
Onder de littekens Boek 2
Auteur
Lezers
98,5K
Hoofdstukken
54
Hoofdstuk 1
Boek 2: Onder de Kroon
Zasrus
‘Koninklijk Paleis’
‘Vijf Koninkrijken’
Ik staarde wezenloos naar Hynlam, de leider van het Ful-volk. Zijn woorden vervaagden tot achtergrondgeluid in mijn gedachten.
Ik wou dat ik erbij had kunnen zijn toen Raylon Connie vond. Om haar gezicht te zien toen ze hem zag.
Ik had me nooit kunnen voorstellen dat deze vrouw uit een vreemde wereld het hart van mijn broer zou stelen.
Ik had het wel gehoopt toen ik zag hoe ze hem met felle passie tegensprak op de eerste dag dat ze elkaar ontmoetten.
Zodra ik haar op het schip van de Ful zag, en hoorde hoe ze tegen Raylon sprak, wist ik dat ik iets moest doen. Ik vond het niet leuk om in een monster te veranderen om ze weer aan het praten te krijgen, maar het werkte.
Ik zat aan de grote stenen tafel. Mijn vingers draaiden plukjes van mijn zwarte haar op schouderlengte rond. Ik glimlachte.
Hij verdient elk moment van geluk.
„Amuseren onze problemen u, Koning Zasrus?“ vroeg Hynlam.
Ik schudde de gedachten van me af en ging rechtop zitten. „Nee. Vergeef me, ik was even in gedachten verzonken,“ zei ik, terwijl ik me weer concentreerde.
„Wat u vertelt is ernstig. Ik besef dat de dreiging niet alleen uw volk raakt, maar ook mijn koninkrijk. De alliantie die u voorstelt, is een verstandige keuze.
„We zullen de samenwerking van onze volkeren beginnen met informatie. Ik moet alles weten wat u over deze vijand weet.“
Hynlam knikte naar de Ful die naast hem zat en zei: „We hebben niet veel informatie over hen.
„Het weinige dat we weten, is van de laatste keer dat we met hen in oorlog waren. Het was toen slechts een kleine vloot, maar toch werden we bijna vernietigd. Ik vrees dat er deze keer een veel sterkere macht zal ontwaken.“
„Waarom was u überhaupt met hen in oorlog?“
Hynlam haalde diep adem. „We vonden een slapende planeet, met zwakke tekenen van leven.
„Ik gaf mijn geleerden de opdracht om deze nieuwe planeet te bestuderen. Toen zij niet terugkeerden, stuurde ik een oorlogsschip om te kijken wat er was gebeurd. Dat was het moment waarop we de vijandelijke schepen tegenkwamen.
„Alle pogingen om deze planeet en dit nieuwe ras te bestuderen of te observeren, eindigden in de vernietiging van onze drones en geleerden.“
„En u bent bang dat ze weer ontwaken? Dat dit ras opnieuw wil aanvallen?“
„We zijn er zeker van. De laatste informatie die ik van de vijandelijke planeet kreeg, was dat veel grotere schepen zich verzamelden. Er werd meer activiteit gezien op de planeet.
„We kunnen hen niet in de gaten houden of meer informatie verzamelen. Alles wat we naar hun planeet sturen, wordt namelijk direct vernietigd.“
„Wanneer denkt u dat deze aanval kan plaatsvinden?“
Hij schudde zijn hoofd. „Ik weet het niet. Over een week, over een jaar. Het is moeilijk te zeggen zonder verder onderzoek.“
Dat kon er ook nog wel bij. Niet alleen moet ik me bezighouden met het handvest, maar nu is er ook nog deze nieuwe dreiging voor mijn thuis.
Maar daar kan ik vandaag niet aan denken.
Ik blies langzaam mijn adem uit. „Heel goed. Dan ga ik met mijn mannen praten en beginnen we met het maken van een plan. Maar niet vandaag. Ik moet naar een feest. Vergeef me, maar mijn dochter is vandaag jarig.
„U bent van harte welkom om te blijven en het met ons mee te vieren, als u dat wilt. Zie het maar als de eerste stap in een succesvolle samenwerking.“
Ik voelde me nog steeds ongemakkelijk in de buurt van de Fuls. De oorlog die ik in mijn verdriet met hen was begonnen, had aan beide kanten veel levens gekost. Maar ze hadden wel het leven van Laylar gered.
Met de technologie die ze ons hadden gegeven, redden ze al mijn kinderen en talloze anderen. Ik moest leren om hen te accepteren.
