
De kleine heks van de Lycan
Auteur
Lezers
1,6M
Hoofdstukken
32
Proloog
EMILY
DRIE JAAR GELEDEN
„Ik, Zeke Quill, strijder van de East Moon Pack, wijs jou, Emily Davis, af als mijn mate.“
Wacht, wat? Mij… afwijzen?
„Ik… ik begrijp het niet.“ Ik schud mijn hoofd, niet zeker van wat er allemaal gebeurt.
Zeke en ik waren al een paar maanden aan het daten. Volgens hem ben ik zijn mate.
Maar als heks was ik er in het begin niet zo zeker van. Ik was verrast toen ik de aantrekkingskracht van de mate-band met hem begon te voelen. Het is niet zo extreem sterk voor ons, de niet-weerwolven, maar we voelen nog steeds iets.
Uiteindelijk wilde ik Zeke beter leren kennen voordat ik een beslissing nam. Ik wilde dat we gingen daten en het rustig aan deden, voordat we zouden besluiten om onze relatie voort te zetten of af te breken.
We hebben veel tijd samen doorgebracht en elkaar beter leren kennen voordat we het officieel maken.
Het gaat erg goed. Ik merk dat ik op de vreemdste momenten aan hem denk, dat ik dichter bij hem wil zijn en alles over hem wil weten.
Ik ben er klaar voor om het officieel te maken.
Ik ben klaar om me aan onze relatie te binden. Aan onze mate-band.
Maar ik denk dat hij er anders over denkt.
„Maar je zei dat we mates waren. Dat je de connectie tussen ons voelde. I-ik begon het ook te voelen.“ Ik reik naar hem uit, en begrijp niet waar dit opeens vandaan komt.
Hij doet een stap naar achteren, bij me vandaan.
„Waarom?“ weet ik er met een piepstem uit te brengen.
„Omdat je een hexer bent,“ zegt hij schouderophalend.
Ik krimp in elkaar. Hexer? Niemand is meer zo genoemd sinds… Het is een belediging. De ergste belediging die je een heks naar het hoofd kunt slingeren.
„Maar dat ben ik niet,“ fluister ik. „Ik ben een heks.“
Zeke rolt met zijn ogen. „Hexer, heks. Het is precies hetzelfde. En ik zou nooit een hexer als mate kunnen hebben.“
Hexer, vorm ik geluidloos met mijn lippen, niet te geloven dat hij dat woord zo nonchalant gebruikt.
Het woord laat een bittere nasmaak achter in mijn mond.
Hexer was de term die meer dan honderd jaar geleden werd gebruikt om heksen en tovenaars te beschrijven. Dat was in de tijd van de Necromancer, lang voordat wij allebei werden geboren.
Het was een angstaanjagende tijd in de bovennatuurlijke gemeenschap. Dood en verderf daalden neer op allerlei soorten wezens.
Uit angst voor de macht van de Necromancer begonnen andere bovennatuurlijke wezens alle magiegebruikers 'hexer' te noemen. In hun ogen lieten magiegebruikers immers alleen maar verwoesting achter.
Het woord werd een taboe toen heksen en tovenaars hielpen om de Necromancer te verslaan. Tegenwoordig heeft iedereen die dat woord gebruikt, een gruwelijke hekel aan magiegebruikers.
Ik staar naar Zeke en kan nog steeds niet geloven dat het woord zo makkelijk over zijn lippen rolde, alsof hij het elke dag zei. Ik vermoed dat vooroordelen veel sterker aanwezig zijn in de bovennatuurlijke wereld dan ik dacht.
Ik kijk rond in het park en ben blij dat we alleen zijn. Het laatste wat ik nu kan gebruiken, is een publiek dat ziet hoe wreed hij me afwijst, alsof ik minder ben dan hij.
Ik sla mijn armen om mijn middel. De pijn in mijn maag wordt erger met elke minachtende blik die hij me toewerpt.
Ik doe een stap naar achteren. Ik moet bij hem weg. Weg van deze pijn die me vanbinnen verscheurt.
„O-oké, i-ik accepteer je afwijzing,“ stotter ik, terwijl ik probeer niet te huilen.
Hij knikt even kort naar me en laat me dan achter. Het ritselen van de bladeren is het enige geluid dat hij in zijn kielzog achterlaat.
Ik kijk hem na terwijl hij wegloopt. Mijn ogen vullen zich met tranen.
Ik had me er zo op verheugd om een mate te hebben. Ik vond het altijd zo bijzonder dat er voor ons allemaal een zielsverwant klaarstaat. Het betekent dat er voor iedereen wel iemand is.
Ik denk dat die dromen bedrog zijn.
Per slot van rekening wees hij me net af om wat ik ben. Maar ik ben geen hexer. Ik ben een heks! Dat is heel iets anders.
Ik volg hem met mijn ogen terwijl hij naar het hek loopt en de straat op gaat. Hij kijkt niet eens achterom.
Er ontsnapt een snik aan mijn lippen, maar ik probeer me groot te houden. Hij keek niet eens alsof hij zich schaamde dat hij me afwees of me een hexer noemde.
Ik begrijp niet hoe hij zo gevoelloos kan weglopen. Mijn hart is in tweeën gescheurd en ik heb het gevoel dat ik moet overgeven.
Ik weet niet hoe lang ik daar nog sta, maar uiteindelijk valt de avond en dwing ik mezelf om in beweging te komen.
Terwijl ik over het landgoed van de roedel loop, merk ik dat iedereen die ik passeer me vuil en boos aankijkt.
Ik kan niet horen wat ze zeggen, maar ik moet het weten. Ik moet weten hoe ver het nieuws van mijn afwijzing zich al heeft verspreid.
Ik spreek in mijn hoofd een spreuk uit om mijn gehoor te versterken. Hierdoor kan ik de roddels afluisteren terwijl ik naar huis loop.
„Hé, daar is ze,“ klinkt een zacht gefluister.
„Ja, zij is degene die Zeke heeft afgewezen, de arme jongen.“
„Ik heb gehoord dat ze hem afwees omdat ze hem zwak vond.“
„Ik hoorde dat het kwam omdat ze met iedereen naar bed gaat.“
„Zeke zei dat hij ernaar uitkeek om haar te accepteren, maar ze wees hem af.“
„Wat een bitch!“
Ik trek mijn ogen wijd open en ze vullen zich met tranen. Ik kan het niet geloven. Dat zijn leugens. Het zijn allemaal leugens!
Zeke heeft mij afgewezen omdat ik een heks ben. Hij noemde me zelfs een hexer!
Misschien is het maar goed ook dat hij me heeft afgewezen. Misschien kan ik wel iemand vinden die beter is.
Dat kan ik alleen maar hopen.











































