
Texts to Texas
Auteur
Natalie K
Lezers
17,4K
Hoofdstukken
31
Herinneringen ophalen
SOPHIE
Ik ren, ik ben buiten adem, maar ik weet dat ik niet kan stoppen. Hij is zo dichtbij dat ik hoor hoe de droge takken breken onder zijn zware voeten. Ik moet doorgaan, buiten adem of niet.
Ik mag hem niet laten winnen. Opeens struikel ik en de droge, gebarsten grond schaaft langs mijn knieën terwijl ik over de grond glijd alsof ik auditie doe voor een hiphopdans.
„Au,“ roep ik.
Dan stopt hij met rennen. „Tikkie, jij bent!“ Hij lacht breed als hij mijn schouder aanraakt. Dan rent hij weg de bomen in.
Dit herinner ik me altijd, maar ik weet nooit meer wie de jongen is met wie ik speel. Ik weet nog dat we onafscheidelijk waren en hoe blij ik me voelde als ik bij hem was, maar zijn naam schiet me nooit te binnen. Het is alsof er een blokkade in mijn hoofd zit.
„Mam, weet je nog wie die jongen was? Hij was mijn beste vriend in Texas.“ Ik kijk om me heen.
Het boeit haar niet. Ze zit op haar telefoon door Tinder te swipen.
„MAM,“ roep ik.
Ze tilt haar mooie gezicht een beetje op, maar haar ogen blijven op haar telefoon gericht. „Kom hier, vertel me wat je van deze man vindt,“ zegt ze, terwijl ze mijn vraag negeert.
„Wat heeft dat voor zin? Hij is waarschijnlijk toch een eikel.“
„Sophie, niet alle mannen zijn eikels. Je moet over je vaderproblemen heen komen en een leuke jongen voor jezelf zoeken.“
Ik schud mijn hoofd. „Mam, jouw verleden met mannen is genoeg om me weg te jagen. Ik bedoel, kijk waar de liefde ons heeft gebracht. We zitten vast in het koude, donkere Engeland.“
„Hé, Jeremy was aardig. Hij gaf je een goed leven hier. Hij vraagt nog steeds hoe het met je gaat.“
„Ik had veel liever gehad dat je gewoon in Texas was gebleven en een lokale man had ontmoet, zoals een normale vrouw. Maar nee, jij moest zo nodig gek doen en er eentje kiezen die duizenden kilometers verderop woonde, me van school halen en ons hierheen verhuizen. Allemaal in een opwelling.“
Haar ogen verlaten eindelijk het telefoonscherm terwijl ze op haar onderlip bijt en haar hoofd schudt. „Je gaat het me nooit vergeven, hè?“ Ze wacht vol spanning op mijn antwoord.
„Nee, mam, ik denk het niet. Ik kan niet stoppen met denken aan hoe het had kunnen zijn. Ik heb hier nooit vrienden gehad en ik voelde me altijd raar. De enige persoon bij wie ik me ooit verbonden voelde, was die jongen in Texas, en jij weet niet eens meer hoe hij heet.“
Ze staat op van de bank en schuift met haar zachte pantoffels over de houten vloer. „Hij was blijkbaar jouw beste vriend. Waarom weet jij zijn verdomde naam dan niet meer?“
Ik kijk haar na. „Ik was acht jaar oud. Het is zeventien jaar geleden,“ roep ik naar haar.
Ze loopt de kamer uit en roept terug: „Nou, ga hem dan zoeken als hij zo belangrijk voor je is.“
Die ouwe heeft me op een idee gebracht. Het zou niet onmogelijk moeten zijn om hem te vinden met de technologie van tegenwoordig. Hij woonde niet in hetzelfde dorp als ik.
Ik herinner me vaag dat hij vaak op bezoek ging bij zijn tante, en een korte tijd bij haar woonde. Dat zou het moeten beperken. Er woonden niet veel kinderen bij hun tantes in dat kleine dorp.
Ik ga die avond naar bed met een hoopvol gevoel. Het klinkt gek, en ik weet dat hij een heel ander persoon zou zijn als ik nu met hem zou praten. Hij zou niet meer dat zevenjarige jongetje zijn met wie ik gilde en speelde, of de jongen die me de beste knuffels gaf en bij wie ik me altijd zo veilig voelde.
Ik denk al zeventien jaar aan hem, maar ik zie hem nog steeds als een jongen, nooit als een man. Misschien leeft hij niet eens meer, of is hij waarschijnlijk getrouwd en ver weg verhuisd. Al die gedachten razen door mijn hoofd terwijl ik probeer te slapen.
