
Delilah Delen Boek 2
Auteur
Alex Fox
Lezers
92,3K
Hoofdstukken
15
De Prinses
Boek Twee: Poison Princess
TATIANA
Ik trok mijn handschoenen aan. Ik maakte me klaar om naar buiten te gaan en in mijn tuin te werken. Daar groeide het enige dat mijn vloek kon overleven: mijn giftige planten.
Voor mijn planten had ik geen handschoenen nodig. Toch droeg ik ze heel zorgvuldig om geen bezoekers te besmetten.
Elk spoortje dat ik achterliet kon iemand heel erg ziek maken. Denk aan het natuurlijke vet van mijn huid of zelfs de restjes van een nies. Zelfs een heel korte aanraking was al gevaarlijk. Dat gold althans... voor mensen.
Ik kweekte onder andere nachtschade, wolfskers en slangenwortel. Ik had ook de bekende kleine rode paddenstoelen met witte stippen. Ik hield veel van mijn enige vrienden. Door de jaren heen leer je te houden van het weinige dat je hebt.
Dit kleine huisje was de eerste plek waar ik kon wonen. Hier deed ik mensen geen pijn sinds mijn vloek over mij was uitgesproken.
Gelukkig kon ik online ook contact leggen. Zo had ik eindelijk weer vrienden. Een van hen was Delilah van de Amerikaanse coven aan de westkust.
Vroeger trokken verschillende heksen steeds aan het kortste eind en moesten zij om de beurt voor mij zorgen. Soms huurden ze Fae in die beter tegen mijn vloek konden. Maar zelfs de Fae werden er uiteindelijk ziek van.
Mensen hielden het al helemaal niet lang bij mij in de buurt vol...
Ik wist dat de andere heksen me na verloop van tijd de Poison Princess hadden genoemd. Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik het heel erg vond. Maar eigenlijk deed het me weinig.
Inmiddels had ik de oude koningshuizen overleefd. Ik had gewerkt voor veel nieuwe leiders in verschillende gebieden. Ze wisten allemaal dat ze mijn hulp konden inroepen. Daar stond wel een prijs tegenover en ze moesten zich aan mijn regels houden.
Het was dus altijd in hun eigen belang om me te vriend te houden. Alleen dan was ik bereid om hen een gunst te verlenen.
De afgelopen driehonderd jaar had deze coven voor mij gezorgd. Ze noemden zichzelf Crest of the Rose. Er zaten nog steeds leden van mijn oude familie uit het verloren koninkrijk in hun groep.
Ik was niet gek. Ik wist heel goed dat ze niet echt om me gaven. Ik wist ook dat ze me ooit om een wederdienst zouden vragen. Vandaag was het eindelijk zover.
Ik negeerde de e-mail met hun verzoek. In plaats daarvan ging ik naar mijn tuin om na te denken. Ze wilden dat ik een moord pleegde. Dit werd vroeger ook al van me gevraagd toen de wereld nog van mijn bestaan afwist. Het was dus geen verrassing.
De verrassing was de manier waarop. Vroeger werd ik gewoon ergens naartoe gestuurd...
Ik had een paar jaar in Europa doorgebracht. Mijn taak was om daar simpelweg door de straten te lopen. Zo hielden zij de heksenkoninginnen Elizabeth en Mary veilig. Daarna zetten ze hen op de troon.
Dat was wraak voor een spreuk op de koning. Deze spreuk veranderde in een vloek toen hij ging pronken met zijn minnaressen. Deze vrouwen kwamen uit verschillende covens die allemaal de macht wilden grijpen.
Religie had vrijwel niets met die plannen te maken.
Het was ook de laatste opdracht die ik vrijwillig had aangenomen. Ik zag hoe dode lichamen in karren werden afgevoerd. Ik zag dode kinderen, vastgehouden door hun moeders.
Die verschrikkelijke beelden stonden voor altijd in mijn ziel gegrift. En nu vroegen ze me om het nog een keer te doen.
Ze wilden dat ik met een vervloekte prins trouwde. Hij had er zelf om gevraagd dat ze een heks zouden sturen.
De Fae hadden hem een voorspelling gedaan. Bovendien bewaakte hij een heel belangrijke poort tussen de werelden. De heksen wilden de controle over deze poort ten koste van alles in handen krijgen.
Met die poort kregen we toegang tot wezens en dingen die we niet op aarde hadden. Tenzij we deals met anderen sloten. Het draaide dus allemaal om macht.
Ze wilden dat ik met hem trouwde en met hem naar bed ging. Zodra hij stierf en de anderen ziek werden, moest ik vertrekken. Het zou niet zo'n groot bloedbad worden als ik eerder had meegemaakt. Toch werd ik alleen al bij de gedachte kotsmisselijk.
Ik had ooit seks gehad met een Fae. Dat was voordat ik van mijn vloek af wist en nog voordat ik iedereen om me heen ziek maakte. Hij stierf heel snel, zelfs voor een Fae. Hij bleef misschien drie dagen in leven.
Iedereen om mij heen stierf.
Iedereen. Zelfs vampiers.
Daar draaide dit hele plan om. Ze wilden een vampierenrijk vernietigen en de boel overnemen. Ik was doodsbang. Er leefden daar vast en zeker ook mensen. Er woonden ongetwijfeld kinderen.
Het was een thuis en een kasteel. Een plek waar andere mensen bestonden.
Maar ik zou het doen…
Het was mijn plicht tegenover mijn coven.

















































