
Het Aanbod van de Miljonair
Auteur
Mira Matic
Lezers
3,0M
Hoofdstukken
34
Hoofdstuk 1.
LUCIUS
„Help me, jongen. Ik kan haar niet aan. Of de baby,“ zei Jack. Zijn gebruinde huid vertoonde fijne lijntjes rond zijn knappe mond. Hij zag er nog steeds vitaal uit, ondanks dat hij de zestig al was gepasseerd.
„Ik heb een fout gemaakt,“ vervolgde hij, terwijl hij één vinger opstak. „Ik verknalde het één keer, en nu is mijn leven naar de knoppen.“ Hij jammerde, zich gedragend als een slachtoffer, zoals gewoonlijk.
Lucius keek naar zijn vader. De oudere man zat wijdbeens in de stoel, zijn forse gestalte puilde uit over de zijkanten en rug. Lucius merkte met een glimlach op dat zijn vader flink was aangekomen sinds zijn moeder acht jaar geleden was overleden.
„Kun je alsjeblieft ophouden met zeuren?“ vroeg Lucius, terwijl hij over zijn gezicht wreef en de neiging onderdrukte om zijn vader een draai om de oren te geven. Hij kon geen medelijden opbrengen voor Jack, niet nu.
„Ik heb Vanessa ten huwelijk gevraagd en ze zei ja. Ik kan geen kind krijgen bij een andere vrouw. Vanessa zal me aan de kant zetten.“
Dit slaat nergens op, dacht Lucius, terwijl hij zijn hand in zijn zak stak.
Maar Lucius was niet verbaasd. Hij had het zien aankomen. Zijn vader wist vaak mooie vrouwen te verleiden.
„Laat me dit even goed begrijpen.“ Hij draaide zich om en keek in ogen die op de zijne leken, maar ouder. „Je hebt het aangelegd met mijn dienstmeid. Je maakt haar zwanger. Dan vraag je Vanessa ten huwelijk. Terwijl je wist dat de baby elk moment geboren kon worden, toch?“
Jacks gezicht werd rood terwijl hij wegkeek, de blik van zijn zoon ontwijkend.
Vanessa, die Lucius' derde stiefmoeder zou worden, zou door het lint gaan als ze erachter kwam dat haar toekomstige echtgenoot een kind verwachtte bij de dienstmeid. Jack kon niet van de vrouwen afblijven toen Lucius' moeder nog leefde, en hij kon het nog steeds niet na haar dood.
En zoals altijd kwam hij bij Lucius aankloppen om zijn probleem op te lossen.
„Als je de hele tijd de bloemetjes buiten zet, moet je niet raar opkijken als je veel kinderen krijgt,“ zei Lucius. Hij was geïrriteerd dat hij zijn vader weer eens moest leren wat fatsoen was.
„Betaal haar af, stuur haar weg. Het kan me niet schelen.“ Jack zwaaide met zijn hand alsof het een tovertruc was.
Kijkend naar het onverschillige gebaar van zijn vader, alsof hij het niet had over echte mensen, een moeder en een kind, voelde Lucius intens medelijden met zijn moeder.
Ze leefde en stierf alleen wetend van de liefde en passie die deze man te bieden had.
Liliana Marinacci was rijk. Het enige kind van een van de welvarendste families van Italië.
Zijn prachtige moeder kon elke man krijgen die ze wilde. Maar ze viel als een blok voor Jack, een jongere man met een charmante persoonlijkheid die niet van de vrouwen af kon blijven.
Haar vurige Italiaanse bloed was haar grootste probleem. Hoe meer Jack vreemdging, hoe meer ze hem achterna zat.
Het was zeldzaam om een rustige dag in hun huis te hebben. Elke herinnering die Lucius had uit zijn jeugd werd overschaduwd door het geruzie en de jaloezie van zijn ouders.
Er was een reden waarom hij Italië de rug toekeerde en in Amerika ging studeren. Niet alleen had het enkele van de beste business schools ter wereld, maar het liet hem ook ontsnappen aan zijn disfunctionele familie. Eindelijk kon hij wat rust vinden.
