
The Alphas Series Boek 3
Auteur
C. Qualls
Lezers
150K
Hoofdstukken
44
Hoofdstuk 1
Book 3: Alpha Restored
HALEY
„Glory, geloof me. We moeten echt gaan,“ zeg ik tegen mijn koppige zus.
„Haley, we kunnen gedood worden. Dit is gekkenwerk!“ We bereiken de waterkraan en ze begint onze emmer met koud water te vullen.
„We worden niet gedood. We zijn nog maar pups. Kijk om je heen. Vind je het leuk om zo te leven?“
„Zijn jullie twee weer bezig?“ merkt Virgil op, een van de andere tiener-pups, terwijl hij het pompen van het water voor Glory overneemt. Ik ga niet liegen, ik vind hem best leuk.
Hij is schattig met zijn sproeten op zijn neus en ronde bolle wangen. Hij groeit daar vast nog wel overheen. Hij is pas vijftien, maar hij lijkt jonger.
Ondanks zijn leeftijd en uiterlijk is er iets aan hem waardoor iedereen wil doen wat hij zegt. Hij heeft zijn hele leven in het kamp gewoond.
„Virgil, als je de kans had om het leven voor jou en je familie beter te maken, zou je dat doen, toch?“ vraag ik, terwijl ik het antwoord al weet.
„Mijn familie komt op de eerste plaats. Als ik kon, zou ik het doen.“ Hij geeft me zijn schattige, scheve glimlach.
„Dus je hebt gehoord dat Alpha Redd is afgewezen? De rogue mannetjes dagen hem uit. Als ze winnen is het een automatische plek in een roedel.“
Oké, dat kwam uit het niets, maar Virgil moet een keuze maken, en ik moet ervoor zorgen dat hij het juiste pad kiest. Hij krijgt een verwarde blik op zijn gezicht. „Welke rogue mannetjes?“
„Bob is gisteren gegaan, maar jij en ik weten allebei dat hij geen alpha-materiaal is, maar hij nam Louis en Paul met zich mee. Ik denk niet dat ze het hebben gehaald.“
Virgil sluit zijn ogen en schudt zijn hoofd. „Bob was een klootzak. Hij probeerde Anna aan te raken, maar Martha hield hem tegen. Ik mocht Paul nooit zo, maar hij verdiende het niet om te sterven.“
„Precies mijn punt,“ valt Glory hem in de rede. „Het is te gevaarlijk.“
Virgil denkt er even over na. „Dat is het ook, maar hier leven ook. We kunnen net zo goed verhongeren of doodvriezen. Als ik de kans krijg, grijp ik hem. Anna en kleine D zijn mijn verantwoordelijkheid. Ik moet doen wat ik kan voor hen.“
Ik glimlach in mezelf. Dat is één belangrijke speler in het geheel, nu Asa en Toby nog overtuigen. Misschien hoeft dat wel niet. Die sukkels doen alles voor geld en hun levensverwachting is extreem kort.
Het is zo zonde, maar als het lot dat wil, dan is dat wat het lot krijgt.
Glory schudt haar hoofd. „Het is te gek voor woorden. Wat als Alpha Redd niet zwak is en wint, wat dan?“
„Geef je dan over. Ik heb gehoord dat hij heel goed is met de dames.“ Ik maak een botte grap, maar Glory moet er niets van hebben.
„Dat is in de verste verte niet grappig. Trouwens, we zijn nog maar net veertien geworden. We zijn nog steeds pups.“
„Des te meer reden om ons over te geven. Als hij een goede alpha is, zal hij geen pup doden, maar als hij dat niet is, dan is het een snelle dood zonder lijden. Ik ben dit leven zat. Davey huilt elke nacht omdat hij honger heeft en het koud heeft. Anna zegt steeds minder. Binnenkort zal ze helemaal stoppen met praten.
„Zonder ons kan tante bij haar mate zijn, zelfs als hij een klootzak is. Als ik wegga, krijgt tante het zwaarder, maar ik zou hen met me mee kunnen nemen en dat zou het beste voor ze zijn.“
Virgil pakt de emmer van Glory over voordat ze er iets uit morst.
