Galatea Logo
Klantenservice
Weerwolven & gedaanteverwisselaars
Maffia
Miljardairromance
Bully-romance
Langzaam opbloeiende liefde
Van vijanden tot geliefden
Paranormaal & fantasy
Voorbestemde partners
Sportverhalen
Studentenromance
Verhalen over tweede kansen
Bekijk categorieën
Beoordeeld met een 4,6 in de appstore
GebruiksvoorwaardenPrivacyHerroepingsrechtImpressum
Galatea on FacebookGalatea on InstagramGalatea on TikTok
Cover image for Wilde harten. Boek nummer 2. Herontstoken

Wilde harten. Boek nummer 2. Herontstoken

Auteur
Marie Scully
Lezers
15.8K
Hoofdstukken
38
Auteur
Marie Scully
Lezers
15.8K
Hoofdstukken
38
😱Thriller🏡Alledaags😌Tweede kansen⚔️Van vijanden naar geliefden💘Eerste liefde🏙️Hedendaags💪🏻Beschermer💪Sterke vrouwen⚔️Actie en avontuur👩🏻‍🍼Moeders🤠Cowboys🏡Dorp en platteland

Megan keert terug naar huis met een verscheurd hart, in de hoop dat ze naar binnen kan glippen, even op adem kan komen en weer kan vertrekken voordat oude wonden worden opengereten. Maar thuis heeft zo zijn eigen plannen – te beginnen met Ben, die steeds opduikt op het precieze moment dat ze zweert dat ze over hem heen is. Hij ziet er anders uit, gedraagt zich anders, en zorgt ervoor dat het verleden op de een of andere manier tegelijkertijd zachter en scherper aanvoelt. Ze vertelt zichzelf dat het maar tijdelijk is, dat vertrekken het veiligste plan is. Toch roert elke gedeelde blik iets aan wat ze dacht te hebben begraven, en brengt elke toevallige ontmoeting hen dichter bij elkaar. Uit elkaars vaarwater blijven? Geen schijn van kans.

