
Haar Monster
Auteur
Lezers
818K
Hoofdstukken
30
Hoofdstuk 1
ERICA
Ik liep Aldritch ver na middernacht binnen. Hoewel ik hier in zes jaar niet was geweest, was er niet veel veranderd. Het was nog steeds klein en rustig. Mijn herinneringen waren een beetje vaag. Maar ik wist dat ik Main Street moest aflopen en linksaf moest slaan bij Izzy's IJssalon... als die tenminste nog bestond.
Het had meer dan twee dagen geduurd om hier te komen. Ik had gelift en het grootste deel van de weg gelopen. Mijn sneakers vielen zowat uit elkaar en mijn voeten deden bij elke stap pijn. Ik dacht er even over na om op blote voeten verder te gaan, maar besloot dat niet te doen. Ik was er bijna.
De straatlantaarns wierpen een zwakke en griezelige gloed. Ik rilde onwillekeurig. De etalages zagen er ouderwets uit. De letters waren vervaagd; er waren geen felle ledlampen. Ik trok mijn rugzak recht terwijl ik in stilte verder liep.
Izzy's stond er nog steeds. Ik stopte en keek door de ruit. De toonbank was precies zoals ik me herinnerde. De ijsposters aan de muren waren onveranderd. Ik schudde mijn hoofd. Het voelde een beetje eng, alsof Aldritch niet was meegegaan met de tijd. Net als ik.
Ik sloeg gehaast linksaf bij de hoek. Ik was doodmoe. Het enige wat ik wilde, was mijn dorst lessen en dagenlang slapen.
Vier straten verderop sloeg ik Spruce Street in. Het was een doodlopende straat met maar drie huizen, waaronder dat van mijn oma. Haar huis stond in het midden en grensde aan het bos. Er was geen hek en de veranda zag eruit alsof hij dringend gerepareerd moest worden.
Eén enkele straatlantaarn knipperde aan en uit. Toen ik dichter bij het huis kwam, viel mijn oog op de decoratieve uil die aan de muur hing. Ik hoopte dat de reservesleutel daar nog in zat. Het laatste wat ik wilde, was inbreken in het huis en de buren wakker maken. Hoewel alle drie de huizen onbewoond leken te zijn.
Ik hield mijn adem in en haalde de uil van de muur. Het geluk was aan mijn kant. Ik haalde de sleutel uit het kleine gaatje en opende de voordeur. Ik moest al mijn gewicht gebruiken om de deur open te duwen. Het leek alsof de deur te groot was geworden voor het kozijn.
Ik duwde hem weer dicht en kromp ineen door het harde geluid. Daarna deed ik de deur op slot. Ik was er eindelijk. Het was me gelukt.
Mijn ogen namen de vertrouwde meubels in zich op. De bank waar ik films keek met mijn oma, de keukentafel waar ik haar zag koken. Ik ademde diep in en rook de geur die ik al zes jaar niet meer had geroken. Dit was de plek waar ik het gelukkigst was geweest.
Ze was er nu niet meer. En niemand had de moeite genomen om me te laten weten wanneer het was gebeurd.
Ik reikte naar de lichtknop en klikte hem een paar keer op en neer. Er gebeurde niets. Het elektriciteitsbedrijf had de stroom waarschijnlijk afgesloten nadat ze was overleden. Het maakte niet uit. De maan was bijna vol en scheen helder het huis binnen. Hierdoor kon ik zonder de lampen goed genoeg zien.
Ik liep naar de keuken. Ik kruiste mijn vingers en probeerde de kraan. Het water pruttelde en kwam er toen in een constante straal uit. Ik pakte een glas, vulde het en dronk het in één teug leeg. Het water verzachtte mijn droge keel. Ik vulde het opnieuw, maar deze keer nam ik kleine slokjes.
Ik deed mijn rugzak af en gooide hem op de grond. Ik was meer dan uitgeput. De trap kraakte luid toen ik naar boven en door de gang liep. Ik had hier alleen maar de zomers doorgebracht. Maar mijn slaapkamer zag eruit alsof ik hem gisteren had achtergelaten. Dezelfde gewatteerde sprei lag op het eenpersoonsbed. De hoge ladekast stond tegen de achterste muur.
Ik schopte mijn schoenen uit, dronk het water op en liet mezelf op het bed vallen. Het stof kriebelde in mijn neus. Maar ik was te moe om me daar druk om te maken en in een oogwenk viel ik in slaap.