„Je weet dat Martha voor ze zou zorgen tot je voor ze terugkomt, dus het is niet alsof ze er slechter aan toe zullen zijn.“ Ik kijk naar de jongen die aan het zwaardvechten is met zijn neef Sammy.
Virgil neuriet alleen maar even, pakt dan zijn emmer en loopt weg.
„Glory, we worden ouder en die rogues hebben hun ogen op ons gericht. Jij en ik zijn gewoon een prooi voor hen. Ik zag Rowan naar je staren toen hij hier de vorige keer was.“ Ik huiver bij het idee dat hij ook maar in de buurt komt.
„Je moet me vertrouwen. We overleven de winter niet. We zijn er de laatste keer maar amper doorheen gekomen. Als Natalie die kruiden niet had gevonden, was je gestorven.“
Glory dompelt haar haar in de emmer en ik help haar om de modder eruit te wassen. „Wanneer heb ik het ooit bij het verkeerde eind gehad?“
„Nooit. Je hebt het nog nooit bij het verkeerde eind gehad. Hoe zit het dan met het vinden van onze oom?“ Ik help haar om haar haar uit te wringen en daarna ben ik aan de beurt om mijn haar in de emmer te dompelen.
„Ik denk dat als we gaan, iemand ons kan helpen hem te vinden.“ Ik begreep dat deel nooit helemaal, maar dit is de route die we moeten nemen, ik weet het zeker.
„Het zou zo fijn zijn om een hete douche te nemen,“ mompelt ze terloops.
„Of een lang bad. Met bubbels,“ neuriet Glory haast.
Er is onrust aan de voorkant van het kamp en Asa en Toby haasten zich naar voren. Ik slik, wetende dat ze het niet gaan redden, maar wanneer Virgil die vieze Roger de hand schudt, gaat mijn hart sneller kloppen.
„Oh, Godin.“ Dit is het. Alles is nu in beweging.
Virgil kijkt achterom naar mij en mijn zus. Ik geef hem een knikje en hij draait zich om en vertrekt samen met Roger, Asa en Toby.
„Laten we een kam door ons haar halen en dan kijken of we wat bessen kunnen vinden,“ stelt Glory voor. We gooien ons haar in een knot nadat we de klitten eruit hebben gekamd, en lopen dan naar de bessenstruiken.
Natalie en Jason zijn er al en plukken bessen, wat geweldig is, want als Natalie in de buurt is zijn er altijd meer bessen. Ik betwijfel of ze doorheeft dat ze het doet, maar de bessen groeien nadat zij erlangs loopt.
Haar krachten zijn zo sterk, maar ze heeft geen idee hoe sterk ze werkelijk is.
Glory sist en gooit een bes, die ze recht op mijn wang mikt. „Verdomde doorn.“
Ik pak een bes en gooi hem naar haar. „Verdomde onhandige zus.“
„Hé!“ Glory gooit een bes terug en een complete bessenoorlog breekt uit.
„Willen jullie twee ophouden! Dat is voedsel dat jullie op de grond gooien.“ Jason grijpt zowel mijn arm als die van mijn zus vast. Hij zou ons nooit pijn doen. Het is net genoeg om ons te stoppen.
Hij heeft gelijk; het is kostbaar voedsel dat we verspillen.
„Sorry, Jason. Het was een ongelukje.“ Glory laat haar hoofd hangen. „We rapen ze wel op en wassen ze af.“
Ik schud mijn hoofd over haar. Ze is verliefd op Jason, maar ik weet dat hij niet haar mate is. Dat heb ik haar zelfs al gezegd. Haar mate is ouder, ongeveer van de leeftijd die die van Natalie zal zijn.
Sterker nog, ik denk dat ze op een of andere manier verbonden zijn... hmm...
Ik kijk op naar Natalie. Ze rolt alleen maar met haar fel turkooizen ogen en schudt haar perfecte manen van glinsterend haar. Wat is zij, vraag ik me af? Als ik niet beter wist, zou ik denken dat ze een eenhoorn is.