Toen hij eenentwintig werd, belden de familieadvocaten Lucius en vertelden hem dat hij de enige erfgenaam van de familie was. Zijn grootvader, wetende hoe Jack geld over de balk smeet, had ervoor gezorgd dat Jack geen rooie cent zou krijgen.
Zijn vader wist hoe hij geld moest uitgeven, maar wilde er niet voor werken. Jacks enige zorg was om zo min mogelijk te doen zodat hij een gemakkelijk leven kon leiden. Als het niet was voor zijn geld uit het familietrust, zou Jack zo arm als een kerkrat zijn.
Hoewel Lucius dankbaar was voor de vrijgevigheid van zijn grootvader, betekende het dat hij na zijn studie terug moest keren naar Italië. Lucius, niet zijn vader, was verantwoordelijk voor het familiefortuin, en het grote huis kon niet van een afstand worden bestierd.
„Jack,“ zei Lucius, „de vrouw is aan het bevallen, en jij wilt dat ik haar afpoeier en wegstuur? Het is jouw kind en mijn broer of zus die vanavond geboren zal worden. Wil je ze echt zo makkelijk aan de kant schuiven?“
Hij verwachtte geen antwoord van zijn vader. Die was te druk bezig met zelfmedelijden.
„Ze gaat met Jan en alleman naar bed. Ik zou haar niet vertrouwen. Verdomme, de baby is misschien niet eens van mij,“ zei Jack.
Lucius wist al dat er een kans was dat een andere man de vader van de baby was. Er gingen geruchten onder het personeel dat de vrouw bekend stond om haar losse zeden. Toch had hij een sterk voorgevoel dat zijn halfbroer of -zus vanavond geboren zou worden. En hij was vastbesloten om het kind te adopteren.
Zijn advocaat was op dit moment bezig met de papieren. Er was geen manier waarop hij deze kans voorbij zou laten gaan.
Terwijl hij met zijn handen door zijn gitzwarte haar ging, dat hij van zijn moeder had geërfd, leunde hij tegen het bureau achter hem.
Qua lengte en bouw was hij een fitte, sterke versie van zijn vader uit Montenegro. Zijn sterke kaaklijn, licht gebogen neus en intense ogen gaven zijn gezicht een woeste uitstraling. Niemand zou Lucius een eenvoudige man of knap noemen, maar mensen vielen voor meer dan alleen zijn uiterlijk. Hij maakte een diepe indruk op iedereen die hij ontmoette.
„Ik heb het vreselijk verknald, maar kun je me uit de brand helpen?“ vroeg Jack.
Er klonk een klop op de deur van de studeerkamer, en Marta, de hoofdhuishoudster, kwam binnen.
„We hebben net bericht gekregen van Sebastian in het ziekenhuis. De weeën zijn regelmatig. De baby komt eraan, binnen een paar uur.“
Toen Lucius knikte, verliet Marta de kamer en sloot de deur achter zich.
Jack schoof onrustig heen en weer in zijn stoel, en Lucius besloot dat het tijd was om een einde te maken aan zijn lijden. Hij wilde niet op dezelfde dag de geboorte van zijn halfbroer of -zus en de dood van zijn vader meemaken.
„Ik zal voor de vrouw en het kind zorgen. Maar je moet je vanaf nu gedragen, begrepen?“ zei Lucius terwijl hij naar de deur liep.
De oudere man greep Lucius' hand, kuste hem en hield hem stevig vast. „Dank je, mijn zoon. Ik weet niet wat ik zonder jou zou moeten.“
Terwijl Lucius naast de stoel van zijn vader stond, verzachtte zijn gezichtsuitdrukking. Hij trok zijn jasje uit en hing het over de rugleuning van zijn stoel voordat hij uitreikte en zijn vader een vriendschappelijke klop op de schouder gaf.
Lucius liep kalm de kamer uit, zijn vader achterlatend om na te denken.