Hoofdstuk 1: Het lange afscheid

MEGAN

Hoe dichter we bij het vliegveld komen, hoe stiller het wordt in de auto. Ben houdt zijn blik strak op de weg gericht. Ik was verrast toen hij vanmorgen voorreed om me weg te brengen. Ik wilde net een Uber bestellen toen hij aankwam.
Ik had verwacht dat hij me tijdens de rit nog zou proberen over te halen om te blijven, maar we spraken alleen over koetjes en kalfjes.
De zenuwen gieren door mijn lijf, waardoor ik aan mijn nagels pulk. Vroeger had ik altijd wel iets om met Ben over te praten; nu lijkt het erop dat we allebei zijn uitgepraat. Het breekt mijn hart.
„Ben.”
Hij haalt zijn ogen van de weg om me een blik toe te werpen. „Wat?” vraagt hij, met een stem die schor klinkt van emotie.
„Niets,” zeg ik.
Ik weet eigenlijk niet eens wat ik wilde zeggen. We vallen weer stil. Misschien is dat wel zo veilig. Er tikken nog tien minuten weg zonder dat we iets zeggen. De afslag naar het vliegveld ligt vlak voor ons.
Als ik nog iets te zeggen heb, moet ik het snel doen, anders komt het er niet meer van. Ik weet dat alles zal veranderen zodra ik weg ben. Alles wat ik wil zeggen spookt door mijn hoofd, maar er is geen touw aan vast te knopen.
Hij parkeert de pick-up op de plek die het dichtst bij de incheckbalie is, stapt uit en pakt mijn tas uit de laadbak. Ik blijf nog even in de auto zitten voordat ik naar hem toe ga. Hij rolt de koffer naar me toe.
„Weet je zeker dat je dit wilt doen, Megan?” vraagt hij.
Er ontsnapt een eenzame traan aan mijn oog. „Weet je zeker dat je niet mee wilt? Misschien vind je New York wel leuk.”
Hij slikt even voordat hij antwoordt. „Je weet dat ik dat niet kan. Ik moet hier blijven. Deze plek was nooit goed genoeg voor jou. Dat had ik al door op de eerste dag dat we elkaar ontmoetten. Jij was altijd al in de wieg gelegd voor grotere dingen. Al had ik gehoopt dat ik genoeg voor je zou zijn, zelfs als deze plek dat niet was.”
Ik knik. „Je was heel lang genoeg voor mij, Ben. Dat weet je best. Jij bent de reden dat ik het zo lang heb volgehouden. Ik denk dat we allebei hoopten dat de ander zou veranderen, en misschien zijn we wel een beetje veranderd, maar niet genoeg.”
We staren elkaar aan, voor mijn gevoel wel urenlang. Ik weet dat als hij nog iets zegt, ik me zal bedenken en zal blijven. En als ik dat doe, ga ik nooit meer weg. Maar ik ga weg voor mezelf. Ik heb dit nodig.
Het uittrekken van het handvat van mijn koffer is voor ons allebei het definitieve teken dat ik ga. Hij zegt echter niets wanneer ik naar voren leun en mijn lippen langs zijn wang strijk als afscheid.
Ik keer Ben de rug toe en rol de grote koffer naar de deuren van het vliegveld zonder nog een woord te zeggen. Ik kijk niet achterom. Ik voel zijn brandende blik in mijn rug, die me uitdaagt om om te kijken. Die me uitdaagt om van gedachten te veranderen. Maar dat doe ik niet.
De automatische deuren gaan open en het geluid van het drukke vliegveld komt me tegemoet. Het is beter voor ons allebei. We zullen allebei groeien als mens en wie weet komen we ooit weer samen. Maar zo niet, dan blijven we in elk geval altijd vrienden.
We zullen allebei inzien dat dit voor ieder van ons het beste besluit is. Het heeft gewoon tijd nodig. Dat is alles.

