Carlos' gezicht.
Ik schuif een stukje naar links, net ver genoeg om buiten zijn bereik te zijn. „Tweehonderd op zwart, toch?“ Ik buig voorover, pak de fiches van de cowboy en leg ze op de juiste plek.
„Nee, nee, kom op nou,“ zegt de cowboy. „Je baas stelde je een vraag.“
„We hebben het hier al over gehad, Sid. Je mag honderd banen werken als dat nodig is om je armzalige flatje te betalen, maar als je moe op je werk blijft komen, weet je wat ik moet doen.“
De cowboy stoot de vrouw naast hem aan. „Ha, kijk, we gaan zien hoe dit meisje haar baan verliest. Misschien heb ik toch nog een beetje geluk vandaag.“
Carlos stapt weer dichterbij. Zo dichtbij dat ik zijn stoppels tegen mijn oorlel voel.
„Of…,“ fluistert hij, „je komt naar mijn kantoor, zoals we besproken hebben. Op je knieën smeken om je baan terwijl je over mijn bureau ligt.“
Zijn vingers liggen weer op mijn rug en glijden langs de onderkant van mijn ruggengraat. Als ze op mijn kont belanden, knijpt hij. Hard.
Voordat ik me aan de roulettetafel kan vastgrijpen, vliegt mijn hand omhoog en vol in Carlos' gezicht. „Blijf met je gore handen van me af, viezerik!“
Shit, nu heb ik het gedaan.
Als Carlos zijn blik weer op mij richt, zie ik dat de nep-bezorgdheid volledig verdwenen is. Zijn donkere, onbeweeglijke ogen boren zich in de mijne.
„O, Sid, nu heb je het echt verkloot.“ Hij grijpt mijn pols in een strakke greep en draait mijn huid. „Kom mee!“
Weer duwt hij zich tegen me aan om in mijn oor te fluisteren. „Ik ga die kont van je zo'n lesje leren dat-ie net zo rood wordt als het tapijt in dit casino.“
Even voel ik mijn ogen wijd opengaan van angst, maar de onuitstaanbare schaterlach van de cowboy maakt me razend.
Ik stamp op Carlos' gepoetste schoen tot ik een krak hoor. Als hij sissend door zijn opeengeklemde tanden zijn been vastgrijpt, til ik de bak met fiches met beide handen op en sla hem ermee tegen zijn hoofd.
De fiches vliegen over de tafel, stuiteren en rollen alle kanten op. Eentje raakt zelfs de zonnebril van de cowboy, wiens tandenstoker uit zijn openhangende mond is gevallen.
De vrouw naast hem graait zo veel fiches bij elkaar als ze kan voordat ze er snel vandoor gaat.
„Vuil kreng!“ Carlos houdt zijn wang vast met de ene hand terwijl hij met de andere naar me grijpt. „Je gaat hiervoor—“
„Wat is hier aan de hand?“
Carlos verstijft, en ik ook. Zelfs het geluid van de gokautomaten lijkt zachter te worden. Uit respect. Of angst.
Als ik over mijn schouder kijk naar wie er achter me staat, zie ik Carlos slikken.
„Meneer Markizo, meneer,“ zegt Carlos, bijna jankend, „het stelt niets voor. Een kleine disciplinaire maatregel. Deze croupier lag te slapen op haar werk, en nu is ze compleet doorgedraaid.“ Hij grijnst gemeen naar mij. „En haar baan kwijt.“
Ik draai me langzaam om. Ik weet al dat ik achterover moet leunen en mijn ogen omhoog moet richten om op te kijken naar de enorme man die er toch in geslaagd is om ongemerkt achter me op te duiken.
„Meneer Markizo, ik… het spijt me. Ik kleed me om en vertrek meteen.“
Hij is onmiskenbaar knap, met pikzwart haar, bruine ogen en een sterke kaaklijn met een schaduw van stoppels. Zijn gespierde bouw is duidelijk zichtbaar, en ik kan tatoeages zien die onder zijn overhemd vandaan komen.
Hij is ook angstaanjagend.
„Jij bent Sidney Collins, klopt dat?“ Zijn diepe stem laat de lucht om ons heen trillen en stuurt golven door mijn borst, omlaag door mijn buik, en—
Ik knijp mijn ogen stijf dicht en knik.