***
Ik werd zwetend en in de war wakker. Toen ik rechtop ging zitten, herinnerde ik me meteen weer waar ik was. Nadat ik gehaast mijn capuchontrui had uitgetrokken, haalde ik diep adem. Een muffe geur hing in de kamer. Ik kromp ineen van de pijn toen mijn voeten de vloer raakten. Mijn voetzolen zaten helemaal onder de blaren.
Ik strompelde naar het raam, trok de jaloezieën omhoog en opende het raam zo wijd mogelijk. Er stond een zacht briesje dat mijn verhitte lichaam afkoelde. Terwijl ik voor het raam stond, keek ik naar beneden naar de straat. De voortuin zag er verwaarloosd en onverzorgd uit. Het gras was overwoekerd en de bloemperken stonden vol onkruid. Spruce Street was net zo leeg en stil als het huis.
Herinneringen overspoelden mijn gedachten, maar ik duwde ze weg. Dit was niet het moment om herinneringen op te halen.
Ik had al dagen niet gedoucht, dus dat stond bovenaan mijn prioriteitenlijstje. De badkamer was net als alles in dit huis: oud en toe aan een opknapbeurt. Omdat er geen elektriciteit was, was het water ijskoud en de douchekop had heel weinig druk.
Geen van deze dingen stoorde me. Ik stond twintig minuten onder de straal. Daarna waste ik mijn haar en lichaam met de toiletartikelen die nog op de plank stonden van mijn laatste bezoek, meer dan zes jaar geleden.
De handdoek was net zo stoffig als het bed. Maar dat was iets wat ik kon oplossen zodra de stroom weer aan was.
Ik staarde in de verweerde spiegel. Mijn gezicht zag er bleek en vermoeid uit. Door mijn grijze ogen leek ik ouder dan mijn achttien jaar. Mijn asblonde haar moest dringend worden geknipt. Ik bekeek mezelf kritisch. Ik kon mezelf niet echt meer zien, alleen een schim van wie ik vroeger was. Schuldgevoel sijpelde uit elke porie.
Ik draaide me boos weg van de spiegel. Ik vond mijn oude haarborstel onder de wastafel en begon de klitten eruit te borstelen. Ik kwam in de verleiding om een schaar te zoeken en alles eraf te knippen. Het haar kwam tot mijn onderrug en de lengte irriteerde me.
Zodra ik me weer een beetje mens voelde, haalde ik mijn uitpuilende rugzak uit de keuken. Ik trok een spijkerbroekje en een T-shirt aan. Ik deed een paar sandalen aan en kromp even ineen toen ze tegen de blaren wreven.
Ik vroeg me even af of deze kleding te gewoontjes was om Steve Morris te ontmoeten. Hij was de advocaat die contact met me had opgenomen over mijn oma en het huis. Daarna zette ik die gedachte van me af. Het was niet alsof ik veel keuze had in wat ik aantrok.
Ik liep een snel rondje door het huis. De kamer van mijn oma was net zo muf als de mijne en voelde onbewoond aan. De aangrenzende badkamer was veranderd sinds de laatste keer dat ik hier was. Het bad was weg en was vervangen door een grote douche.
Tranen brandden in mijn ogen, maar ik duwde ze boos weg. De woonkamer was precies zoals ik me herinnerde. De oude bank was versleten en de tv stamde uit de middeleeuwen. Maar het kon me niets schelen. Ik was vrij en dit was van mij.
Ik pakte de brief van Morris & Morris uit mijn rugzak en controleerde het adres nog een keer: 26 Main Street. Ik was zo ver gekomen. Dat zou ik toch moeten kunnen vinden.
Ik deed de deur op slot en liep naar het centrum. Ik kreeg een paar nieuwsgierige blikken, maar negeerde die. Het was niet moeilijk om het kantoor van Morris & Morris te vinden. Ik opende de deur naar een koel kantoor met airconditioning. De dame achter de balie keek op en groette me.
„Wat kan ik voor je doen, jongedame?“ zei ze glimlachend.
„Ik zou meneer Morris graag willen spreken, alstublieft.“
„Welke?“
„Uhm, Steve Morris,“ zei ik.
„En wie mag jij dan wel zijn?“
„Erica Baxter.“ Zodra ik mijn naam noemde, veranderde haar vriendelijke blik in een ijzige uitdrukking. Tja, fuck. Ik neem aan dat ze weet wie ik ben.
