
Vluchten voor de Mate Bond Boek 2: Emma
Auteur
Eleanor Moon
Lezers
17,6K
Hoofdstukken
40
1: Hoofdstuk 1: De Terugkeer
EMMA
„Emma!“
De gefrustreerde stem van mijn moeder klonk zodra ik voet in het roedelhuis zette. Ze stond in het midden van de drukke keuken. Er zat bloem op haar schort en ze hield een houten lepel vast alsof het een wapen was.
Ik kromp ineen en klemde een klein mandje vol dikke, sappige bramen tegen mijn borst.
„Je bent laat, Emma,“ mopperde mijn moeder met haar handen in haar zij.
Ik keek naar de half geglazuurde taart die ze aan het versieren was. „Sorry. Ik was de tijd vergeten…“
Ze zuchtte en schudde haar hoofd. „Je weet dat ik vandaag heel veel te doen heb.“
Ik zette het mandje op het aanrecht. „Maar kijk eens hoe mooi ze zijn. Alleen het beste voor jou, mam.“
Ze keek me streng aan. Toch kon ze een klein lachje op haar lippen niet verbergen. „Slijmen helpt je niet, jongedame. Was je handen en begin met snijden.“
Ik grijnsde en waste snel mijn handen voordat ik een mes pakte.
Vandaag kwam Jayden, de toekomstige alfa van onze roedel, thuis. Hij was vier jaar naar de universiteit geweest en was nu klaar om de roedel te leiden. Luna Marilyn had iedereen in het roedelhuis aan het werk gezet om een groot feest voor hem voor te bereiden.
„Papa, neeee!“
Vanuit mijn ooghoeken zag ik een flits van gouden krullen.
Neah, de zesjarige dochter van alfa Aron en Luna Marilyn, rende door de keuken. Ze zocht een plek om zich te verstoppen.
Alfa Aron liep vlak achter haar de keuken in. Hij was lang en breedgeschouderd, met een plagerige grijns op zijn gezicht. Zijn normaal zo strenge houding was nergens te bekennen. Hij bukte zich en tilde zijn dochter moeiteloos op.
„Hebbes, kleine boef!“ lachte hij. Hij gooide haar over zijn schouder als een zak aardappelen.
Neah begon te giechelen en schopte protesterend met haar voeten. „Zet me neer, papa!“
„Geen sprake van,“ plaagde hij, terwijl hij klopjes op haar rug gaf. „Je moet je nog wassen en aankleden voordat je broer thuiskomt. We willen niet dat hij denkt dat zijn kleine zusje in een wilde pup is veranderd toen hij weg was.“
Ik keek mijn moeder aan. Ze schudde glimlachend haar hoofd terwijl Neah het opgaf en giechelde.
Zodra ze weg waren, kwam mijn vader binnen. Hij kuste mijn moeder op haar wang. Daarna pakte hij een handvol bramen uit het mandje en stopte ze in zijn mond.
„Heb je nog hulp nodig, Esme?“ vroeg hij. Zijn woorden klonken een beetje dof omdat hij aan het kauwen was.
Mijn moeder wees hem direct terecht. Ze sloeg zijn hand weg toen hij er nog meer wilde pakken. „Houd je vieze handen van mijn aanrecht af,“ snauwde ze.
Hij grijnsde en trok haar bij haar middel naar zich toe. Ze drukte tegen zijn borst aan. „Maar je houdt van mijn grote, vieze handen,“ antwoordde hij met een knipoog.
Ze bloosde en duwde hem weg. „Moet jij niet ergens tafels gaan sjouwen of zoiets?“
Ik keek met een kleine glimlach naar hun gesprek.
„Eruit,“ beval mijn moeder. Ze probeerde streng te kijken, maar dat mislukte.
„Is goed, is goed,“ mompelde mijn vader. Hij gaf haar een snelle kus op haar lippen en liep toen weg.
Hij verdween in de grote hal. De spanning was voelbaar in de lucht. Wolven liepen heen en weer om de laatste dingen klaar te zetten. De energie in het roedelhuis was aanstekelijk. Toch dwaalden mijn gedachten af.
Morgen werd ik achttien jaar.
Niet dat het veel uitmaakte. Mijn ouders en vrienden zouden het wel met me vieren. Toch viel het in het niet bij de terugkeer van Jayden. Alles draaide nu om hem.
Iedereen behandelde zijn thuiskomst als een koninklijk feest. Dat was het eigenlijk ook. Hij was de toekomstige alfa. Hij was sterk, slim en ontzettend knap. De hele roedel was trots op hem. Vroeger was ik zwaar verliefd op hem geweest, maar hij had me nog nooit zien staan.
Jayden was vier jaar ouder. Hij ging studeren toen ik nog een kind was. We woonden in hetzelfde huis, maar we zagen elkaar bijna nooit. Als hij in de zomer thuiskwam, was ik meestal weg voor schoolkampen of studieprogramma's.
Ik had goed gepresteerd op school.