„Je vader is Robert Collins?“
Verdomme, papa, wat heb je nu weer gedaan? Ik knik opnieuw.
„Pak je spullen, laat je uniform achter in de kleedkamer en wacht over tien minuten buiten op me.“
„J-ja, meneer.“ Ik wil hem en iedereen in dit protserige hol vertellen dat ze hun vuisten in hun eigen reet kunnen stoppen, maar ik houd mijn mond.
Las Vegas wordt niet voor niets Sin City genoemd, en niet alleen vanwege de glitter en glamour van de casino's en de louche stripclubs. Er is een donkere kant aan Vegas — een kant die vergeven is van de maffia en woekeraars.
En Vinny Markizo en zijn familie zitten in het donkere, kloppende hart ervan.
„Had je nooit moeten aannemen,“ mompelt Carlos achter me. „Waardeloos vanaf dag één. Maar kon het niet laten om even naar die tieten in dat topje te—“
„Jij mag ook je bureau leegmaken en vertrekken, Carlos.“ Vinny stapt om me heen en gaat tussen Carlos en mij in staan.
Beschermt hij me? Nee, natuurlijk niet. Hij heeft me net ontslagen.
„M-meneer?“ Het bloed trekt in een oogwenk weg uit Carlos' gezicht.
Vinny balt zijn vuisten langs zijn zij tot zijn knokkels kraken. De beweging laat de pezen in zijn dikke onderarmen opspannen. „Het management mag niet aanpappen met het personeel.“
Hij buigt zich voorover en torent boven Carlos uit, die een stap naar achteren moet doen. „En dan heb ik het nog niet eens over de seksuele intimidatie.“
„Seks… seksuele intimidatie?“
Vinny wijst over zijn schouder naar het raam van het beveiligingskantoor. „Ik zie alles hier, Carlos. Alles.
„Je hebt Sidney geen respect getoond, dit casino geen respect getoond, en mij geen respect getoond. En ik duld geen gebrek aan respect.
„Je hebt twintig minuten om je spullen te pakken en te verdwijnen. Anders“ — Vinny knikt opzij, waar een van zijn vaste handlangers donkere handschoenen aantrekt — „laat Angelo je de achtersteeg zien.“
Carlos' ogen schieten van Vinny naar Angelo naar mij en weer terug naar Vinny. „Maar zij… zij was… Godverdomme, vuil kreng. Je zult hiervoor boeten.“
Carlos spuugt op de grond en loopt het casino door naar de rode fluwelen gordijnen die het zicht van de klanten afschermen van de personeelsingang.
Als hij ver genoeg weg is, draait Carlos zich om en steekt zijn middelvingers op. „Ik zal je laten zien wat gebrek aan respect is, Markizo. Wacht maar!“
Angelo zet een stap in zijn richting, en Carlos verdwijnt snel achter de gordijnen.
Vinny balt opnieuw zijn vuisten, laat zijn knokkels kraken en schudt ze los tot zijn vingers vrij hangen.
Ik verwacht half dat er een glimlach op zijn jonge, harde gezicht ligt, maar als onze ogen elkaar vinden, zie ik hoe fout ik zit.
Hij zegt niets en bekijkt me van top tot teen, zijn gezicht onleesbaar.
Even ben ik bang dat ik de ene engerd voor de andere heb ingeruild. Vinny is makkelijker om naar te kijken, maar met Carlos had ik tenminste nog een kans gehad om me te verweren en te ontsnappen.
Vinny is een beer van een vent. Als hij me dingen wil… aandoen, is er geen houden aan.
„Over tien minuten buiten, mevrouw Collins. Ik zit in de auto.“
Hij stapt op me af. Ik wil achteruit stappen, maar ik sta als aan de grond genageld, mijn benen van steen door de angst.
Vinny buigt zich naar me toe tot zijn lippen naast mijn oor zijn. Ademt hij diep in? Ik weet niets zeker op dit moment. Ik mag niets aannemen. Niets doen wat hem boos zou kunnen maken.
Zijn adem is warm… rustgevend…
„Laat me niet wachten.“










