„Ik zal even kijken of hij beschikbaar is,“ antwoordde ze. Ze draaide haar stoel een beetje, pakte haar telefoon en drukte op een knop.
„Ik heb hier een Erica Baxter voor u. Heeft u tijd?“ Ze knikte één keer. „Komt er direct aan.“
Ze draaide zich weer naar mij toe. „Hij verwacht je. Het is de eerste deur aan de linkerkant,“ zei ze koel.
Ik nam niet de moeite om te antwoorden en liep door de gang. Na een korte klop op de deur stapte ik naar binnen.
Steve Morris zat achter een groot kersenhouten bureau. Zijn bril rustte op het puntje van zijn neus en er lag een berg papierwerk voor hem opgestapeld.
„Erica,“ zei hij zachtjes, terwijl hij me opnam. „Hoe gaat het met je, mijn lieve meid?“
Zijn vriendelijkheid liet me even schrikken.
„Ik... Heb ik u eerder ontmoet?“ vroeg ik nieuwsgierig.
„Alleen in het voorbijgaan, maar je was toen nog zo jong.“ Hij gebaarde dat ik mocht gaan zitten. Ik schoof de enige stoel naar achteren en ging zitten.
„Wanneer ben je hier aangekomen? Dat moet gisteren zijn geweest, want de bus komt maar één keer per week. Waar heb je verbleven?“
„Ik ben niet met de bus gekomen,“ antwoordde ik.
Zijn wenkbrauwen gingen omhoog. „Hoe ben je hier dan gekomen?“ vroeg hij.
„Ik heb gelopen en gelift,“ zei ik vlak. Hoe in hemelsnaam was ik hier anders gekomen? Het was niet zo dat ik een auto had of überhaupt wist hoe ik er een moest besturen.
„Maar waarom heb je het geld dat ik heb gestuurd niet gebruikt?“
„Welk geld? Er was geen geld. De brief was al geopend voordat ik hem kreeg.“
Hij keek me vol ongeloof aan.
„Dat is de standaardprocedure in een jeugdgevangenis,“ voegde ik eraan toe. Mijn lippen werden dunner van ergernis. Hij is een advocaat. Hij zou moeten weten hoe het systeem werkt, dacht ik. „Hoeveel geld heeft u gestuurd?“ vroeg ik.
„Oh jee, het spijt me ontzettend. Ik heb driehonderd dollar gestuurd, omdat ik dacht dat je misschien in een hotel moest slapen aangezien de bus erg onregelmatig rijdt,“ mompelde hij verontschuldigend. „Misschien had ik je een buskaartje moeten sturen. Ik had niet gedacht dat ze een brief van een advocaat zouden openen.“
Ik keek hem alleen maar veelbetekenend aan. Hij had geen flauw idee van wat er in een jeugdgevangenis gebeurt.
„Nou ja, je bent er nu. Laten we ter zake komen. Je oma heeft je het huis en alles wat erin staat nagelaten. Ze heeft de onroerendezaakbelasting voor dit jaar al betaald, dus daar hoef je je geen zorgen over te maken. Daarnaast heb ik een brief van haar. Hij is verzegeld, dus wees gerust dat ik hem niet heb gelezen.“
Ik knikte dankbaar toen hij me een envelop overhandigde. Nu krijg ik een brief, na haar dood. Waarom kon ze niet schrijven terwijl ik opgesloten zat?
„Ik heb je handtekening nodig op een paar documenten, en dan ben je vrij om te gaan.“ Hij schoof een map over het bureau en gaf me een pen. „Zet je handtekening op alle plekken die ik met een X heb gemarkeerd.“
Ik boog voorover en zette mijn handtekening op alle aangegeven plekken. Ik nam niet de moeite om het te lezen, behalve de kop. Daar stond 'Eigendomsoverdracht' op.
„Is dat alles?“ vroeg ik.
„Ja, dat is alles. Laat me nu de huissleutels voor je pakken.“ Hij rommelde in een lade en gaf me twee sleutels aan een sleutelbos. Ik herkende ze als de sleutels van de voor- en achterdeur.
„Dank u wel,“ zei ik, terwijl ik opstond. De sleutelhanger was degene die ik zo lang geleden voor mijn oma had gemaakt, met paarse en rode kralen. Ik voelde een beklemmend gevoel in mijn borst. Ik moest hier weg voordat ik begon te huilen.
„Als er problemen zijn, mag je altijd contact met me opnemen,“ zei meneer Morris.