MEGAN

VIER JAAR LATER
Ik zit in mijn stijve bureaustoel en staar naar mijn telefoon. De melding van de bewust gemiste oproep en de onbeluisterde voicemail lachen me uit. Ik twijfel of ik de telefoon in mijn tas zal gooien, maar daarmee stel ik het onvermijdelijke alleen maar uit.
Ik hoopte dat Danny geen voicemail zou achterlaten toen ik haar negeerde. Ik had beter moeten weten.
Ik open de voicemail en wacht op het geluid van haar stem. Het is lang geleden dat ik die heb gehoord. Ik heb een tijdje geprobeerd om contact met haar te houden, met hen allemaal. Ik miste af en toe een telefoontje, maar ik was altijd van plan om ze terug te bellen.
Maar er kwamen dingen tussen. Weken werden maanden, en maanden gingen over in jaren. Toen stopten ze helemaal met bellen. Er tikken seconden weg voordat Danny begint, alsof ze twijfelt of ze wel een bericht moet inspreken.
„Eerlijk gezegd weet ik niet waarom ik nog de moeite neem. Liam zei dat ik het moest laten rusten, maar ik kan het niet. Mocht je het niet doorhebben, ik ben degene die je al jaren verdedigt sinds je van de aardbodem bent verdwenen. Maar hier heb ik geen excuus voor.
„Hij is overleden, Megan, en je nam niet eens de moeite om te komen. Wat is er in hemelsnaam van je geworden? De vader van Ben gaat dood en jij... jij doet helemaal niets. Oh wacht, sorry; je hebt bloemen gestuurd. Vergeef me, dat was ik even vergeten.” Het sarcasme in haar stem ontgaat me niet.
„Je leven is zo hectisch dat je niet eens terug kon komen voor de uitvaart. Ik weet dat jij en Ben elkaar al een tijd niet hebben gesproken en dat jullie ruzie hadden, maar dat is geen reden om niet te komen opdagen!” Op de achtergrond hoor ik Liam, die haar probeert te kalmeren. „Geniet van je leven.”
De voicemail stopt. Ik haal de telefoon van mijn oor en leg hem met het scherm naar beneden op mijn kersenhouten bureau. Ik hoef niet meer herinnerd te worden aan wat ik zojuist heb gehoord. Ik haal rustig adem, zoals Becky me altijd opdraagt, maar het helpt totaal niet om mijn emoties tot rust te brengen.
Ik wist dat ik van iemand zo'n telefoontje zou krijgen. Eerlijk gezegd had ik al verwacht dat het Danny zou zijn. De anderen lieten jaren geleden al niets meer van zich horen.
Het grote kantoor voelt benauwend aan. De witte muren komen op me af en de stapels crèmekleurige en rode mappen lijken me uit te lachen. Toch probeer ik te ademen. De paniekaanvallen zijn iets van de laatste tijd. Ik had ze als kind ook, maar ze zijn een hele tijd weggeweest.
Ze kwamen een paar weken geleden terug toen ik een rechtszaak verloor. Er was niets bijzonders aan die zaak om zo'n heftige reactie uit te lokken. Zodra het vonnis werd voorgelezen, had ik het gevoel dat iedereen in de zaal naar me zat te staren en mijn fouten veroordeelde.
Ik rende de rechtszaal uit alsof de politie onderweg was om míj te arresteren, in plaats van mijn cliënt. Ik verstopte me in het mindervalidentoilet, ging op de koude tegels zitten en wiegde heen en weer voor mijn gevoel urenlang, totdat ik eindelijk weer een beetje bij zinnen kwam. Sindsdien gebeurt het steeds vaker.
„Megan, je afspraak van tien uur is er.” Het horen van de stem van mijn assistente, Kathy, helpt voor geen meter. Ik kan nu niet op haar reageren. Ik heb een tel nodig, heel even maar. „Megan?” De bezorgde vraag echoot door de ruimte en eist een antwoord.
Ik haal nog een keer adem en pers de woorden eruit. „Ja. Ja, natuurlijk. Geef me een minuutje en breng hem dan binnen.”
„Weet je het zeker?” vraagt ze.
Ik heb geen behoefte aan haar vragen. Ik heb er überhaupt geen behoefte aan dat iemand me ondervraagt. Ik moet de controle terugkrijgen. Ik sta op, mijn trillende knieën gelukkig verstopt achter het grote eikenhouten bureau. Zwakheid roept alleen maar zwakheid op. Ik leg kracht in mijn stem. „Ja, ik weet het zeker.”
Kathy maakt aanstalten om de deur te sluiten, maar voor ze dat doet zeg ik: „Kathy.” Ze draait zich weer om. „Trek me niet nog een keer in twijfel.”
Kathy verlaat de kamer met een neergeslagen blik, om even later weer te verschijnen met mijn nieuwste aanstaande cliënt, Victor Bull. Hij is de directeur van Bull Enterprises, oftewel het op een na grootste marketingbureau van New York.
Ik loop om mijn bureau heen naar hem toe en we schudden handen op een gepaste afstand. Victor is eind vijftig en heeft peper-en-zouthaar dat grijs wordt bij de slapen. Voor een oudere man lijkt hij goed voor zichzelf te zorgen door fit te blijven.
Zijn kraalogen kijken me strak aan. Hij eiste vorige week een gesprek met me. Ik vertelde hem dat ik geen plek had en dat het deze week pas zou kunnen. Wat hij niet wist, was dat ik vorige week best een gaatje had, maar ik ga gewoon niet zo goed om met eisen.
Victor geeft me een sluwe glimlach en neemt plaats in de leren stoel tegenover mijn bureau.
„Hoe kan ik u helpen, meneer Bull? Aan uw telefoontje van vorige week te horen, leek het dringend.” Ik neem plaats in mijn stoel, leun naar voren en vouw mijn handen op het bureau ineen.