Hynlam knikte. „Heel goed. Bedankt voor het aanbod. Ik accepteer het graag. Ik moet wel vragen wat een passend cadeau zou zijn voor een kind van haar leeftijd.“
Ik grinnikte. „Ze is geen kind meer, mijn vriend. Ze is eenentwintig jaar oud. En uw volk heeft haar al het geschenk van het leven gegeven. Ik vind niet dat u haar nog meer hoeft te geven.“
„Maar het is niet gepast om zonder cadeau op de proppen te komen.“
Ik dacht er even over na.
Ik heb haar alles gegeven wat ze ooit wilde. Wat zou ze in vredesnaam nog meer willen?
„Ik weet niet wat u haar zou kunnen geven, maar als u wilt, verras haar dan maar,“ zei ik, terwijl ik de kamer verliet.
Ik liep naar mijn kantoor en hoorde het gelach van Tomlee en Asytar uit de grote zaal komen.
Die twee raddraaiers zijn vast weer iets van plan, dacht ik. Ik veranderde van richting om te kijken wat ze aan het doen waren.
Ik liep de enorme open zaal binnen. Het gonsde er van de activiteit. Koks en decorateurs in alle soorten en maten haastten zich om alles klaar te maken voor het feest van Laylar vanavond.
Bewakers gaven aanwijzingen aan arbeiders met grote tafels, stoelen en andere spullen.
Ik zag Tomlee in het midden van de zaal staan bij de lange Wamrox-verpleegster.
De vrouw was ruim drie meter lang. Haar vier lange, dunne armen reikten naar boven terwijl Asytar aan een van de witte lappen stof slingerde die het plafond versierden.
„Asytar!“ riep ik, terwijl mijn hart een sprongetje maakte.
Als ze daarvan naar beneden valt, is ze dood!
Asytar keek me aan en zwaaide met een brede glimlach naar me. Daarna raakten haar voeten de zijkant van het plafond en zette ze zich weer af om nog sneller te gaan.
„Kom daar onmiddellijk vanaf!“ schreeuwde ik naar haar. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn spieren spanden zich aan toen ik zag hoe ze zorgeloos door de lucht vloog.
Ze fronste naar me toen ze weer terug slingerde naar de Wamrox-vrouw. Toen riep ze: „Vang me!“ en liet ze de stof los.
Mijn hart stond even stil toen ik zag hoe ze van het plafond viel en veilig werd opgevangen door de vier armen van de Wamrox.
Toen de vrouw haar op de grond zette, sloot ik mijn ogen en wreef over mijn voorhoofd. Dit kind wordt nog eens mijn dood.
Ik schudde mijn hoofd en vertrok, voordat ik iets zou zeggen waar ik spijt van zou krijgen. Ik liep terug naar mijn kantoor. Zodra ik binnenstapte, klonk er een belletje voor een inkomende verbinding in mijn oor.
Toen de stem van mijn broer volgde, moest ik glimlachen.
„Hallo, Zas,“ zei hij.
Mijn glimlach werd breder. „Hallo? Met wie spreek ik?“
„Het is Raylon. Wie dacht je anders dat het was?“
„Raylon?“ zei ik, terwijl ik naar mijn bureau liep. „Hmm, Raylon? Nee, die naam zegt me helemaal niets.“
„Broer, je bent een volwassen man. Gedraag je er dan ook naar,“ zei hij met een hoorbare glimlach in zijn stem.
„Ik had ooit een broer die Raylon heette. Maar ik heb hem al zo ontzettend lang niet meer gezien.“
Raylon bleef stil en ik wachtte af.
„Ben je nu klaar?“ vroeg hij uiteindelijk. Dat maakte me aan het lachen.
„Hoe gaat het met Connie?“ vroeg ik, terwijl ik ging zitten.
„Goed. Heel... heel erg goed. Is alles al geregeld voor vanavond?“
Ik zuchtte. „Raylon, je weet toch nog wel dat ze mijn dochter is? Ik weet heus wel hoe ik een feest voor haar moet organiseren.“
„Ze mag dan wel jouw dochter zijn, maar we weten allebei wie van ons twee haar favoriet is.“
„Ja, je hebt gewonnen. Daar kan ik niet tegenin gaan,“ mompelde ik, en ik hoorde hem lachen.
Mijn glimlach verdween toen ik met mijn armen op tafel leunde. „En hoe zit het met Rein?“
„Wat bedoel je?“
„Heb je al een beslissing genomen?“
Raylon bleef even stil en zei toen: „Mijn besluit stond al vast nog voordat ik het koninkrijk verliet. Maar zoals je zelf al zei, broer: ze is jouw dochter.“













































