
De Vergissing van de Prins
Auteur
Lezers
625K
Hoofdstukken
41
Hoofdstuk 1
Ella
Ik werd om vijf uur 's ochtends wakker, zoals ik altijd deed. Ik douchte en kleedde me aan. Daarna zocht ik mijn moeder op voor een snel ontbijt. We zaten in de ontbijtkamer van onze kleine hut, aan de rand van het uitgestrekte landgoed van de koninklijke familie.
„Koffie?“
„Is dat überhaupt een vraag?“ grinnikte ik. Ik klemde mijn handen om de warme mok en nam een slok. Mijn moeder liep om de tafel en kneep even in mijn schouders. „Gefeliciteerd, schat.“
Ik keek op naar mijn moeder en glimlachte. „Dank je, mam.“
Mam keek me aan met een traan in haar oog. „Het is moeilijk te geloven dat je al achttien bent en binnenkort weggaat om je eigen leven te beginnen.“ Sophie schudde haar hoofd om haar tranen weg te jagen.
„Vanochtend maak ik de broodjes als jij de saus maakt en de eieren pocheert,“ zei ze. We liepen de deur uit naar het grote paleis. De zon was nog niet eens opgekomen in de vroege ochtenduren.
„Afgesproken,“ antwoordde ik gapend.
Mijn moeder, Sophie, was de hoofdkokkin van de koninklijke familie. Ze leidde de keuken in het paleis en plande zeven dagen per week, drie maaltijden per dag voor iedereen die wilde komen eten. Ze was een geweldige kokkin en een van de meest gerespecteerde dienaren in huis. Dit kwam vooral omdat niemand het aan de stok wil krijgen met de koks.
Ik, daarentegen, zat in het laatste jaar van de middelbare school en werd totaal niet gerespecteerd.
„Vergeet niet dat je me na school moet helpen met de plannen voor het banket van volgende week!“ riep mijn moeder, terwijl ik rende om de bus te halen.
Ik was weer te laat. Omdat ik altijd voor school de keuken moest helpen opruimen, miste ik de bus bijna elke dag. Tot mijn grote verbazing haalde ik hem vandaag wel. Ik ging voorin zitten en slaakte een zucht. Ik keek er nooit naar uit om een dag op school door te brengen met een stel rijke eikels.
Toen ik uit de bus stapte, liep ik de school binnen en boog ik meteen mijn hoofd. Ik hoopte deze ochtend ongezien door de gangen te kunnen lopen.
„Kijk eens aan, is dat de jarige niet,“ klonk de harde stem van Mariah achter me.
Ik draaide me om en hield mijn stem ijskoud en vlak. „Hoi, Mariah.“
„Je bent nu achttien. Je weet wat dat betekent,“ spuugde een van haar meelopers.
„Oh, denkt dat kleine onbenul soms dat ze aan iemand gekoppeld wordt?!“ lachte Mariah spottend. Ze was de dochter van de rechterhand van de koning en de zelfbenoemde prinses van de school.
Ik zette een nep lachje op en toen ging de bel. „Het was weer een genoegen, dames. Bedankt voor de verjaardagswensen.“ Ik draaide me om en liep naar mijn kluisje. Ik pakte mijn boeken en liep naar mijn eerste les. Die verliep gelukkig zonder bijzonderheden. Het lukte me warempel om tot aan de lunch met rust te worden gelaten.
„Gefeliciteerd met mezelf,“ grinnikte ik bij die gedachte.
„Aan de kant.“
Ik sloot mijn ogen en blies langzaam uit voordat ik me omdraaide. Terwijl ik dat deed, boog ik mijn hoofd uit onderdanigheid.
„Pardon...“ mompelde ik. Ik deed een stap opzij en ze duwde zich langs me heen. Ze sloeg haar armen om Zane, de prins en erfgenaam van de troon. Mijn ogen keken op en ontmoetten de zijne. Herinneringen van jaren geleden, die ik ver weg in mijn geheugen had gestopt, kwamen plotseling naar boven.
„Jij.“
Ik keek op en zag Zane boven me staan. „Prins Zane, ik—“ Ik viel stil toen we oogcontact maakten. Ik voelde een schok door mijn hele lichaam gaan en mijn adem stokte. Hij was altijd al adembenemend knap geweest.
Zane verbrak de stilte. „Ella, ik ga niet met je trouwen.“
„Ik wist niet dat we echt een keuze hadden?“ vroeg ik sarcastisch. Ik dacht terug aan het gesprek dat onze ouders een paar dagen geleden met ons hadden. Ze informeerden ons toen over ons gearrangeerde huwelijk.
Zane keek me woedend aan en ik besefte mijn fout. Ik boog snel weer mijn hoofd uit respect. „Het spijt me, Uwe Hoogheid.“
Hij stond op het punt om weer iets te zeggen, toen we werden onderbroken door Mariah en haar groepje vriendinnen.