Hij schraapt zijn keel voordat hij antwoordt. „Ik ben hier natuurlijk niet voor mezelf.” Dat zijn ze nooit. „Ik ben hier voor mijn zoon.” Ik knik. „Hij is vorige week gearresteerd op verdenking van fraude.”
„Heeft hij het gedaan?” informeer ik. Het antwoord maakt me niet echt uit, maar ik ben wel benieuwd naar zijn reactie. Het zegt veel over een persoon als hij in de eerste vijf minuten al tegen me liegt.
„Maakt dat uit?” vraagt hij, alsof hij nog nooit van de gevolgen heeft gehoord.
„Natuurlijk niet. Ik vraag me alleen af waar ik mee te maken heb,” antwoord ik naar waarheid. De meeste van mijn cliënten zijn schuldig. Zolang ze kunnen betalen, maakt mij dat niet uit. Gelukkig is het niet illegaal om een schuldige bij te staan.
„Ik heb de beste advocaat nodig die er is. En dat bent u, naar wat ik hoor. Geld speelt geen rol.” Hij zegt dit met een toon die uitstraalt: Laten we opschieten.
Geld is voor mijn cliënten nooit een probleem. „Vertel me meer over uw zoon en wat u weet over het bewijs dat ze wel of niet tegen hem hebben.”
EÉN JAAR LATER
De nachtmerrie was hetzelfde als in de afgelopen vier maanden. Het veranderde nooit, hoe graag ik ook wilde dat het einde anders zou zijn. Ik verlangde ernaar dat de realiteit anders was.
Ik ren in mijn pyjama het ziekenhuis in, richting hun kamer. Ik hoop dat een of ander wonder voorkomt dat het ergste gebeurt. Elke keer als ik daar aankom, verlaat de arts de kamer en stopt hij me voordat ik naar binnen kan.
Hij houdt me tegen voor mijn gevoel wel urenlang. Dat is het moment waarop ik weet dat het voorbij is. Dat was niet zo toen ik het telefoontje kreeg; toen had ik nog hoop. En ook niet toen ik naar het ziekenhuis snelde; toen had ik nog een sprankje hoop.
Al die hoop wordt aan diggelen geslagen door de blik van de arts. Ik duw hem opzij en ren naar haar bed. Ik weet het eigenlijk al, maar ik blijf hopen dat het niet waar is. Ik blijf hopen dat het geluid van de hartmonitor de kamer weer zal vullen.
Haar gezicht is door het auto-ongeluk haast niet meer te herkennen. Terwijl ik haar hand vasthoud, blijf ik hopen dat ze bijkomt en haar ogen opent. Becky, die onder de donkere blauwe plekken zit, blaast een kwartier na aankomst in het ziekenhuis haar laatste adem uit.
Het ergste is dat de droom daar nooit stopt. Ik moet telkens weer meemaken hoe ik naar hun huis ga, de oppas wegstuur en de kinderen wakker maak om ze te vertellen wat er is gebeurd.
Ava, de oudste, wist net als ik toen ik de arts zag, meteen dat ze er niet meer waren. De droom verlost me uiteindelijk op de begraafplaats uit mijn lijden. Daar, waar alle hoop in de grond verdwijnt.
Het is bizar hoeveel één moment in je leven teweeg kan brengen. Sinds hun overlijden voel ik me als een vis op het droge. Ik krijg amper adem en reageer zonder na te denken.
Mijn ouders zijn drie jaar geleden naar Europa geëmigreerd. Ze genoten volop van hun pensioen toen ze het telefoontje kregen. Ze kwamen terug voor de uitvaart, maar daarna moesten we een besluit nemen over de kinderen.
De ouders van Paul overleden jaren geleden al. Omdat hij enig kind was, bleef ik als enige over. Mijn ouders boden het nog aan, maar dat is geen leven voor schoolgaande kinderen. Het zou nog een ingrijpende verandering voor ze zijn.
Ik wist niet hoeveel ze nog konden verdragen. Dat liet nog maar één optie over: ze moesten bij mij intrekken.
Becky was altijd het moedertype. Ik had daarentegen nooit behoefte aan die verantwoordelijkheid. Op mijn achtentwintigste had ik nooit verwacht om in deze situatie te belanden. Nu zit ik opgescheept met een zestienjarige die zich gedraagt als twaalf, een twaalfjarige die zich gedraagt als achttien, en een achtjarige die amper tien woorden heeft gewisseld sinds de dood van zijn ouders.
Mijn hoop dat Ava me zou steunen, werd de kop ingedrukt toen ik naar een feestje in het huis van een of andere jongen moest om haar straalbezopen mee te sleuren. Wat zouden Becky en Paul trots op ons zijn.
„Fuck dit,” mompel ik, terwijl ik de dekens van me af gooi. Ik ga wel naar mijn kantoor. Als ik dan toch wakker ben, kan ik net zo goed gaan werken.
Ik loop langs de kamer van Sam en Maddie en gluur naar binnen om te kijken hoe het met ze gaat. Ze slapen als roosjes, hopelijk dromend over vlinders of wat kinderen dan ook dromen.
Ik loop verder door de gang en stop bij Ava's kamer om ook die deur open te doen. Daar tref ik een verbijsterde tiener aan die net via het raam naar binnen klimt. Ze heeft haar schoenen in haar handen, haar make-up is uitgelopen en haar blonde, halflange haar is een ravage. Haar geschrokken blik kruist de mijne.
„Tante Megan, ik kan het uitleggen...” stottert ze.
Ik steek mijn hand op en breek haar af. „Leuke avond gehad?” Ze opent haar mond om te antwoorden, maar ik kap haar weer af. „Dit kan niet zo doorgaan. Ga slapen. En dit gebeurt niet nog een keer.” Na die waarschuwing trek ik de deur resoluut dicht.
Ik schud mijn hoofd en kom dan eindelijk in mijn kantoor aan. Zodra ik ga zitten, valt mijn oog direct op een foto van Becky, Paul en mij op hun bruiloft. Ik strijk met mijn duim over hun gezichten.
„Het spijt me,” fluister ik tegen de geesten in de kamer.