Jason pakt haar hand vast en ze laten ons achter om onze troep op te ruimen.
„We hebben haast geen bessen gegooid,“ klaag ik, maar ik raap ze toch op. We vullen onze emmer en brengen die naar Martha. We noemen haar de roedelmoeder, hoewel we technisch gezien geen roedel zijn.
We zijn gewoon een stel buitenbeentjes, een paar menselijke moeders en wolvinnen. Alle mannetjes doen hun eigen ding, maar af en toe komen ze langs voor wat actie. Ik moet er bijna van kotsen, maar de wolvinnen zijn eenzaam.
Soms gaan die klootzakken over de schreef en proberen het bij een onwillige of een minderjarige. Dan haalt Martha haar jachtgeweer tevoorschijn. Wolven zijn sterk, maar een jachtgeweer richt nog steeds grote schade aan.
Ik ga op mijn matje liggen en sluit mijn ogen, en neem een paar diepe, trage ademteugen. Terwijl mijn hoofd op mijn handen rust, maak ik mijn hoofd leeg en laat ik mijn lichaam ontspannen. De sterren aan de nachtelijke hemel komen in mijn gedachten en één in het bijzonder knipoogt naar me.
De Starlight Sister begint te trillen en begint dan hevig te schudden. Ze begint uit de hemel te tuimelen en stort dan neer op aarde. Ze staat op, stoft zichzelf af en kijkt rond in de omringende bossen.
„Haley!“ Mijn ogen vliegen open en ik draai mijn hoofd om naar mijn zus te kijken.
„Ik haat het als je dat doet. Ik heb je naam wel vier keer geroepen.“ Glory weet niet dat ik visioenen heb. Sterker nog, niemand weet dat.
Ze denkt gewoon dat ik aan het mediteren ben. Soms zijn ze heel levendig, zoals net, andere keren zijn het vage flitsen van beelden. Die ene voelde alsof het uit het verleden kwam, wat niet gebruikelijk is. Meestal zijn mijn visioenen van de toekomst.
„Martha wil weten of we naar de stad kunnen rennen. Een rogue heeft haar geld gegeven en ze heeft voorraden nodig. De toiletartikelen en vrouwelijke hygiëneproducten zijn bijna op.“
„Ja, we kunnen wel gaan. We hebben toch niks beters te doen.“
Glory en ik veranderen in onze wolven, want de tijd die het kost om te lopen is belachelijk. We hebben allebei bepakking op onze rug gebonden om onze kleren en de voorraden te dragen. Martha vraagt ons dit vaak omdat we een familieband met elkaar hebben.
Anna en Virgil gaan wel eens, maar verder heeft niemand een band. We schieten lekker op naar het kleine winkelcentrum en transformeren aan de achterkant, waar niemand ons kan zien.
Het niemandsland zit vol met mensen, en ons kamp bevindt zich technisch gezien op het niemandsland, maar we zijn behoorlijk ver verwijderd van de beschaving daar. We doen onze aankopen en ik vind een verdwaald haarelastiekje dat een mens waarschijnlijk heeft laten vallen. Ik berg het op in mijn rugzak en help Glory vervolgens met haar tas.
Het is al donker tegen de tijd dat we terug zijn. Martha heeft een pot konijnenstoofpot met wilde groenten klaarstaan. We zetten de voorraden neer en pakken onze kommen. Iedereen krijgt één schep en niemand klaagt, zelfs niet de kleine pups die als eerste worden bediend.
Na het avondeten spoelen we onze kommen af en gaan we liggen voor de nacht. „Ik heb Virgil niet meer gezien.“ Glory schudt haar zachte bruine haar uit, dat precies op het mijne lijkt.
Ik ga achter haar zitten en begin de kam erdoorheen te halen. „Met hem gaat het goed, maar we zullen hem voorlopig even niet zien.“
„Wat bedoel je?“
Ik verdeel Glory's haar en begin te vlechten. „Ik bedoel dat we Oom Ryan binnenkort gaan vinden.“
















