„Daar ben je, schatje!“ Ze liep op ons af en deinsde toen terug. „Wat is hier aan de hand?“
„Laat ons met rust, Mariah.“
Ze bekeek ons beiden van top tot teen en barstte toen in lachen uit. „Wacht... JULLIE TWEE?! Mijn vader kwam thuis en mompelde over het idee van de koning voor een gearrangeerd huwelijk. Maar dit had ik nooit verwacht. O jee, Lady Ella, je mikt wel heel hoog, hè. Zane is VAN MIJ, slet.“ Mariah gaf me een klap in mijn gezicht. Ik kromp ineen door de klap. Mijn wang brandde een beetje.
„Mariah, ga weg!“ donderde Zane. Ik keek naar hem op. Onze ogen ontmoetten elkaar en even dacht ik dat hij bezorgd keek.
„Maar schatje... ze is—“ Mariah hield haar mond toen Zane haar boos aankeek. Ze stampte weg en liet ons alleen achter.
„Als je de afspraak wilt afblazen, doe het dan,“ zei ik opstandig, voordat ik weer naar de grond keek. „Ik wil mijn tijd liever niet verspillen.“
Maar toen de stilte om me heen bleef hangen, keek ik op. Zane was verdwenen.
„Geweldig...“ mompelde ik tegen mezelf. „PRECIES wat ik vandaag nodig had.“ Van alle mensen aan wie ik uitgehuwelijkt kon worden, moest ik uitgerekend Zane Davis, de prins van Juria, treffen. Hij was geen verschrikkelijke jongen, maar geweldig was hij ook niet bepaald.
Toen de bel klonk, liep ik naar mijn volgende les van de dag. Plotseling werd ik van achteren geduwd.
„We zijn hier nog niet klaar,“ klonk de lage en kille stem van Mariah.
„Mariah,“ begon ik, terwijl ik opstond van de vloer. „Hij gaat duidelijk niet met me trouwen, dus hou ermee op.“
„Natuurlijk gaat hij dat niet doen! Waarom zou een prins jou in hemelsnaam willen?“ snauwde ze. „Je bent niets meer dan een nauwelijks nog adellijke niemand!“
„Precies. Niemand wil me.“ Ik draaide me om en liep weg. Ik deed ontzettend mijn best om te vechten tegen de tranen die dreigden te vallen. Ik wilde niet toegeven dat ik gekwetst was. Het zat me dwars dat ik zo van streek was door een afspraak die ik zelf niet eens wilde.
Ik schudde de herinnering van jaren geleden van me af en haalde mijn schouders op. Ik liep de kantine uit en ging naar buiten. Ik ging op een bankje zitten, waar de kans het grootst was dat ik met rust werd gelaten.
Ik kwam weer thuis en werd verrast met een taart en een klein cadeautje. Ook al stonden we nu onderaan de maatschappelijke ladder, mijn moeder was altijd vrolijk en lief.
„Ik hou van je, lieverd,“ zei mijn moeder. Ze gaf me een knuffel terwijl ze opruimde. Daarna liepen we naar het paleis om ons werk voor de dag af te maken.
Terwijl ik de laatste borden voor het avondeten van de koninklijke familie doorgaf, leunde ik zuchtend tegen het aanrecht. Ik keek naar mijn moeder met een trieste glimlach. Ze was zo moe en werkte veel te hard. Ze was dit nooit gewend geweest, totdat we een paar jaar geleden uit de gratie vielen bij de koninklijke familie en onze wereld instortte.
Ik was opgevoed als een dame. Mijn vader was een favoriet van de koning en koningin. Ik was verwend en onbezorgd opgegroeid.
Toen mijn vader stierf, kwam mijn moeder erachter hoe snel je uit de gratie kunt vallen. Ze rouwde nog volop om mijn vader, de liefde van haar leven. Toch wees ze een huwelijksaanzoek af van een andere favoriet van de koning.
Voor zover ik me kon herinneren, was de koning een aardige man. Maar hij deed nooit meer voor anderen dan strikt noodzakelijk was. Toen ons huis werd afgenomen en het geld opraakte, deed mijn moeder het enige wat ze kon doen. Ze riep de hulp in van de koning. Hij keek haar nauwelijks aan, maar bood haar wel een baan aan als hoofd van zijn keukens. Dat nam ze zonder nadenken aan. Alles om ervoor te zorgen dat we een dak boven ons hoofd en eten hadden.
En dus zwoegde mijn moeder de afgelopen vier jaar dag en nacht om de koninklijke familie te voeden, terwijl ik mijn school afmaakte. En zodra ik mijn diploma had, zou ik mijn plek in de keukens naast haar innemen.













