Ontdek Galatea

Gestolen door de alfa Boek 3De Snowredserie boek 3: VulkinHet bezit van de alfa's 4: Gered door de alfa'sVerkocht aan de alfaThe Fallen Reapers MC Boek 2: Forgiving Raven

Nieuwste publicaties

Een gevaarlijke unie boek 2Verliefd op de maffiabroers Boek 3Verliefd op de maffiabroers Boek 2Een tweede kansDe Ridge Mountain-roedel boek 5: De voorspelling

Leeslijsten

Alles weergeven

Duik in romantische boekencollecties samengesteld door onze lezers.

Hot 🌶🔥

door nicila88

39 boeken

Great reads

door YouPlantPot

66 boeken

Read books

door Kat Jones

32 boeken

Wishlist

door Annia54

93 boeken

Loved these

door mirjamkik

109 boeken

Best of the best

door Nicole Flannery

164 boeken

Smut with good story

door melinderson

105 boeken

Spice Island Reader Recommendations 🌶️🏝️

door julieannd0609

139 boeken

Worthy Reread

door Mi Cheli

237 boeken

Books finished reading

door Ingi

334 boeken

Finished books Library 2

door Donna Cravens Cooper

473 boeken

Sports

door JoannaS

77 boeken

Good

door TheNifri

361 boeken

Books I’ve read

door JoannaS

481 boeken

Geob's H💥T Reads 📖🌶

door iHeartSushi

376 boeken