Marta stond aan het einde van de gang op hem te wachten. „Het spijt me, meneer Casano, ik wist niet dat Olivia zo was. Ben zei dat ze goed was. Toen ik met haar sprak voor de baan...“ Marta had moeite om de juiste woorden te vinden. „Als ik had geweten wat ze zou doen, had ik haar nooit aangenomen.“
Lucius legde zijn grote handen op de smalle schouders van de vrouw. Ze reikte maar tot aan zijn borst, en hij herinnerde zich de tijd dat ze hem in haar armen kon houden. Marta was de enige constante factor in zijn leven. Hij had veel meer herinneringen aan deze vrouw dan aan zijn eigen moeder.
„Je kon het niet weten,“ zei hij, terwijl hij over haar rug wreef. „Maak je geen zorgen over wat anderen doen.“
Marta's haarknot schudde terwijl ze haar hoofd bewoog. „Ze is niet slecht. Ze heeft nog een kind, een tienermeisje. Ze heeft nooit over de vader van het meisje gesproken. Om eerlijk te zijn, Lucius, de vrouw is dom en te goedgelovig. Maar ze is niet slecht.“
„Alles komt goed, maak je geen zorgen.“ Hij troostte haar nogmaals voordat hij haar losliet.
Terwijl Marta haar weg vervolgde, liep Lucius de gang af, op zoek naar zijn hoofd beveiliging. Hij wilde de man kort spreken.
Lucius vond Henry aan het einde van de gang. Hij was erg nerveus, wachtend op Lucius en zag er schuldig uit.
„Goedenavond, Henry. Hoe gaat het vandaag?“ begroette Lucius hem.
Het hoofd beveiliging glimlachte zenuwachtig. Hij was een grote man, lang en sterk, een van de besten in zijn vak.
Lucius nam even de tijd om zijn mouwen op te rollen.
„Vertel me, heb ik het goed gehoord?“ Zijn rechterhand greep Henry's schouder. „Deze baby zou van jou of van mijn vader kunnen zijn?“ Hij hield zijn stem laag zodat Marta hem niet zou horen. De vrouw was al gestrest en hij wilde het niet erger maken.
Henry knikte. Zijn hele lichaam was gespannen.
„Als het de jouwe is, wil je het dan houden?“ vroeg Lucius direct. Hij observeerde de emoties op Henry's gezicht. Hij wist dat Henry getrouwd was en twee kinderen had.
„Ik heb maar één keer met haar geslapen. Het was een tijdje geleden. Toen zei je vader dat hij me zou ontslaan als ik haar nog een keer zag, dus ik vertelde haar dat we niet meer samen konden zijn,“ zei Henry zachtjes.
„Eén keer is genoeg. Je hebt twee kinderen thuis, man. Dat weet je.“ Lucius verloor zijn geduld. Eerst zijn vader en nu zijn hoofd beveiliging.
„Het spijt me, baas. Het zal niet meer gebeuren. Het was zo moeilijk om nee te zeggen. Ze was mooi en gewillig.“ Henry haalde diep adem. „Mijn vrouw mag het nooit weten. Ze zou me meteen de deur wijzen als ik met een baby thuiskwam.“
Lucius knikte. „Ik zal het regelen. Ik blijf de rest van de avond binnen. Ga naar huis. En zorg ervoor dat je onderweg bloemen koopt voor je vrouw.“
Henry knikte voordat hij het huis uit rende alsof de duivel hem op de hielen zat.
Lucius liep naar de achterkant van het huis en naar buiten, de binnenplaats op. De nacht was erg stil.
Hij was er zeker van dat het kind van zijn vader was. De data klopten. En hij had dit gevoel dat zijn halfbroer of -zus vanavond geboren zou worden.
Maar het kon een goede zaak zijn.
Een kind zou het leven van zijn oude heer overhoop halen, maar het zou zijn wankele huwelijk kunnen redden.













