Goed genoeg om gekozen te worden voor de prestigieuze wiskundeclub van school. Zo kon ik telkens even ontsnappen voor een wedstrijd. Ik hield van die zomers in de mensenwereld. Daar maakten rangen helemaal niets uit.
Ik had ervan gedroomd om te gaan studeren. Ik had beurzen gekregen voor een paar van de beste scholen. Maar mijn ouders lieten me niet gaan. Ze waren te bang dat ik afstand zou nemen en nooit meer zou terugkomen.
Bang dat ik een rogue zou worden.
En ik wilde daar geen ruzie met hen over maken.
Ik haalde diep adem en zette die gedachten opzij. Ik ging niet naar de universiteit. Dat was een feit. Maar ik zou ook niet nutteloos zijn. Helga, de genezeres van de roedel, had beloofd om mij te trainen.
Het was niet officieel. Er waren geen scholen voor weerwolvengeneeskunde. Maar ze zou me lesgeven in de kleine kliniek van de roedel. Daar werden de zieken behandeld. En tijdens gevechten verzorgden we daar de gewonde krijgers.
Niet dat we veel ruzies hadden. Ons gebied was vredig. Maar de krijgers trainden nog steeds en we moesten altijd voorbereid zijn.
Op deze manier had ik tenminste een taak. Totdat ik natuurlijk mijn mate zou vinden. Dat was hoe het werkte, toch?
Ik was verzonken in mijn gedachten en maakte gedachteloos het aanrecht schoon. De stem van mijn moeder haalde me terug naar de werkelijkheid.
„Emma, kun je naar boven gaan om de kamer van Jayden klaar te maken? Ik heb daar geen tijd voor.“
Ik knipperde met mijn ogen en keek haar aan. „Ik?“
Ze keek me nauwelijks aan en ging door met het snijden van de groenten. „Ja, jij. Ik heb hier beneden veel te veel te doen.“
Ik twijfelde.
Mijn moeder had me nog nooit eerder naar boven laten gaan. Dat was haar gebied en haar taak. Ik werd altijd geacht om in de keuken te helpen. Het idee om naar de bovenste verdiepingen te gaan voelde heel vreemd. Daar woonden de wolven met een hoge rang.
Toch sprong ik geen gat in de lucht. Ik vond de keuken fijn. Ik keek uit naar de training met Helga. Zelfs als ik alleen maar een assistent was in de stille kliniek.
Misschien hield ik mezelf wel voor de gek. Deed ik alsof het beroep van genezeres belangrijk was, terwijl er nauwelijks iemand ziek was.
Ik zuchtte en deed mijn schort af. „Oké, ik doe het wel.“
Ik liep de grote trap op. De bovenverdiepingen voelden anders aan. Het was er rustiger en chiquer. Beneden was het levendig en druk, maar deze ruimte was strak en privé.
De kamer van Jayden was bijna aan het einde van de gang. De deur stond op een kier. Ik duwde de deur open en nam even de tijd om rond te kijken.
De kamer was… groot. Netjes. Mannelijk. Een enorm bed stond in het midden van de ruimte. Er lagen donkergrijze lakens op. Ik haalde het oude beddengoed eraf en legde de schone lakens erop. Ik neuriede zachtjes terwijl ik de kamer schoonmaakte.
Toen ik klaar was, deed ik een stap naar achteren. Ik bekeek mijn werk. De kamer was brandschoon. Het bed was strak opgemaakt. Ik had zelfs de badkamer naast de kamer van Jayden schoongemaakt.
Mijn moeder zou trots zijn.
Toen ik weer naar beneden ging, was de roedel al verzameld op de binnenplaats. De spanning steeg met de minuut. Iedereen wachtte op hun toekomstige alfa.
Toen reed er een glanzende zwarte SUV de oprit op. De wolven om me heen gingen direct rechtop staan. Alle aandacht was op de auto gericht. De wolven met een hoge rang stapten naar voren om hem te ontvangen.
Iedereen keek naar het voertuig. De spanning in de lucht was om te snijden toen de deur openging.
Het hele roedelhuis leek even zijn adem in te houden terwijl Jayden uitstapte.
Hij was langer dan ik me herinnerde. Zijn uitstraling trok meteen alle aandacht, zonder dat hij daar moeite voor deed.
Zijn brede schouders spanden de stof van zijn shirt op. Zijn spieren bewogen eronder. Zijn kaaklijn was gladgeschoren, scherp en hoekig. Zijn huid was zacht en door de zon gebruind. Hierdoor viel de kleur van zijn ogen nog meer op.
Ze waren diep, stormachtig blauw. Net als de lucht voor een zomerse storm.
Intens. Doordringend.
Zijn donkere haar was dik en zat warrig. Het gaf hem een stoere uitstraling. De plukken vielen over zijn voorhoofd op een manier die bijna té perfect was.
Alles aan hem straalde macht uit. Hij was een ware alfa.
Hij keek glimlachend rond naar de leden van zijn roedel. Maar voordat hij een stap naar voren kon zetten, vloog er een blonde waas op hem af.