„Laat ook maar,“ zeg ik tegen mezelf terwijl ik mijn deken van me af duw. Ik klap mijn laptop open en begin met zoeken. Social media lijkt me de beste plek om te beginnen: Facebook en Instagram. Ik zoek urenlang en kijk naar mannen die het kleine dorp als hun locatie hebben ingesteld.
„Het heeft geen zin,“ zeg ik terwijl mijn ogen glazig worden en ik mijn laptop dichtklap. Hoe ga ik hem ooit vinden als ik geen flauw idee heb hoe hij eruitziet?
Ik word wakker van Mam die hard lacht in de keuken. Ik neem aan dat ze een leuke Tinderman heeft gevonden om mee te flirten. Mijn moeder is de ultieme romanticus, altijd op zoek naar die ene zielsverwant. Ze denkt altijd dat ze hem heeft gevonden, totdat de nieuwigheid eraf is en ze hem niet meer kan uitstaan. Ja hoor! Haar relaties worden razendsnel giftig.
„Sophie,“ roept Mam. „Ik ga de deur uit. Kom met je reet uit bed.“
Ik stap uit bed en steek mijn hoofd buiten de slaapkamerdeur. „Waar ga je zo vroeg naartoe?“
„Ik ga ontbijten met Jim.“
„Welke Jim?“
„Jim, gewoon Jim. Hij is een man met wie ik al een tijdje praat.“
Ik rol met mijn ogen terwijl ik de deur dichtdoe. Ik kan het niet aanhoren hoe ze weer doordraaft over een of andere idioot die net zo snel vertrekt als hij is gekomen. „Ik ben tot laat op mijn werk,“ roep ik terug terwijl ik weer in bed kruip.
Mijn leven is zo eentonig. Ik vraag me vaak af wat er nog meer is. Dit kan toch niet alles zijn. Ik ben niet geboren om alleen maar te werken en rekeningen te betalen. Ik weet dat ik zelf deels schuldig ben aan mijn saaie leven. Ik kies er zelf voor om niet met andere mensen om te gaan.
Ik kies er zelf voor om na het werk niet met collega's op stap te gaan, en ik kies er zelf voor om alleen in de bibliotheek te zitten, te lezen en te dromen over plekken ver weg van huis. Ik denk dat ik me gewoon nooit ergens thuis heb gevoeld. Ik had wel vrienden, maar ze waren altijd zo anders dan ik.
Ik hield mezelf altijd aan de buitenkant, en uiteindelijk gingen ze allemaal zonder mij verder. Nu is mijn werk mijn enige band met de buitenwereld. Ik werk in de plaatselijke bioscoop en doe mijn best om tijdens mijn diensten in de projectiekamer te mogen werken.
Daar kan ik mijn boek lezen met mijn voeten omhoog. Soms kijk ik naar de film, als het iets fatsoenlijks is.
Ik hoef vandaag pas 's middags te beginnen, dus besluit ik om verder te zoeken naar mijn jongen uit Texas. Ik weet nog steeds niet precies wat ik zoek, maar ik weet dat ik er alles aan moet doen.
Wilmington, Texas is een klein dorp, maar ik vind een Facebookpagina. Gelukkig zijn ze daar gek op rodeo, dus veel mensen komen langs voor de shows. Ik lees de reacties en vind een paar vaste reageerders.
Misschien zijn deze mannen hem niet, maar misschien kennen ze hem wel. Aarzelend stuur ik een paar van hen een berichtje. Het is zoeken naar een naald in een hooiberg, maar ik moet ergens beginnen. Bovendien zei Mam altijd dat mensen in kleine dorpen daar blijven plakken, dus hopelijk is hij niet verhuisd.
Het is laat als ik klaar ben met werken. Ik ben zo moe dat ik meteen naar mijn slaapkamer loop, nog in mijn naar popcorn stinkende werkkleding en lelijke pet. Ik hoor mijn moeder niet, maar het is niet ongewoon dat ze niet thuiskomt van een ontbijt, lunch of diner met dit soort mannen.
Vroeger bleef ze soms dagenlang weg. Ja, ik ben gestopt met de politie bellen nadat het voor de tweede keer gebeurde.
Na mijn douche klap ik mijn laptop open, en tot mijn verbazing heb ik een berichtje.
Ik open het voordat ik mezelf kan tegenhouden. Het is van een man die Liam heet, uit Wilmington. Hij zegt dat hij er bijna zijn hele leven heeft gewoond en dat hij graag mijn vragen wil beantwoorden.
Ik glimlach terwijl ik zijn berichtje nog een keer lees. Hij is een knappe man met kort donker haar en een gebruind, gespierd lichaam. Het is moeilijk om niet te fantaseren dat hij mijn mysterieuze jongen is.









