Ik knikte en haastte me naar buiten. Ik liep stevig door, terug naar mijn oma's—nee, naar mijn huis. Hoewel ik al zes jaar niets van haar had gehoord, was ik dankbaar dat ze me het huis had nagelaten.
Toen mijn geplande vrijlating dichterbij kwam, had ik me zorgen gemaakt. Ik wist niet waar ik heen moest of wat ik moest doen na de jeugdgevangenis. Ik had geen contact met mijn moeder. Dus hoewel dit pijn deed, gaf het me in ieder geval een beetje richting.
Ik ging op de bank zitten en hield de envelop in mijn handen. Hij was niet dik. Er stonden geen tekens op, behalve mijn naam die op de voorkant was geprint. Ik opende hem vol spanning, met een bonzend hart. Toen ik de inhoud eruit haalde, viel er een bankpasje op mijn schoot. Ik vouwde de bladzijde open en begon te lezen.
Mijn lieve Erica
Geloof me als ik zeg dat ik je heb gemist en elke dag aan je heb gedacht. Ik weet dat wanneer je dit leest, je eindelijk bent waar je thuishoort. Dit is nu jouw huis, en ik wou dat ik hier was geweest om je te verwelkomen.
Ik schreef je elke maand een brief. Maar je moeder gaf strikte instructies dat je geen contact met mij mocht hebben en stuurde de brieven terug. Uiteindelijk ben ik gestopt met het versturen ervan, maar ik ben nooit gestopt met schrijven. Je vindt ze allemaal in een doos in mijn kledingkast, mocht je ooit de behoefte voelen om ze te lezen. Ik raad je aan om dat te doen!
Ik weet dat wat er is gebeurd een ongeluk was. Ik geloof dat het zelfverdediging was, maar met je moeder viel niet te praten. Ze kon niet bevatten dat haar nieuwe man verkeerde bedoelingen met je had. Maar ik weet dat hij die wel had.
Toen ik hem ontmoette, zag ik hoe hij naar je keek. Destijds probeerde ik haar ervan te overtuigen om jou bij mij te laten. Maar hij haalde haar over en zei dat hij altijd al een gezin had gewild, en dat hij van je zou houden als zijn eigen kind.
De rest is geschiedenis, zoals jullie jongeren zeggen.
Laat wat er is gebeurd niet de rest van je leven bepalen.
In deze envelop hoort een bankpasje te zitten. Ik heb voor je gespaard sinds de dag dat je werd geboren. Er is genoeg geld voor je om mee te beginnen, maar je zult uiteindelijk een baan moeten zoeken. Je zou eens moeten praten met mijn goede vriend Walter.
Ik hoop dat je hem nog kent. Hij heeft een eigen bedrijf in de stad en hij heeft me beloofd dat hij je zou helpen. Je kunt hem elke zondagochtend om acht uur in de Delight Diner vinden. Hij is lang, heeft een slordige baard en ziet er nogal onverzorgd uit. Je kunt hem niet missen.
Je zult het bankpasje moeten activeren, dus een uitje naar de bank is noodzakelijk. Vraag of ze je willen leren hoe je de pinautomaat moet gebruiken. Wees niet verlegen. Je had dit onmogelijk kunnen leren terwijl je opgesloten zat.
Ik heb minimaal contact met je moeder gehad, en ik raad je sterk aan om bij haar uit de buurt te blijven. Ze is een verbitterd en gemeen persoon geworden. Ik ben bang dat ze je kwaad zou doen. Ik heb er uitdrukkelijk om gevraagd om geen overlijdensbericht in de Aldritch Chronicle te plaatsen. Ik wil niet dat ze erachter komt dat jij het huis hebt gekregen en niet zij.
Dat gezegd hebbende, lieve Erica, verstop jezelf niet. Je bent jong en mooi, en ik hou meer van je dan ik ooit met woorden kan zeggen. Ik wil dat je gelukkig bent! Aldritch is een goede plek, op een paar mensen na...
Veel liefs,
Oma
De tranen stroomden over mijn wangen. Ze was me niet vergeten. Ik dacht dat de wereld me was vergeten toen ik werd veroordeeld. Een twaalfjarige die geen idee had wat er aan de hand was. Een twaalfjarige van wie de familie haar volledig in de steek had gelaten. Een monster dat strenge regels en een harde behandeling nodig had, omdat dat het enige was wat ik verdiende.









