„Jayden!“
Luna Marilyn wierp zich op haar zoon en sloeg haar armen stevig om hem heen.
Hij slaakte een diepe zucht. „Mam, laat los,“ mompelde hij beschaamd met een lage stem.
Ze negeerde hem volkomen. „Kijk nou toch! Mijn knappe jongen is afgestudeerd en eindelijk weer thuis. Ik heb je zo gemist!“
Hij kreunde.
„Mam... doe even normaal.“
Alfa Aron stond met over elkaar geslagen armen toe te kijken. Hij barstte in lachen uit. „Marilyn, de jongen is nu een alfa. Je kunt hem niet als een kleine pup vertroetelen waar zijn hele roedel bij is.“
Luna Marilyn pufte, maar liet Jayden eindelijk los. Ze streek de kreukels uit zijn shirt. „Is goed, is goed,“ mompelde ze. „Maar je zult altijd mijn baby blijven.“
Jayden trok een gezicht en wreef in zijn nek.
„Welkom thuis, jongen,“ zei alfa Aron. Hij legde een zware hand op de schouder van zijn zoon. „Je roedel heeft op je gewacht.“
De roedel begon luid te juichen toen Jayden naar voren stapte. Zijn toekomstige bèta, Carl, was de eerste die hem begroette.
„Eindelijk, man,“ zei Carl. Hij grijnsde en gaf Jayden een snelle knuffel. „Ik begon bijna te denken dat je voor altijd in de mensenwereld zou blijven.“
Jayden grijnsde. „Dat zou je wel willen,“ lachte hij en schudde zijn hoofd. Steeds meer vrienden en wolven met een hoge rang kwamen om hem heen staan. Ze verwelkomden hem thuis met handdrukken, schouderklopjes en gelach.
Ik stond op de achtergrond toe te kijken. Net als het andere personeel van het roedelhuis maakte ik een respectvolle buiging toen Jayden langsliep.
Hij glimlachte beleefd naar ons. Zijn aandacht was echter volledig gericht op zijn vrienden. Het was duidelijk dat hij belangrijkere mensen om zich heen had.
Het feest verplaatste zich naar binnen. Daar stond een lange tafel klaar voor een groot diner. De roedelleden namen hun vaste plaatsen in. Ze zaten op volgorde van hun rang, zoals de traditie dat voorschreef.
De familie van de alfa zat aan het hoofd van de tafel. De wolven met een hoge rang zaten naast hen. De krijgers en de andere roedelleden zaten verderop. Het personeel zat helemaal aan het einde, in de buurt van de keuken.
Het was niet oneerlijk. Zo werkte een roedel nu eenmaal. Wij waren in de kern wolven, en rangen waren heel belangrijk in onze wereld.
Het feestmaal begon. Toen de taart werd binnengebracht, hapte Luna Marilyn theatraal naar adem. Ze klapte in haar handen.
„Oh, hij ziet er perfect uit!“ straalde ze. Ze knikte goedkeurend en dankbaar naar mijn moeder.
Het personeel bracht de grote taart voorzichtig naar het hoofd van de tafel.
Jayden trok een wenkbrauw op. „Hadden we echt een taart nodig?“
„Natuurlijk!“ mopperde Luna Marilyn. „Je studeert maar één keer af!“
De roedel juichte luid. De ruimte vulde zich met gelach en rinkelende glazen. Het was een mooi moment. Toch voelde ik de vermoeidheid diep in mijn botten trekken. De lange dag eiste eindelijk zijn tol.
Ik leunde naar mijn moeder toe. „Mam, ik denk dat ik naar beneden ga. Mag ik van tafel?“
Ze keek me begripvol aan en knikte. „Is goed, lieverd. Ga maar lekker uitrusten.“
Ik schoof mijn stoel naar achteren en stond op.
Op het moment dat ik rechtop stond, veranderde de sfeer. Het was subtiel, maar heel duidelijk.
Ik hief instinctief mijn hoofd op. Mijn blik werd door de kamer getrokken alsof er een onzichtbare draad aan me trok. Jayden keek plotseling op. Zijn ogen vonden de mijne. Zijn blik ging dwars door me heen. Een plotselinge golf van hitte overspoelde mijn huid...
Zijn blauwe ogen werden donker. Er verscheen een onleesbare blik op zijn gezicht.
Ik hapte zachtjes naar adem. Mijn wangen kleurden rood. De rest van de roedel leek naar de achtergrond te verdwijnen. Voor één enkele hartslag was hij de enige op de wereld.
Hij klemde zijn hand steviger om het mes. Zijn ogen bleven strak op mij gericht. Het was zo intens dat mijn adem stokte. Ondertussen bleef de roedel om ons heen juichen. Ze riepen dat hij de taart moest aansnijden.
Mijn borst trok samen. Mijn hele lichaam stond als aan de grond genageld. Ik kon me niet bewegen. Ik kon niet wegkijken, terwijl zijn doordringende blauwe ogen mij strak aankeken…











































